Hardere opstelling Iran in kernconflict

De poging van het Westen om Iran uit te sluiten van de gevoelige splijtstofcyclus lijkt te mislukken. Het IAEA buigt zich vandaag over de kwestie.

Onder toeziend oog van inspecteurs van het Internationaal Atoomenergieagentschap IAEA hebben werknemers van een fabriek op het nucleaire complex bij Isfahan gisteren vaten yellow cake (ruw uranium) geopend en in de productielijn ingevoerd. Dat was voor het eerst sinds Iran vorig jaar november onder internationale druk zijn omstreden kernprogramma opschortte.

Van de stap is in het Westen met grote bezorgdheid kennisgenomen. In de fabriek in Isfahan wordt vast uranium omgezet in gas (uraniumhexafluoride). Dit procédé kan voorafgaan aan uraniumverrijking die op haar beurt de weg opent naar de productie van niet alleen brandstof voor kerncentrales, maar ook van spijtstof voor kernwapens.

De Europese Unie spant zich, geruggesteund door de Verenigde Staten, in om de islamitische republiek daarvan af te houden. Op hun initiatief buigt de bestuursraad van het IAEA, de nucleaire toezichthouder van de Verenigde Naties, zich vandaag tijdens spoedoverleg in Wenen over de kwestie.

Waarnemers verwachten dat het IAEA er bij Iran op zal aandringen de heropening van de fabriek in Isfahan te heroverwegen. Zij stellen dat het in dit stadium niet aan de orde is om de kwestie voor te leggen aan de VN-Veiligheidsraad. Zo is niet duidelijk of en hoe de VN-organisatie de werkzaamheden in Isfahan kan verbieden. Bovendien is de 38-koppige IAEA-raad verdeeld. Leden als Argentinië, Brazilië en Zuid-Afrika zien de bejegening van Iran ook als testcase voor de internationale appreciatie hun eigen nucleaire plannen.

De regering in Teheran vindt dat Iran het volste recht heeft op de ontwikkeling van een eigen kernprogramma. Zij ontkent er een geheim kernwapenprogramma op na te houden en onderstreept dat het voor Irans snelgroeiende energiebehoefte van groot belang is kerncentrales te bouwen, ook al omdat de huidige olierijkdom eindig is.

De herstart van de activiteiten in Isfahan duidt in de eerste plaats op een hardere opstelling van Teheran in de internationale controverse over zijn kernprogramma. Na de zege van de ultraconservatieven bij de presidentsverkiezingen van juni werd al rekening gehouden met een meer assertieve opstelling. Deze is mede ingegeven door bezorgdheid over de geopolitieke positie van het land.

Iran weet zich omringd door instabiele regimes in Afghanistan en Irak waar ook veel troepen zijn gelegerd van de Verenigde Staten die de islamitische republiek hebben ingedeeld bij `de as van het kwaad'. En ook de kernwapens van drie andere landen in de regio (Israël, India en buurland Pakistan) baren het bewind in Teheran zorgen, te meer daar het Westen niet optreedt tegen hun nucleaire activiteiten.

De hardere opstelling van Teheran blijkt ook uit personele mutaties. De zaterdag beëdigde president Mahmoud Ahmedinejad verving gisteren de gematigde Hassan Rohani als eerste onderhandelaar voor het kernprogramma. De nieuwe man is Ali Larijani, die geldt als een hardliner.

Omgekeerd is de heropening van de fabriek in Isfahan een lelijke streep door de rekening van het Westen, Europa voorop. Al meer dan twee jaar proberen Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië de nucleaire ambities van de islamistische republiek in te tomen in ruil voor politieke, economische en technologische steun.

Iran is al sinds 1968 aangesloten bij het non-proliferatie-verdrag (NPV) en is sindsdien onderworpen aan de daarbij horende inspecties door het IAEA. In augustus 2002, toen de internationale spanning rond buurland Irak opliep, onthulde een oppositiegroep het bestaan van een omvangrijk geheim nucleair programma, onder meer voor de verrijking van uranium en voor de productie van zwaar water. In februari 2003 gaf Iran dit toe en sinds die tijd probeert het IAEA de omvang van dit programma in kaart te brengen.

Vorig najaar maakte het IAEA bekend daarmee ongeveer klaar te zijn. Het bleek dat Iran tamelijk ouderwetse ultracentrifuges voor de verrijking van uranium samenstelde met behulp van onderdelen die waren geleverd door buurland Pakistan, of door een netwerk van toeleveranciers dat de Pakistaanse kernfysicus dr.ir. A.Q Kahn had opgebouwd.

Onder druk van Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië schortte Iran het werk aan de ultracentrifuges in november vorig jaar op in afwachting van concrete voorstellen over nauwere samenwerking. De VS vonden die benadering aanvankelijk te slap, maar na de reis die president Bush in februari, kort na aanvang van zijn tweede ambtstermijn, door Europa maakte, toonde Washington meer begrip voor de Europese aanpak. Dit resulteerde vorige week in openlijke steun voor het Europese compromisvoorstel. De heropening van de fabriek in Isfahan maakt duidelijk dat Teheran daar niet van onder de indruk is.