Chef VN-programma stapt op na kritiek

De voormalige directeur van het zogeheten Olie-voor-voedselprogramma van de Verenigde Naties, de Cyprioot Benon Sevan, heeft zijn ontslag ingediend. Sevan wil niet wachten op het verschijnen van een rapport van een onafhankelijke onderzoekscommissie naar corruptie bij het programma, dat Irak ondanks een VN-embargo tussen 1996 en 2003 in staat stelde olie te verkopen waar medicijnen en voedsel voor gekocht mochten worden voor de Iraakse bevolking.

Vandaag zal de voorzitter van de onderzoekscommissie, de vroegere voorzitter van de Amerikaanse Centrale Bank, Paul Volcker, voor de derde keer tussentijds conclusies presenteren.

Volcker heeft aangekondigd in het rapport aandacht te besteden aan de 67-jarige Sevan, een diplomaat met een lange staat van dienst binnen de VN. De belangrijkste bevindingen zijn al naar de advocaat van Sevan gestuurd.

Eerder lag de oud-directeur al onder vuur. Hij zou onvoldoende duidelijk hebben gemaakt hoe een bedrag van 160.000 dollar op zijn rekening terecht was gekomen. Sevan heeft steeds gezegd dat hij het geld van een inmiddels overleden tante heeft gekregen, maar dat wordt in twijfel getrokken.

Sevan ontkent alle beschuldigingen. In een door zijn advocaat gepubliceerde brief schrijft Sevan dat hij tot zondebok wordt gemaakt. Hij zou zijn carrière en goede naam nooit op het spel hebben gezet voor 160.000 dollar.

Sevan vindt dat secretaris-generaal Kofi Annan hem onvoldoende steunt, zo blijkt uit een schriftelijke verklaring van Sevan. ,,Ik heb begrip voor de druk die op u wordt uitgeoefend, en besef dat er mensen zijn die uw en mijn reputatie trachten te vernietigen. Maar mij opofferen uit politiek opportunisme zal onze critici niet tevreden stellen en onze organisatie niet helpen.''

Volgens Sevan kampte het voedselprogramma van de Verenigde Naties, dat bedoeld was om de gevolgen van het embargo tegen Irak dragelijk te maken voor de bevolking, met tegenstrijdige uitspaken van de Veiligheidsraad. Bovendien gingen er tientallen miljarden om in het programma en werd de organisatie geconfronteerd met verschillende nationale belangen.