Lumière

De vroege ochtend, het is nauwelijks licht. Een buitenhuis in het Franse zuiden. In het schemerdonker glijdt een vrouw het zwembad in; ze is naakt. Er klinkt een zacht gezongen liedje: ,,Een vis zwemt in het water en dat is fijn, vooral in baden die verwarmd zijn. Mooi zijn de vrouwen als je hun borsten kunt aanschouwen, net een kronkelende slang met wiegende gang.''

Dit is het sensueel-voyeuristische begin van Lumière uit 1976, toen Jeanne Moreau na zo'n vijftig films besloot een eigen film te maken. Haar regiedebuut was jaren eerder aangekondigd als Les Comédiennes, maar dat project mislukte. De meeslepend melancholieke muziek is van Astor Piazolla en wie de credits bij aanvang nauwkeurig leest, valt op dat er een belangrijk rol is weggegelegd voor de coiffeuse. Inderdaad, Jeanne Moreau in de hoofdrol van Sarah Dedieu beweegt zich in lange gewaden met volop wuivend, iets rossig getint haar door het beeld.

Deze film van Jeanne Moreau is onomwonden autobiografisch. Zij koos niet alleen haar eigen zuid-Franse buitenhuis als locatie, ook is het de toeschouwer vergund een blik te werpen in haar Parijse slaapkamer. Lumière is een verrukkelijke film waarin Moreau en drie bevriende actrices ontspannen van gedachten wisselen over liefde en mannen, het acteren, het winnen van de Prix Diamant en welke robe te dragen bij de feestelijke uitreiking. Vruchtensap en broodjes begeleiden het ochtendgesprek over `de eerste keer'. Moreau, Caroline Cartier, Lucia Bosé en Francine Racette spelen elkaar amoureuze grapjes toe, zoals: ,,Wie draagt 's morgens een nieuwe jurk en nooit 's avonds? De bruid.'' Ook krijgt een aankomend actrice welgemeende adviezen, duidelijk geënt op de overtuiging van Moreau die voor Lumière ook het scenario schreef: trek aandacht met je lichaam, met je gezicht. Probeer anders te zijn dan de anderen. Toon de aantrekkingskracht van je lichaam.

De Franse `idolâtrie de la femme' heeft Moreau in Lumière tot stijlfiguur verheven. Met liefdevolle, aandachtige bewegingen glijdt de blik van de camera over en rondom haar lijf met `de wiegende gang', zoals de slang uit het begin. De vrouw als slang die het paradijs aan flarden verleidt, is ook het thema van een van Moreaus intrigerendste films, Eve (Joseph Losey, 1962).

In Lumière vertelt Moreau eigenlijk drie verhalen. Na de sensualiteit van het ontwaken raken de actrices verzeild in allerlei verwikkelingen die met films, liefdes en regisseurs te maken hebben. Telefoons rinkelen onophoudelijk, rollen worden geweigerd dan wel dankbaar geaccepteerd.

De sfeer van innige liefde, zowel voor het leven als voor de cinematografie, heerst over Lumière. Let ook op Keith Carradine die door Jeanne Moreau als een opgewonden `American-in-Paris' wordt opgevoerd. De zinnelijke trekken om de mond van Moreau verraden dat zij geniet van deze zeer mannelijke Carradine, zowel Moreau de actrice, als Moreau de regisseur.

Dit is deel 15 van een serie over de films van Jeanne Moreau, n.a.v. een retrospectief in Filmmuseum Amsterdam. `Lumière' wordt daar vertoond op 9 en 14 aug. Eerdere delen op www.nrc.nl.