Digitale kabeltelevisie wordt duur betaald

Gratis digitale televisie bestaat evenmin als Sinterklaas of een free lunch, betoogt Jaap Doeleman.

Betaalbare ontvangst van televisie is een democratisch belang. Voor veel mensen is de televisie de voornaamste informatiebron. Niet voor niets wordt het kabelabonnement in het kader van sociale zekerheid en schuldsanering als een basisbehoefte beschouwd. Toch konden de kabeltarieven de laatste jaren ongestraft met 50 procent stijgen. Pas onlangs werd eindelijk prijscontrole op het gangbare analoge pakket aangekondigd, in 2006, en nu probeert de sector dus zijn analoge klanten over te zetten op digitale kabeltelevisie. Het digitale pakket zal uiteindelijk veel duurder zijn. Behoud van een analoog, maar redelijk geprijsd pakket is geboden, naast goed toezicht op de prijs van ook het digitale kabelpakket.

Wie televisie kijkt via de kabel, wordt door aanbieders als Casema en Essent sinds kort verwend met een digitaal programmapakket, dat `gratis' bij het bestaande analoge pakket wordt geleverd. Het digitale pakket omvat veelal dezelfde 30 televisiestations als het analoge standaardpakket. Om de digitale programma's ook te kunnen zien, moeten de consumenten wél een decoder aanschaffen. Dat kost zo'n 100 euro, afhankelijk van uitvoering en de mate van subsidiëring door het kabelbedrijf. Van de grote kabelbedrijven doet alleen UPC nog niet mee met `gratis' digitale televisie. In de loop van dit jaar komt UPC met een eigen strategie.

Waarom zet de kabelsector opeens zo zwaar in op digitale kabel-tv? Dit is al vele jaren een niet-ingeloste belofte. In 2004 waren er slechts 100.000 digitale kabelabonnees tegen 6,2 miljoen abonnees voor het analoge standaardpakket.

De kabel, een monopolist als het om televisie gaat, staat niet bekend om haar altruïsme. Monopolisten zijn zelden vrijgevig. Staat het monopolie soms onder druk? Dreigt een uittocht van kabelabonnees naar de satelliet, naar de digitale ether-tv van Digitenne en KPN of naar het superbreedband van Versatel waarmee je ook televisie kunt kijken (IPTV of DSL-TV)?

Dat is onwaarschijnlijk. De satelliet bestaat al jaren zonder het marktaandeel van de kabel (90 procent) te bedreigen, ondanks een veel ruimer aanbod van zenders. Digitale ether-tv, sinds twee jaar in de Randstad te ontvangen, is eerder een niche-product voor op de camping en in de auto, ook wegens het beperkte aantal zenders. IPTV is in Nederland een onbewezen product.

Nog niet duidelijk is of het technisch haalbaar is bij grote aantallen kijkers en of het in voldoende mate aanslaat. In mei van dit jaar trok de `telecom-waakhond' OPTA na een grondige analyse van de televisiemarkt dan ook de conclusie dat het kabelmonopolie de komende twee tot drie jaar onbedreigd zou blijven. Door concurrentiedruk zal de huidige promotie van digitale kabel-tv dus niet ingegeven zijn.

Veel waarschijnlijker is de volgende verklaring. Sinds 2003 hebben grote commerciële kabelbedrijven als UPC, Casema en Essent, samen goed voor bijna 90 procent van alle kabelabonnees, het tarief van het analoge pakket verhoogd tot zo'n 15 euro per maand. Dat is een grote sprong, want vijf jaar geleden was het gemiddelde tarief nog minder dan 10 euro per maand. De stijging van de tarieven kan niet verklaard worden uit een stijging van de kosten met 50 procent. Kleinere kabelbedrijven blijken nog steeds goed te kunnen leven van tarieven van minder dan 10 euro per maand, vaak zelfs met veel grotere pakketten (40+ in plaats van 30 tv-zenders). Deze forse verhogingen hebben tot veel protest geleid, onder meer vanuit de Tweede Kamer. Het ziet er nu naar uit dat OPTA, als uitvloeisel van haar marktanalyse, vanaf 2006 gaat controleren of de sector niet te veel en te hoge kosten in de tarieven van het analoge kabelpakket verwerkt. Ook uit de hoek van de NMa, de mededingingsautoriteit, dreigt gevaar voor de sector. Zij heeft begin 2004 een onderzoek ingesteld naar de tariefsverhogingen van UPC en Casema. De uitslag wordt in september verwacht, na herhaald uitstel. Het zou verbazen indien de NMa niet tot misbruikelijk hoge kabeltarieven concludeert.

