'ZE ZIEN ONS NOG STEEDS ALS KIPPENDIEVEN'

In Nederland wonen zo'n zes- tot tienduizend Roma en Sinti. Een deel woont al generaties in Nederland, de rest is gevlucht, vooral uit Oost-Europa. Begin dit jaar riep de Raad van Europa de Roma-decade uit om het Roma-beleid in Europa te volgen.

Portretten van Roma en Sinti in Nederland.

Lalla Weiss is een indrukwekkende vrouw. Het boegbeeld van de Nederlandse Sinti en Roma hult zich in wijde rokken en heeft het haar strak achterover gevlochten. Weiss is al meer dan vijftien jaar coördinator van de Landelijke Sinti Organisatie (lso), de grootste organisatie van Sinti en Roma in Nederland. Vanaf 1 januari vertegenwoordigt ze Nederland in het Europees Forum voor Roma en Sinti (efrs) in Straatsburg, om mee te praten over het beleid dat op Sinti en Roma gericht is. Het is de eerste keer dat ze zelf mee mogen praten.

'Ik zou graag zien dat je Roma en Sinti in alle lagen van de bevolking tegenkomt', zegt ze, terwijl ze haar leesbril aandrukt. 'Maar ze zien ons nog steeds als kippendieven.' Dat imago kwam zelfs in de wetgeving tot uitdrukking. Tot 1999 gold de Woonwagenwet, die in de praktijk een landelijk trekverbod voor Roma en Sinti inhield. En volgens een rapport van de Anne Frankstichting (Monitor racisme en extreem rechts, oktober 2004) zijn de Sinti en Roma het meest gediscrimineerde volk van Nederland.

Ook in andere landen van Europa komt 'anti-ziganisme' voor, en dat is voor de Raad van Europa aanleiding geweest om een Roma-decade uit te roepen, een tienjarig project in samenwerking met de Wereldbank en de Soros-Foundation, waarin vooral het Roma- beleid in Oost-Europese landen gevolgd zal worden. Lalla Weiss zal er met de overige leden van het Europees Forum voor Roma en Sinti zelf op toezien dat de investeringsgelden voor huisvesting, werkgelegenheid, scholing en gezondheidszorg juist besteed worden.

In Nederland is de situatie voor de Roma niet florissant. Vreemd genoeg is de nijpende situatie van de Roma in de smerige nederzettingen van Macedonië, Servië en Slowakije dankzij reportages en filmbeelden wel redelijk bekend, maar over dezelfde bevolkingsgroep bestaan in eigen land nog steeds misverstanden.

Het minste is misschien nog wel dat de meeste mensen het verschil niet kennen tussen 'reizigers', Sinti en Roma. Reizigers zijn de zogenaamde woonwagenbewoners van autochtone origine, ook wel 'kampers' genoemd. Op een kampje kan men zien waar zij wonen, doordat zij hekjes en tuintjes hebben aangelegd. Sinti en Roma doen dat meestal niet. Sinti en Roma zijn van Indiase komaf. Aangenomen wordt dat rond het jaar 1000 grote groepen paria's en kastelozen India verlaten hebben en over de wereld zijn uitgezwermd. Dat is gebleken uit taalonderzoek: de taal van de Sinti, het Romanes, is verwant aan het Sanskriet. Het Romanes wordt overigens nog altijd gesproken, en Nederlands is voor vrijwel alle hier wonende Sinti en Roma een tweede taal.

Rom betekent 'mens' en in feite zijn alle 'zigeuners' (een scheldwoord, waarschijnlijk afgeleid van het Duitse zieh Gauner - rondtrekkend tuig) Roma. Tot de Roma behoren de Kalderash, de Lowara, de Ursari en zo meer, stammen die ook allemaal een eigen beroepsgroep vormen: ketellappers, paardenhandelaren, berenmenners. Maar met name de mensen die in Oost-Europa zijn 'blijven hangen', noemen zich Roma. Verder zijn er in Europa nog de Gitano's, de in Spanje verblijvende 'zigeuners' en de Sinti. Deze laatste groep heeft altijd in West-Europa vertoefd, wat te horen is aan de taal die veel Duitse invloeden heeft. De Sinti schermen zich wat sterker af dan de Roma: buitenstaanders mogen hun taal niet leren en hun reinheidswetten zijn strikter dan die van de Roma.

