Staat eist dat RDM onderzeeërs snel laat slopen

Langzaam beginnen de Tijgerhaai en de Zwaardvis aan de kade van Lumut (Maleisië) in het water achterover te hellen. De Nederlandse staat verkocht de beide onderzeeërs in 1995 aan RDM op voorwaarde dat de staat bij doorverkoop zeggenschap hield op de naleving van het Nederlandse wapenexportbeleid. Omdat de staat er geen vertrouwen meer in heeft dat RDM nog serieus met mogelijke kopers in gesprek is, eiste die vanochtend in Den Haag in kort geding de sloop van de beide schepen.

De staat vreest dat de werf waar de schepen liggen via de Maleisische rechter beslag zou kunnen leggen op de schepen omdat RDM, van ondernemer Joep van den Nieuwenhuyzen, al sinds begin 2003 niet meer betaalt voor de ligplaats en het onderhoud van de schepen. Het RDM-onderdeel dat in 1995 de formele koper was, RDM Submarines, is namelijk al jaren failliet. En als de werf beslag legt is het nog maar de vraag in hoeverre Nederland controle houdt over waar de schepen – met strategisch gevoelige onderdelen en al – heen zouden kunnen gaan.

In het koopcontract van 1995 was bepaald dat er gesloopt moest worden als de schepen eind 2000 niet waren verkocht. Van den Nieuwenhuyzen heeft volgens de landsadvocaat niet of nauwelijks aannemelijk weten te maken serieus in onderhandeling te zijn over verkoop van de onderzeeërs. Ze zijn ooit naar Maleisië gebracht in het kader van een gecompliceerde deal van RDM met dat land over de bouw van nieuwe onderzeeërs, die nooit is doorgegaan. RDM blijft zeggen dat sloop een onevenredig verlangen is, omdat de onderzeeërs nog steeds met winst verkocht kunnen worden. Bovendien zou onduidelijk zijn welke regels gelden bij de export van wapensystemen. Uitspraak 17 augustus.