Laat hbo's meeconcurreren om onderzoekgeld

Er is geen goede reden voor verzet tegen de financiering van onderzoek door hbo's, betoogt Harrie Verbon. Geef universiteiten én hbo's een onderzoeksbudget op basis van internationaal erkende maatstaven van academische excellentie.

Een essentieel verschil tussen instellingen van hoger beroepsonderwijs (hbo's) en universiteiten is dat de laatste geacht worden onderzoek te doen en daar ook een budget voor krijgen van de overheid, en de eerste niet.

Dat leidt tot scheve gezichten. Het is niet verwonderlijk dat de hbo's ook wel geld voor onderzoek zouden willen hebben. Zeer tegen de zin van de universiteiten laten hbo's weten ambitie te hebben onderzoek te doen. Zo hebben hbo's in het zuiden van het land, verenigd in de Fontys hogescholen, aangekondigd dat ze onderzoeksplaatsen aan jonge hbo-docenten willen aanbieden. De overheid houdt dat verlangen om onderzoek te doen niet helemaal af. Zo subsidieert de overheid de aanstelling van zogenoemde lectoren bij de hbo's. Dit zijn hoogbetaalde medewerkers die geacht worden ook enig onderzoek te doen.

De universiteiten hebben al laten weten dit een heilloos plan te vinden. Sommige universiteitsbestuurders raden hun eigen hoogleraren expliciet af hbo's medewerking te verlenen als die advies over de uitvoering van onderzoek vragen. Zij zijn kennelijk zeer bevreesd voor concurrentie van hbo's en verlies van budget. Dat is voor een groot deel koudwatervrees, of een poging de eigen lage kwaliteit van onderzoek te verdoezelen.

Het is beslist niet onmogelijk dat als hbo's serieus aan onderzoek gaan doen, en daarvoor ook een budget krijgen, zij delen van het universitaire onderzoek wegconcurreren. Dat geldt dan met name voor de grote alfa-faculteiten, zoals economie, psychologie en politicologie. Daar werken te veel academici die het talent niet hebben om onderzoek van internationaal niveau uit te voeren. Aan de economische faculteiten, bijvoorbeeld, werken ruwweg zo'n 1.500 academici. Het overgrote deel van hen is Nederlander. Op de 30 beste economische faculteiten in de Verenigde Staten werken ook hooguit 1.500 academici. Een groot deel van hen is uit het buitenland afkomstig. Van de academici die in de VS op een top 30-faculteit werken, wordt verwacht dat zij onderzoek van topniveau afleveren.

In Nederland wordt ervan uitgegaan dat alle 1.500 academische economen onderzoek van internationaal niveau afleveren. Daar is ook het universitaire budget op afgestemd, maar het is onvoorstelbaar dat een klein land als Nederland net zoveel talent herbergt als de VS. Hbo's zien dat natuurlijk ook, en denken daarom ze dat ook wel een onderzoeksbudget van het rijk kunnen krijgen.

Er is geen enkel bezwaar als de hbo's pretenderen zelf ook onderzoek te kunnen doen. Er is zelfs geen enkel bezwaar tegen als hbo's zich in het vervolg universiteit mogen noemen. In de VS noemt ook iedere hogere opleiding zich universiteit. Niemand heeft daar een probleem mee, want iedereen kan ook precies nagaan wat de `ranking' is van iedere universiteit. Iedereen weet daar dat een universiteit op plaats 130 van die ranking vele intellectuele lichtjaren verwijderd is van toppers als Harvard of Yale.

De hbo's kunnen dan dus ook een onderzoeksbudget krijgen, maar alleen als ze ook werkelijk presteren op onderzoeksgebied. Universiteiten (dus inclusief de hbo's) zouden een onderzoeksbudget moeten krijgen op basis van internationaal erkende maatstaven van academische excellentie.

Dat is het eigenlijke probleem in academisch Nederland, namelijk dat wetenschappelijke kwaliteit niet voldoende beloond wordt. Iedere universiteit en iedere faculteit krijgt een evenredig deel van het onderzoeksbudget, ongeacht de wetenschappelijke productie.

Als er beloond zou worden naar prestatie, zou ook in Nederland heel gauw duidelijk zijn waar de `top'-scholen en waar de `gewone' scholen zijn. Een dergelijke beloning naar prestatie zou in Nederland bij de alfa-faculteiten een enorme impuls geven aan het academische onderwijs en onderzoek, omdat deze dan door de concurrentie gedwongen worden alleen de beste talenten aan te nemen, zowel wat het personeel betreft als de studenten. Goede docenten en goede studenten kunnen elkaar inspireren tot grote daden.

Die topfaculteiten zouden dan wel een stuk kleiner zijn dan de faculteiten nu, want talent, zowel bij studenten als bij docenten, is schaars. Bestuurders van de topfaculteiten zullen dan ook in hun kleinheid moeten berusten. Daarom komt een dergelijk onderscheid tussen `top' en `gewoon' er ook niet. De meeste universiteitsbestuurders willen vooral groot blijven. Dit is ook een reden waarom ze ook tegen alle initiatieven zijn die hbo's nemen op onderzoekgebied. Het kan de omvang van de universiteiten aantasten.

Harrie Verbon is hoogleraar openbare financiën aan de Universiteit van Tilburg

    • Harrie Verbon