Vissers verdreven door toeristen

Het oude vissersdorp Scheveningen wordt langzaam maar zeker verdrongen door het toerisme. De gemeente wil het dorp nog verder `ontwikkelen'. Inwoners staan erbij en kijken ernaar.

De grijze hoogbouw langs de Scheveningse kust lost op in de mistige zomerregen. Landinwaarts rijzen als een fata morgana de spitse torens van de nieuwe Haagse skyline op uit de bossen. Het dorp ligt aan de voet van de vuurtoren, lage huisjes bevlekt door hogere nieuwbouw.

,,Zie je die groene puist daar, dat past toch niet?'' Nel Noordervliet-Jol wijst naar een met groene netten behangen bouwsteiger. Hoofdschuddend staat ze buiten op het 35 meter hoge balkon van de vuurtoren, tegen de wand gedrukt om de vliegende druppels te ontwijken. De flat in aanbouw onttrekt de vijfhonderd jaar oude kerktoren van Scheveningen bijna aan het zicht.

87 jaar geleden werd Noordervliet-Jol in Scheveningen geboren. Ze heeft de kustplaats, behalve tijdens de evacuatie in 1942 door de Duitsers, nooit meer verlaten. Haar familie behoort tot de oude Scheveningers. Haar vader had een haringrokerij en Noordervliet-Jol ontdekte in gemeentearchieven dat de familie Jol hier al in 1543 belasting betaalde.

Nel Noordervliet-Jol heeft de afgelopen eeuw veel zien veranderen. Ze maakte mee hoe het vissersdorp Scheveningen ook badplaats werd. Hoe er gebouwd en gesloopt werd. En altijd zag ze dat het geld de doorslag gaf. ,,Alsmaar moet er weer wat anders. Ik schrik daar wel van.'' Ze strekt haar arm weer naar het noorden uit, naar de hoge, grauwe blokkendozen aan het strand waartussen zich het Kurhaus verbergt. ,,Stel je voor dat een of andere gek flats rond deze vuurtoren zou zetten.''

Scheveningen – eigenlijk bestaat het niet. Je hebt het `nieuwe' Scheveningen van pier, boulevard en casino's, van de hoge appartementen en de zon-aanbiddende dagjesmensen, van de strandtenten en de snackbars. En je hebt het `oude' Scheveningen: het vissersdorp met de oude redersfamilies, het dialect, de klederdracht, de sloppen en de haven.

Hoewel de grenzen vaag en veranderlijk zijn, is één ding duidelijk: het is de badplaats die terrein wint, en het vissersdorp dat langzaam uit het zicht verdwijnt. Eindelijk zijn de weinige overgebleven slopjes in het oude dorpshart gerestaureerd, maar er wonen vooral `mensen van buiten'. Dat geldt ook voor de grotere huizen tussen vissersdorp en badplaats: veilig voor de sloop, maar ontdekt door Haagse yuppen. Veel Scheveningers zijn eigenlijk al uit het oude dorp weggetrokken, naar Duindorp of het Geuzenkwartier. De visserij heeft last van hoge brandstofprijzen.

De geschiedenis van Scheveningen, vertellen inwoners, is er een van gemiste kansen en bestuurlijke verwaarlozing. In elk gesprek wijzen Scheveningers naar bouwprojecten: `het gele monster' tegenover de Oude Kerk, het volgebouwde Gevers Deynootplein bij het Kurhaus, de fantasieloze appartementen. Natuurlijk verandert alles, zeggen de bewoners, maar of dit soort veranderingen nou verbeteringen zijn?

,,Ik wordt gek van al die blunders'', zegt Evert de Niet, voorman van de Politieke Partij Scheveningen. Op een terras aan de haven vertelt De Niet, ook een oude Scheveningse familie, waarom zijn partij in 2002 zomaar drie zetels in de gemeenteraad veroverde. Het was voor het eerst dat Scheveningers eigen vertegenwoordigers kozen.

