Blair worstelt met radicalen

Londen wil extremistische moslims harder aanpakken. Maar deze geven zich niet gewonnen, blijkt uit een publicatie in een Britse krant. ,,Als moslim ben ik natuurlijk terrorist.''

De Britse regering probeert extremistische moslims de duimschroeven aan te draaien. Ze worstelt alleen nog met de vraag hoe dat het beste kan gebeuren zonder de democratische rechtsstaat al te zeer te schaden.

De voorstanders van strenge maatregelen kregen dit weekeinde nieuwe munitie aangereikt van de media. Vooral een reportage van een verslaggever van The Sunday Times, die undercover een paar maanden een groep radicale moslims had gevolgd, maakte indruk.

De reporter volgde een groep, die zichzelf de Sekte van de Verlosser noemt. Vier dagen voor de aanslagen van 7 juli, waarbij 56 doden vielen, hield een van de leiders van de groep, sjeik Omar Brooks, zijn gehoor voor dat het de plicht is van alle moslims terrorist te worden. ,,Als moslim ben ik natuurlijk terrorist'', aldus de 30-jarige Brooks, die geboren is in Groot-Brittannië maar wiens familie uit het Caraïbisch gebied afkomstig is. Hij verklaarde niet als ,,een oude vrouw'' in bed te willen sterven. ,,Ik wil in stukjes worden gereten, met mijn handen op de ene plaats en mijn voeten op een andere.'' Hij drukte zijn toehoorders op het hart zich vooral niet in te laten met niet-moslims en met moslims die met de Britse vijand heulen.

Ook een andere radicale imam, de uit Syrië afkomstige Omar Bakri Mohammed, trok de aandacht met krasse uitspraken. Zo heeft hij volgens The Sunday Times twee dagen na de aanslagen van 7 juli in kleine kring verklaard dat hij de voorafgaande 48 uur ,,erg gelukkig'' was geweest. Hij verwees naar de daders van de aanslagen als ,,de fantastische vier''. In een reactie in dezelfde krant ontkende Bakri overigens dat hij dit gezegd zou hebben.

Volgens de zondagskrant proberen de radicale moslims bewust de Britse samenleving zoveel mogelijk te schaden. Zo willen ze geen normale baan hebben en leven ze bij voorkeur van een uitkering. Andere media meldden dat radicale moslims vaak gebruik maken van schuilnamen om zoveel mogelijk geld op te strijken. In totaal zouden de vier verdachten van `21 juli' een half miljoen pond (750.000 euro) hebben ontvangen van de Britse autoriteiten.

Maar hoe pak je dit soort radicalen aan? Vooral de imams zijn op grond van de huidige regelgeving tamelijk ongrijpbaar, vooral als ze zich in weinig concrete termen uitlaten. Juristen wijzen erop dat iemand als Brooks, die oproept om niet-moslims angst aan te jagen, moeilijk valt te vervolgen. Als hij zou zeggen `vermoord premier Tony Blair' of `pleeg een aanslag op de Londense ondergrondse' ligt dat anders, maar Brooks hoedt zich er wel voor zulke expliciete oproepen in het openbaar te doen.

Premier Blair kondigde vrijdag aan dat zijn regering het makkelijker wil maken om extremistische buitenlandse imams het land uit te zetten en om op korte termijn moskeeën, waar haat tegen het Westen wordt gepredikt, te sluiten. Ook wil de regering de omstreden beweging Hizb ut-Tahrir, die in veel andere Europese landen al is verboden, verbieden.

Gisteren kwam een nieuwe gedachte naar boven: beschuldig radicale imams, die aanzetten tot terrorisme, van verraad. Zo'n stap zou vooral gericht zijn op mensen als Omar Bakri Mohammed. Maar zoiets zou alleen mogelijk zijn tegen Britse moslims, merkten juristen op, want hoe kun je een buitenlander van verraad aan de Britse zaak betichten?

Onder moslims is onrust ontstaan over de voorstellen van de regering. Ze vrezen dat die bijdragen tot stigmatisering van de moslims. Ook wijzen sommigen erop dat het verbieden van een beweging als Hizb ut-Tahrir, die zich niet aantoonbaar met geweld heeft beziggehouden, op selectiviteit neerkomt. De rechtse, racistische British National Party is bijvoorbeeld niet verboden, al worden aanhangers individueel vaak wel vervolgd wegens racistische incidenten.

Ook burgerrechtenorganisaties maken zich zorgen en de Liberaal-Democratische oppositie heeft bij monde van haar leider Charles Kennedy al laten weten dat ze niet automatisch de voorstellen van de regering zal steunen.

Het makkelijkst voor de Britse justitie zijn in zekere zin de verdachten van concrete aanslagen beschuldigen, zoals het viertal dat op 21 juli een mislukte poging deed in Londen drie metrotreinen en een bus op te blazen. Drie van hen werden vanmorgen voorgeleid aan de rechter-commissaris, nadat ze gisteren officieel in staat van beschuldiging waren gesteld. De aanklacht luidt dat ze hebben samengezworen met als doel medeburgers te vermoorden.

Een vierde man wordt ervan beschuldigd explosieven voor een aanslag, waarvan hij om nog onbekende reden afzag, in een bosje te hebben achtergelaten. Nog zeven anderen zijn eveneens in staat van beschuldiging gesteld omdat ze belangrijke informatie over terroristen voor de politie hadden verzwegen. Verder hopen de Britse autoriteiten spoedig Hussein Osman, de verdachte van de vierde aanslag van 21 juli, in handen te hebben. Deze zit nog vast in Rome, waar hij anderhalve week geleden werd gearresteerd. De Italiaanse justitie onderzoekt thans of Osman kan worden uitgeleverd aan Groot-Brittannië.