Leuke meiden en geleerde dichters

Het Tuinfeest is een avond vol poëzie in de binnen- tuinen van Deventer. Grote bekenden droegen voor en er was een verrassende strijd in een boksring.

,,Is er niemand met zo'n doorzichtig kapje voor over de permanent?'', vraagt verteller Jacques Klöters aan het publiek in een groene stadstuin. ,,Als dat verdwijnt, gaat er toch iets verloren uit onze cultuur.'' Het natgeregende publiek lacht instemmend. Elders betreden Thé Lau en Jules Deelder de boksring in het kader van Pop versus Poetry. Gemoedelijkheid en prachtige poëzie wisselen elkaar af op Het Tuinfeest in Deventer.

De samenstelling van het ruim 1500 man tellende publiek van het poëziefestival, dat dit jaar voor de achtste keer werd gehouden, is niet veel veranderd: gemiddeld een jaar of 45, hoger opgeleid en niet onbemiddeld. Bekende Nederlandse dichters, zoals Gerrit Komrij, Ilja Leonard Pfeiffer en Jean Pierre Rawie lezen voor uit eigen werk. Dichter Des Vaderlands Driek van Wissen is wegens vakantie verhinderd. Wel is er dit jaar plek voor de Iraakse dichter Al Galidi en rapper Wan-Tan die teksten van de negentiende-eeuwse Deventer dichter Didymus voor zijn rekening neemt.

De toeschouwers roemen vooral de voordracht en de uitstraling van de schrijvers. ,,Die Hagar Peeters, dat is toch zo'n leuke meid'', is een veelgehoorde opmerking. Tjitske Jansen vallen vergelijkbare complimenten te beurt. En eigenlijk wil iedereen wel zo'n ,,aardige, geleerde heer'' als Rutger Kopland zijn. Al duurt zijn geïmproviseerde inleiding over het tikkende geluid van de regen wat lang. ,,Kan-ie niet een beetje opschieten?''

Maar Koplands teksten dwingen stilte af. In het nog ongepubliceerde gedicht Aan het grensland overpeinst hij het einde van zijn leven: ,,je verlangt naar een wat naar een waar/ iets misschiens iets dat je nooit hebt begrepen.''

In de broeierige theaterzaal is het publiek zo'n twintig jaar jonger. De oorzaak is Pop versus Poetry, waarin dichters het opnemen tegen popmuzikanten. Dichters als Ruben van Gogh, Diana Ozon en Jules Deelder gaan zanger Bas `Bazz' Barnasconi van de groep Van Katoen, Thé Lau en Roos van de band Roosbeef te lijf in een boksring. In de spotlight, met satijnen badjassen om de schouders en een microfoon uit het plafond voor de opzwepende presentator.

Geen wapen wordt geschuwd. Van het sociale engagement van Thé Lau tot Deelders rebelse stokpaardjes (De Hardnekkige Samaritaan) en van de zwartgallige humor van André Manuel tot de noodrem van de tijd van de zeventienjarige zangeres Roos, een tenger sprietje met rood haar, die hard de microfoon inzingt over de roekeloosheid van automobilisten: ,,Weer iemand dood/ door het rood''.

De poëzie delft het onderspit: de muzikanten klinken toch iets swingender en slepen het grootste applaus binnen.

Sommige dichters voldoen aan de publieksverwachting met succesnummers en quasi-grappige toelichtingen. Rawie: ,,Ik geef de clou van het gedicht met tegenzin weg, maar anders begrijpt u het niet.'' Anderen spelen juist met verwachtingen en de luisteraars. Hagar Peeters dicht in Babyboom boogie schertsend over ,,de vergrijsde blijver/ die eertijds ongeknipt/ het Maagdenhuis bezette/ en nu het pluche van te dure/ plannen achter marmer vlijt.''

Ook Al Galidi houdt de bezoekers een spiegel voor, door vanuit Iraaks perspectief naar de Nederlandse man-vrouw-verhoudingen te kijken. Hij krijgt de lachers op zijn hand door te concluderen dat de Nederlandse cultuur de enige is waarin de vrouw de haan is en de man de kip. De komkommersnijdende, theezettende, luierverschonende Nederlandse man. ,,Vind je het grappig?'', bijt een man zijn vrouw toe.

Toch zijn er genoeg momenten van pure, serieuze poëzie. Sommige dichters lezen actueel werk voor, zoals Maria Barnas met een gedicht over de verstrikte Russische onderzeeër. Alfred Schaffer reageert op de moorden op Fortuyn en Van Gogh: ,,alleen citaten bieden onderdak.''

Schaffer is laat op de avond geprogrammeerd, na publiekstrekker Gerrit Komrij. Zijn confronterende en soms pijnlijk mooie poëzie is wellicht niet luchtig genoeg na het gedicht Het boek van mijn vijand ligt bij De Slegte van de oud-Dichter des Vaderlands. Maar zijn woorden maken genoeg indruk om nog eens rustig herlezen.

Gisteren bezochten 115.000 mensen de boekenmarkt, die zich met 879 kramen uitstrekte over zes kilometer kade langs de IJssel. Het waren 10.000 bezoekers minder dan vorig jaar.

    • Elda Dorren