De grootste brutaliteit

Het was een nog geheel hypothetisch geval, maar toch wonden de mensen zich er al erg over op. Het ging om het volgende: John de Mol is van plan Big Brother terug te brengen op de televisie. Er is, blijkbaar, ook sprake van dat daar een zwangere vrouw in voor zal komen. Dan zou het ook mogelijk zijn dat die zwangere vrouw in het Big Brother-huis bevalt. En nu legde Stand.nl op de radio de volgende stelling voor aan de luisteraars: ,,Een bevalling in Big Brother moet kunnen.''

Er waren mensen die zeiden, ach, voor mij hoeft het niet, maar we leven in een vrij land en als de mensen daarnaar willen kijken, best toch. Moet kunnen. Dat waren over het algemeen wat jongere stemmen. Maar de meeste luisteraars dachten er zo helemaal niet over. Ze waren woedend. De wat oudere stemmen vonden het onbegrijpelijk dat het blijkbaar niet evident was dat dit níét kon. Want voor hen was het dat wel. Ze gebruikten woorden als `stuitend', `weerzinwekkend', `smakeloos', `walgelijk' en `immoreel'. Argumenten gaven ze niet echt, want het was geen kwestie van argumenten voor hen, het was een kwestie van goede smaak, van het overschrijden van een grens die blijkbaar door de voorstanders niet gezien werd. Ze voelden, zo hoorde je aan de toon van sommige stemmen, de grond onder zich wegvallen en de wereld naar de knoppen gaan, als er bij wijze van amusement een baby geboren zou worden voor het oog van de camera. Het ging ze er niet om dat je nooit een bevalling zou mogen zien. Sommigen zeiden zelfs dat ze er in een medisch programma geen bezwaar tegen zouden hebben. Maar dat iemand uit roemzucht, uit exhibitionisme iets wat intiem en privé zou moeten zijn op de televisie zou gaan vertonen, dat druiste in tegen alles waar ze zich aan wilden houden.

Wat is het volgende?, vroeg ook menigeen. Een sterfbed? Een zelfmoord? Moet dat ook kunnen?

Het was heel begrijpelijk, die opwinding, ook al waren niet alle redeneringen even fijnzinnig. Het was interessant om te horen hoe iets volkomen vanzelfsprekend kan zijn: een bevalling hoort in de privé-sfeer plaats te vinden. Eventueel in de medische sfeer, natuurlijk, maar zeker niet in de publieke. En als iemand dat niet kan navoelen, dan resten slechts machteloze verontwaardiging en boze uitroepen. Omdat het hier om een taboe gaat, een regel die onbeargumenteerd heel diep zit, niet overschreden mag worden en als dat toch gebeurt tot diepe ontzetting leidt. Taboes zijn soms wel mooi. Het streven om ze allemaal te doorbreken, heeft niet voortdurend tot grote verbeteringen geleid.

Het gebrek aan gevoel voor wat privé is en wat openbaar, is daar helemaal geen slecht voorbeeld van. Het leidt bovendien tot veel overlast. En tot smakeloosheid, maar dat is dus precies wat degenen vinden die sommige dingen niet willen doorbreken of afschaffen. Meer dan tot smakeloosheid trouwens, zou ik zeggen, tot ontheiliging, ontwaarding. Het is niet zo slecht om sommige dingen heilig te verklaren – dat is een manier om waarde te verlenen.

Maar zoals gezegd, er is veel naar de publieke sfeer verschoven van wat vroeger privé was. De rouwadvertenties zijn daar een goed voorbeeld van. Zou de condoleancebrief verdwenen zijn en plaatsgemaakt hebben voor de rouwadvertentie? Dat lijkt soms wel zo. Mensen schrijven in een advertentie wat je denkt dat ze in een persoonlijke brief zouden moeten zetten. Dingen als (namen zijn gefingeerd): ,,Dientje, we zullen er voor je zijn, Jan en Marijke.'' Waarom Dientje geen brief geschreven of opgebeld of bezocht? Of doen Jan en Marijke dat ook wel, maar schrijven ze het bovendien in de krant, dat ze van plan zijn Dientje tot steun te zijn?

Ik moet eerlijk zeggen dat ik het vaak, net als de boze stemmen van stand.nl, enigszins weerzinwekkend vind, al dat openbare vertoon van medeleven. Ook echtgenoten die elkaar lieve knuffelwoordjes toefluisteren in de rouwadvertentie, die in de krant hun eigen koosnaampje vermelden zoals laatst een prominente weduwe nog weer deed – waarom toch? Waarom is dat niet privé? We hebben elkaar bij leven toch ook niet via de krant van onze liefde proberen te overtuigen? Of denken veel mensen dat de doden geen brieven lezen, maar wel nog de krant?

Willem Jan Otten schreef afgelopen zaterdag in M over Jorge Luis Borges, een van zijn `Helden'. En hij citeerde een uitspraak van hem: ,,Ontkennen of betwijfelen van de onsterfelijkheid is de grootste brutaliteit jegens de doden, de haast oneindige onbeleefdheid.'' Ja, Borges, is een heel groot schrijver, dat zie je meteen al aan zo'n formulering. ,,De haast oneindige onbeleefdheid.''

Ik dacht aan al die mensen die, naast de kist staande, zich tot de dode richten – wat me altijd geërgerd heeft. En aan zulke rouwadvertenties, waarover ik me meen te moeten opwinden. En ik schaamde me een beetje – die mensen gaan, tijdelijk, even, uit van onsterfelijkheid. Ze blijven zich richten tot iemand die er niet meer is. Misschien niet omdat ze écht geloven dat de doden blijven voortbestaan, maar uit de wil om dat nu te geloven, uit respect voor de overledene. Dat is eigenlijk een heel mooie houding.

Die kant ervan, dat men zich niet tot de doden zou moeten richten als leefden ze nog, was meteen weer ontzenuwd. Dat moeten we eigenlijk maar wel doen. Maar dat andere, dat dat openbaar moet, in de krant, op de televisie, nee.

Wie de intimiteit opgeeft als begrip, geeft meteen zoveel meer op. Ik denk dat dat het is waardoor al die mensen zich zo boos maken. Wie het huwelijk opvat als iets intiems en privé, misschien zelfs wel bijna als iets heiligs, kan niet op de televisie gaan bevallen, net zomin als je op de televisie de liefde bedrijft of de flauwe grapjes vertelt waar je aan tafel met z'n tweeën enorm om moet lachen. Net zomin als je je moeder in het ziekenhuis voor het oog van de camera bezoekt of de moeilijkheden van je beste vriendin in het openbaar bespreekt. Zoveel dingen bestaan alleen of hebben alleen waarde bij de gratie van de intimiteit – stel je voor dat er een camera op je gericht was als je wakker werd en de eerste dingen van de dag tegen elkaar zei. Bijvoorbeeld. Voor de camera leven is misschien, net als de onsterfelijkheid botweg ontkennen, een kwestie van onbeleefdheid. Het is de grootste brutaliteit. Tegen het leven.