Donkere wolken pakken zich dus samen boven het tarief van het analoge standaardpakket. Migratie naar digitale pakketten is dan een logische strategie. De kabelbedrijven hebben in de dotcom-hausse honderden miljoenen euro's geïnvesteerd in upgrading van hun netwerken.

Om digitale televisie, telefonie en breedband te kunnen aanbieden, was het nodig de coaxkabel in het hoofdnet te vervangen door glasvezel en om het net geschikt te maken voor tweeweg (interactief) verkeer. Dat was een dure operatie. UPC is er in 2003 bijna aan failliet gegaan. Deze kosten kunnen niet verdisconteerd worden in het tarief van het analoge pakket, want ze zijn niet gemaakt voor de analoge kijkers. OPTA en NMa zullen daarom niet accepteren dat zij via het analoge basispakket worden doorberekend. En de politiek zal daartoe evenmin bereid zijn.

Voor de digitale pakketten ligt dat anders. Investeringen die nodig waren voor het digitale pakket, mogen natuurlijk wel in het tarief van dát pakket worden doorberekend. Digitale kabeltelevisie heeft onmiskenbare voordelen: veel meer kanalen, interactiviteit, iets beter beeld. Echter, alles heeft zijn prijs. Een snelle migratie van zoveel mogelijk abonnees naar het digitale kabelpakket biedt de kabelbedrijven dus een uitweg om de invloed van de aanstaande tariefregulering op hun cash flow te beperken.

De vreugde over het `gratis' digitale pakket is waarschijnlijk van korte duur, als NMa en OPTA deze vorm van kruissubsidie al niet zouden verbieden. Topman John Malone van UPC liet zich in januari tegenover de Financial Times ontvallen dat juist de marges van zijn Nederlandse kabeltelevisiebedrijf ,,erg hoog'' waren. Dat zal hij ongetwijfeld zo willen houden. Zodra de tarieven van het analoge pakket worden aangepakt, zal de interesse voor verspreiding daarvan verminderen. De hoge winsten moeten dan komen uit het digitale pakket. Men moet er niet van opkijken als het tarief van het digitale pakket straks aanmerkelijk hoger uitvalt dan 15 euro. Noch indien het analoge pakket een stille dood sterft.

Als het bedrijf meer verdient op het digitale pakket en er geen serieuze concurrentie is voor analoog, zal de bijl al gauw vallen. Illusies over de prioriteiten van de grote kabelbedrijven moet men zich niet maken. De geprivatiseerde kabel maalt niet om acceptatie in de polder.

De sector is de polder al lang ontstegen. Een bedrijf als UPC of Casema is afhankelijk van buitenlands kapitaal en streeft eenvoudig naar winstmaximalisatie. Dat is ook zijn goed recht. Als wij een `sociale' kabel hadden willen houden, hadden wij haar niet zonder goede afspraken moeten verkopen. Nu komt het aan op een vastberaden wetgever en een slagvaardig toezicht.

Voor de consument die wordt verleid door de `gratis' digitale pakketten, is het goed aan de woorden van Vergilius te denken: ,,Vrees de Grieken, ook al brengen zij geschenken.'' Die waarschuwing gold een houten paard. Gratis digitale televisie bestaat evenmin als Sinterklaas of een free lunch.

Jaap Doeleman is advocaat te Amsterdam en treedt namens gemeenten geregeld op tegen kabelbedrijven.

    • Jaap Doeleman