Eigen huis eerst

Is het erg dat Nederlanders er door de hoge grondprijs, schaarste aan kavels en onduidelijke regelgeving niet in slagen hun eigen huis te bouwen, zoals deze krant zaterdag berichtte?

Het is in elk geval een nieuw nageltje aan de doodskist van de Nederlandse woningmarkt, die al jaren niet hard genoeg groeit. Sociale mobiliteit en opwaartse wooncarrières worden bemoeilijkt, als er niet genoeg gewenste nieuwbouw voorhanden of mogelijk is. En dan gaat het heus niet alleen om de beruchte witte vlucht naar de voorsteden: niet alleen Amsterdam (met Almere), ook Rotterdam (met het achterland tot Dordrecht) vertoont een groei van allochtonen, vooral Surinamers, die naar nieuwbouw in voorsteden vertrekken. Dat wijst op een toename van de allochtone middenklasse, die door de overheid moet worden gestimuleerd. Een eigen kaveltje zal daarbij nog niet vaak van pas komen, maar een hogere nieuwbouwproductie wel degelijk.

Een stukje geschiedenis, uit onverwachte hoek misschien. Amerika geldt als het land bij uitstek van particulier initiatief, maar vergeten wordt daarbij vaak de cruciale rol die de federale overheid heeft gespeeld in het moderniseren van de woningmarkt en de logistieke structuur van de samenleving.

Die bemoeienis van de Amerikaanse overheid werd acuut in de economische crisis van de jaren dertig. Subsidie voor publieke werken leidde tot de opkomst van bouwkolossen zoals Robert Moses, de geweldenaar van New York. Moses hakte, boorde en timmerde zich met federale en lokale subsidie onstuitbaar een weg door het New York van de Depressie. Snelwegen, bruggen, parken, buurten, alles werd op de schop genomen, in razend tempo en met ongekende verbetenheid. De arbeiders die voor Moses werkten, raakten al brekend en bulldozerend soms zo meegesleept door het collectieve enthousiasme dat ze harder opschoten dan de tekentafel breed was, zodat de ingenieurs de plannen om hun eigenmachtige vorderingen moesten heentekenen. Het resultaat was een nog moderner New York, klaar voor de boom van de jaren vijftig. Maar de prijs was hoog. Moses' stachanovistische adagium was even effectief als bot: ,,Als je in een metropool werkt, moet je je een weg banen met een bijl.'' Kaarsrecht door de Bronx ramde hij in 1953 een snelweg. Van een lagere middenklassebuurt gleed de gehavende wijk vervolgens af tot een dichtgespijkerd getto.

Roosevelts sociaal-activistische New Deal voorzag ook in een National Housing Act (1934), die miljoenen Amerikanen de kans gaf hun eerste huis te kopen. De federale overheid stelde zich garant voor hun hypotheken, wat de rente (en dus de maandlasten) aanzienlijk drukte. Eerder had Washington al eens 3 miljard dollar (sic) uitgetrokken om een miljoen hypotheken van gewone Amerikanen vlot te trekken. Het percentage Amerikaanse gezinnen dat in een eigen huis woonde, steeg door die wetgeving van 44 (in 1934) tot 63 (in 1972).

Ook na Roosevelt gaf de federale overheid die interventiepolitiek niet op. In 1956 volgde de Interstate Highway Act, die voorzag in een snelwegsysteem van 41.000 mijl, voor 90 procent betaald door de overheid. Tientallen klonen van Robert Moses boorden zich vaak hardhandig een weg over het continent (dwars door armere en dus minder invloedrijke wijken en stadjes). Amerika werd omgebouwd tot een suburbane natie, met vierbaanssnelwegen als slagaders. Ook dat was revolutionair, want in weerwil van het cliché dat de Noord-Amerikaan een op wielen geboren mensensoort is, had in 1950 nog 40 procent van de Amerikaanse gezinnen helemaal geen auto. Ja, individuele vrijheid en lonkende frontier enzovoorts, maar toch: het waren vooral federale subsidies op snelwegen en brandstof die de Amerikaan zo mobiel maakten.

Nederland kende natuurlijk ook zo'n moderniseringsslag kort na de oorlog. Het overwegend agrarische land werd omgeploegd tot een klassieke industrienatie, om vanaf de crisis van de jaren tachtig opnieuw radicaal de steven te wenden, en een post-industriële diensteneconomie te worden. Bij die eerste inhaalslag speelde de overheid nog een cruciale rol met nieuwe arbeidswetgeving en in de sociale zekerheid. Die vormden het staketsel van de moderne industrienatie. Bij de tweede transformatie begon Den Haag zichzelf geleidelijk meer te zien als een faciliterend bedrijf, of zelfs als een beheermaatschappij van de bv Nederland. Bijbehorende ideologie: einde van de maakbaarheid, terugtredende overheid, de klant is koning, en privatisering. Een vergelijkbare omslag in Amerika kwam eerder, en was veel heftiger, met de Reagan-revolutie die een einde beloofde te maken aan big government (maar dat niet deed) en aan de sociale aspiraties van Roosevelts New Deal (en dat wel deed).

Die omslag werd niet van bovenaf gedicteerd, maar kwam van onderop. Suburbaan Amerika, het eerst in Californië, kwam eind jaren zeventig al in opstand. Met huizen die vaak waren verviervoudigd in waarde, rebelleerde de middenklasse in Californië tegen de uitgebreide catalogus aan staatsbelastingen, en maakte die per referendum vele bladzijden dunner. Ook de angst voor Mexicaanse immigratie en latinisering van de staat speelden een rol. Latere referenda in de jaren negentig, hoog op een golf van criminaliteit en etnische spanningen, beoogden illegalen uit te sluiten van sociale voorzieningen, positieve discriminatie te verbieden, en tweetalig onderwijs af te schaffen. Rijke randgemeenten van Los Angeles broedden op plannen voor afscheiding. Wie de annalen van die revolte leest (bijvoorbeeld in Kevin Starrs Coast of Dreams), kan de schaduw van Pim Fortuyn bijna vanuit Californië over Nederland zien vallen.

Twee geschiedenissen, met naast alle onmiskenbare verschillen ook een parallelle logica. Eerst de wederopbouw en modernistische mobilisatie, met een actieve rol van de centrale overheid; daarna het afkalven van steun voor collectieve programma's en de opkomst van burgerlijke holding actions in onzekere tijden, tegenover nieuwe golven migranten en economische onzekerheden. Inmiddels bestaat Los Angeles voor bijna de helft uit latino's (het is een brown city geworden, zoals het informeel heet), en heeft de stad een latino-burgemeester, Antonio Villaraigosa, een Democraat die erin is geslaagd de latino-stem los te wrikken van de Republikeinen, en die een New Deal belooft voor de oude en alle nieuwe inwoners van de stad.

Zo'n New Deal zou ook in Nederland een goed idee zijn. Alleen dan gaan de uitvoerders harder lopen dan de plannenmakers.

    • Sjoerd de Jong