Het lijkt wel, zegt De Niet, alsof de gemeente niet goed nadenkt als het over Scheveningen gaat. Aandacht is er vooral voor de bijdrage die de kustplaats aan de gemeentekas kan leveren. Voor iedereen die wil investeren, zet de gemeente de deur open. Volgens Nel Noordervliet-Jol kiest de gemeente de makkelijkste weg door alles aan projectontwikkelaars over te laten.

Aan de gevel van het huis van Axel Rosendahl Huber wappert de vlag van Scheveningen. De ex-militair woont sinds zijn pensioen in een appartement, ingebouwd tussen het Kurhaus en een hoge flat aan het strand. Door een betonnen ravijn van hoogbouw loopt hij naar de boulevard. Typisch een staaltje van planologische ondoordachtheid, vindt Rosendahl Huber: waarom moeten strandgasten zich door dit soort nauwe steegjes wurmen om de zee te bereiken?

Op het terras van het paviljoen van sociëteit De Witte – de neoclassicistische `vakantiebungalow' die koning Willem I in 1827 aan zijn vrouw cadeau gaf – is nog een vleugje van de oude allure van badplaats op te snuiven. Hier is het oude duin zichtbaar. Het personeel draagt jacquet met koperen knopen, jas en das zijn voor heren verplicht.

Terwijl Rosendahl Huber in de ochtendzon de eerste toeristen op het strand bekijkt, filosofeert de gemoedelijke voorzitter van bewonersvereniging Noordelijk Scheveningen over de relatie tussen zijn woonplaats en Den Haag. ,,Mensen die hier wonen hebben, terecht of niet, het gevoel de sluitpost van economische sommetjes te zijn.'' Het lijkt soms wel, zegt Rosendahl Huber, alsof de gemeente het jammer vindt dat er ook mensen in Scheveningen wonen.

Dat is een ongenuanceerd beeld, weerlegt de woordvoerder van de verantwoordelijke wethouder Stolte. Er is geen sprake van verwaarlozing of bestuurlijk onvermogen. ,,Bij elke ontwikkeling kijken we naar de leefbaarheid.'' En dat gebeurt niet vanuit het stadhuis, zegt de woordvoerder. ,,Bedrijfsleven en bewoners hebben ook invloed.'' Dat de badplaats het oude dorp verdringt is onwaar. ,,Natuurlijk is het niet het vissersdorp van honderd jaar geleden, maar de gemeente beseft dat de visserij de sterke kant van Scheveningen is, en doet daar ook veel aan.''

In de Structuurvisie Den Haag 2020 ontvouwt het stadsbestuur grote plannen voor de toekomst. Rosendahl Huber twijfelt. ,,Het is nu zo'n zooitje dat iedere verandering een verbetering is''. Maar het is wel veel beton en weinig mensen. ,,Scheveningen wordt weer geconfronteerd met allerlei nieuwe pogingen geld te verdienen.''

De gemeente weet niets van Scheveningen, vindt Henk Groen. De eigenaar van een rederij voor off-shore en sportvisserij zat in de visserij voor hij in 1973 voor zichzelf begon. Neem nou het opheffen van de voetbalclub Holland Sport in de jaren zeventig. ,,De gemeente vond dat we wel naar ADO Den Haag konden. Maar een Scheveninger gaat niet naar ADO.''

Groen wijst naar een bord aan de overkant van de haven dat de bouw van een nieuw nautisch centrum aan de kade aankondigt. Bij een inspraakavond voor dat plan zaten er 150 mensen in de zaal. ,,Maar een Scheveninger was er nauwelijks bij, het waren allemaal projectontwikkelaars.'' Misschien hebben de Scheveningers het wel aan zichzelf te danken. Traditioneel zijn de bewoners van het dorp erg gezagsgetrouw, denkt De Niet. Groen beaamt dat: ,,Weinigen hebben aan de bel getrokken.'' Nu is het te laat, denkt Groen. Het vissersdorp bestaat niet meer.