Meer 50-plussers stoppen met werken

Ondanks pogingen om mensen langer door te laten werken, neemt het aantal 50-plussers dat stopt met werken toe. In die groep zitten zowel mensen die vrijwillig stoppen met werken als mensen die ontslagen zijn. Het percentage dat stopt met werken wegens ontslag is sterk toegenomen. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

In 2004 stopten in totaal 124.000 mensen ouder dan vijftig jaar met een betaalde baan van 12 uur of meer. In 2000 waren dit er nog 96.000. Er waren in 2004 bijna 2 miljoen mensen van ouder dan vijftig met een baan.

Het kabinet wil dat meer ouderen gaan werken, om de kosten van de vergrijzing te beperken. Om die reden wordt de fiscale subsidie van de VUT en het vroegpensioen volgend jaar beëindigd.

De toegenomen uitstroom van ouderen hangt samen met dezelfde vergrijzing: er zijn meer 50-plussers met een baan, dus stoppen er ook meer. Er zijn in verhouding wel veel meer mensen die ophouden met werken omdat ze ontslagen worden. Het aantal werklozen van tussen de 50 en 64 jaar verdubbelde in de periode 20002004. Was dat in 2000 nog 6 procent, in 2004 was dat 16 procent.

Daardoor is ook het percentage ouderen dat zegt weer aan de slag te willen, sterk toegenomen. Vorig jaar was dat een kwart, in 2000 nog 12 procent. Tot de mensen die willen werken rekent het CBS iedereen die zegt dat hij aan de slag wil: zowel de mensen die de maand voorafgaand aan de enquête actief hebben gesolliciteerd (de `werklozen') als de mensen die dat niet deden (het `onbenut arbeidspotentieel').

De gemiddelde leeftijd van de mannen die uitstroomden was 60 jaar. De gemiddelde leeftijd van de vrouwen was twee jaar lager. Als het om (vervroegde) pensionering gaat, was er echter nauwelijks verschil tussen mannen en vrouwen. De gemiddelde leeftijd bij pensionering was voor beide 62 jaar.