Hersenafwijking bij patiënten met chronische moeheid

Bij patiënten met het chronische vermoeidheidssyndroom (CVS) zijn afwijkingen in de hersenen gevonden. Zij hebben gemiddeld minder grijze stof in hun hersenen dan gezonde mensen. De grijze stof ligt aan de buitenzijde van de hersenen en bevat vooral de kernen van zenuwcellen, niet de zenuwuitlopers die het contact met andere zenuwcellen maken.

Onderzoekers van het F.C. Donders Centrum voor cognitieve neuroimaging en het CVS-expertisecentrum van de Radbouduniversiteit in Nijmegen publiceerden hun metingen op grond van MRI-beelden van de hersenen in het wetenschappelijke tijdschrift NeuroImage.

Het onderzoek toont niet alleen veranderingen in de hersenen van CVS-patiënten aan, de veranderingen zijn ook gerelateerd aan de ernst van de ziekte. Hoe minder mobiel de patiënten zijn, hoe kleiner het volume grijze stof in hun hersenen blijkt te zijn. Tot nu toe waren bij CVS-patiënten nooit duidelijke lichamelijke afwijkingen gevonden.

Eén van de betrokken onderzoekers is de Nijmeegse hoogleraar interne geneeskunde prof. dr. Jos van der Meer. Hij zegt in een vandaag gepubliceerd persbericht van Universitair Medisch Centrum St Radboud: ,,Eerder dit jaar nam minister Hoogervorst van Volksgezondheid nog het standpunt in, dat het chronisch vermoeidheidssyndroom geen zelfstandig ziektebeeld is. Deze zienswijze is moeilijk te handhaven nu er een duidelijk lichamelijk verschil aangetoond is tussen mensen met en zonder CVS.'' Hoogervorst ging met zijn standpunt in tegen een eerder dit jaar uitgebracht advies van de Gezondheidsraad om CVS als ziekte te erkennen.

De onderzoekers wijzen er op dat niet duidelijk is of de afname van de grijze stof oorzaak of gevolg is van CVS. In principe kan het nog zo zijn dat de afname ontstaat dóór de ziekte. Daarover ontstaat pas duidelijkheid als er hersenbeelden zijn van patiënten vóórdat ze CVS krijgen.

CVS is een aanhoudende of steeds terugkerende ernstige vermoeidheid waardoor mensen vaak jarenlang tot vrijwel niets in staat zijn. Onderzoekers, patiënten, artsen en verzekeraars zijn ernstig verdeeld over de vraag of en hoeveel `ingebeelde' zieken en psychiatrische patiënten er onder de zieken zitten.

Er is een stroming die zegt dat afwijkingen in het afweersysteem de oorzaak van de aandoening kunnen zijn. De ontdekking dat veel patiënten door cognitieve gedragstherapie verbeteren zette veel kwaad bloed. Daarmee wordt immers snel de suggestie gewekt dat het CVS vooral `tussen de oren' zit.