Dance Valley: sfeer in de modder

Na de overvloedige regenbuien van vrijdag, toen de buitenpodia noodgedwongen dicht bleven en duizenden kaartjesbezitters niet kwamen opdagen, viel het weer op de tweede dag van Dance Valley mee. Een enkele forse bui dreigde de feestvreugde op het dansfestival alsnog te verstoren, maar verder bescheen een voorzichtig zonnetje het festivalterrein, dat met naar schatting 40.000 bezoekers aardig volliep.

Enorme modderpoelen herinnerden nog aan het noodweer van de vorige dag. Al te blote en luxueuze uitmonsteringen waren zeldzaam. Vanwege de modder waren hoge, rubberen kaplaarzen wel het hipste mode-item, maar de mensen die heel provocerend rondliepen met, aanvankelijk tenminste, spierwitte broeken, pakken en zelfs een bruidsjurk, verdienden ook alle respect. De sfeer was er verder niet minder om.

Zo ging het programma zaterdag normaal door en was het prettig dwalen door de wirwar van tenten en buitenpodia. Dansmuziek volgens Dance Valley is nogal aan de platte kant, anders krijg je natuurlijk ook geen tienduizenden bezoekers binnen de poorten. Maar een poosje flaneren langs het Global-podium leerde dat de botte beats van DJ's als Umek en Marco Bailey zeker hun meeslepende werking hebben, vooral op het gruwelijk hoge volume op dit podium.

Er werd op al die podia nauwelijks afgeweken van de bonkende en zo effectieve vierkwartsmaat. Maar hoewel de grootste artistieke rek er momenteel even uit lijkt, bleek opnieuw dat daarbinnen nog allerlei varianten en permutaties mogelijk zijn. Van loeihard stampend op de HQ tot bijkans etherisch en abstract in de Chill en de Disco Loco. Op dat podium zorgden Richie Hawtin en Ricardo Villalobos, grootmeesters van het minimal techno-geluid, met hun `back to back'-set voor een hoogtepunt: om de beurt legden ze platen op van een ongekende, ijle schoonheid. Dwarrelende melodieën maakten zich los uit schijnbaar losse klankelementen en de beats waren knisperend helder. Het publiek luisterde aandachtig en floot enthousiast, elke keer als de bevrijdende, vierkant heiende bassdrum weer werd ingemixt.

Het Disco Loco-podium, een soort houten strandbar en een dansvloer die heel contrasterend werden omzoomd door roestende metalen zeecontainers, verdiende de dagprijs voor het mooiste podium. Goede tweede was het Armada-podium, vernoemd naar de platenmaatschappij van Armin van Buuren, waar de DJ's halverwege het kraaiennest van een heus piratenschip stonden te draaien. Van Buuren zelf was hier uiteraard de grootste trekker en bracht forse mensenmassa's op de been. De haast symfonische, maar ietwat zouteloze grandeur van zijn vlekkeloos geproduceerde trance-nummers zette hij effectief af met pittig percussief spul.

Zo draaide de ene DJ na de ander, in totaal meer dan 150, zijn platen. Met ouderwets vinyl, met cd's of met de laptop. De live-optredens waren verre in de minderheid en lieten doorgaans zien dat in deze sector het verschil tussen zo'n live-act en een DJ-set steeds cosmetischer wordt. Dat er aan zoiets niet al te veel te bekijken is, zal het feestende publiek worst wezen. Ondanks de torenhoge honoraria voor de DJ's zijn de dansers zelf de sterren van zo'n dag. Al nam niet iedereen dat zo letterlijk als die enthousiasteling die in de Disco Loco op de `bar', pal voor de DJ van dienst, zijn wilde danspassen stond uit te voeren.

Festival: Dance Valley. Gehoord: 6/8, Recreatieterrein Spaarnwoude.

    • Jacob Haagsma