In Nederland wonen zo

zes- tot tienduizend Roma en Sinti. Ze zijn onder te verdelen in 'Nederlandse' en 'buitenlandse' Roma en Sinti: de 'Nederlandse' groep van zo'n vijf- tot zesduizend mensen bestaat vooral uit Sinti en enkele Roma. Ze wonen al generaties lang in Nederland en hebben vrijwel allemaal de Nederlandse nationaliteit. Deze groep woont voornamelijk op kampjes in Brabant en Limburg.

De 'buitenlandse' groep bestaat vooral uit de Roma uit Joegoslavië die in de jaren '70 dankzij het 'generaal pardon' in Nederland kon blijven, destijds 550 mensen. Zij zijn in huizen gaan wonen in tien opvanggemeenten, waaronder Nieuwegein en Capelle aan den IJssel. Dan is er nog een groep Roma-vluchtelingen die in de jaren '90 de Balkan-oorlog ontvlucht is én de huidige Roma-vluchtelingen. De laatste twee groepen zijn vrij hoog opgeleid.

Thuis wordt het (Sinti-)Romanes gesproken; wie naar school gaat stapt dus een andere wereld binnen. Bovendien zijn veel ouders zelf niet naar school gegaan en worden de 'burgerscholen' zelfs als negatief ervaren wegens andere normen en waarden. Lalla Weiss heeft daar wel een verklaring voor: 'In de oorlog zijn de kinderen zó, door de Nederlandse politie nog wel, van school gehaald. Tweehonderdvijfenveertig mensen zijn tijdens die razzia op transport gezet. Eenendertig kwamen er terug.' Volgens Weiss is de achterdocht die veel ouderen hebben ten opzichte van scholen daarop terug te voeren.

Vaak halen ouders de meisjes van school om hen voor te bereiden op het huwelijksleven. Sommige groepen reizen nog altijd veel, met name in de zomermaanden. Niet in elke gemeente wordt de Leerplichtwet even streng gehandhaafd.

Rondom de gemeente Eindhoven zijn de laatste tijd successen geboekt door bijvoorbeeld klassenassistentes van eigen komaf op de kleuterscholen in te zetten. Door dit initiatief van reïntegratiebedrijf Pluspunt wordt de taalachterstand beter bestreden en krijgen de ouders vertrouwen in de aanpak van hun kinderen. Op dit moment gaan vrijwel alle kinderen van de kampjes rondom Eindhoven naar school.

Maar er zijn problemen: door het wijdverbreide analfabetisme onder de Sinti en Roma kunnen zij moeilijk aan werk komen. Bovendien zijn ze door hun reisgedrag en onafhankelijke instelling geen gewilde werknemers. Diegenen die wel in loondienst willen, voelen zich vaak tegengewerkt en achtergesteld door werkgevers. Sinti en Roma hebben een grote voorkeur voor zelfstandigheid, maar veel van de traditionele beroepen zijn verdwenen. Alleen muziek vormt soms een goede inkomstenbron. De criminaliteit onder de Roma is relatief hoog, al zijn hierover geen harde cijfers te geven.

De laatste tijd zijn wel steeds meer jongeren in staat een baan te vinden dankzij een afgeronde beroepsopleiding. Ook gaan steeds meer vrouwen werken.

Uit het rapport van de Anne Frankstichting en een rapport van Dokters van de Wereld, de Nederlandse tak van Médecins du Monde, blijkt verder dat de gezondheidstoestand van de Roma en Sinti relatief slecht is. De slechte ligging van de kampjes speelt hierbij een rol, maar ook de zogeheten reinheidswetten. Door die wetten is het taboe om over 'vrouwenzaken', seksualiteit, kanker, anticonceptie en homoseksualiteit te praten. Ook de dood wordt vermeden, kinderen mogen niet in een wagen geboren worden en zo zijn er meer taboes. Sinti en Roma hechten sterk aan hygiëne, maar ze hebben over het algemeen weinig kennis van de werking van het menselijk lichaam. Met als gevolg dat er meer overgewicht heerst, meer gerookt wordt, meer medicijnen en alcohol gebruikt worden en er meer psychosomatische klachten zijn. De kindersterfte ligt hoger en de levensverwachting lager dan het Nederlands gemiddelde.

Sinti en Roma kunnen ook maar moeilijk de weg naar de reguliere gezondheidszorg vinden. Om hier iets aan te doen, heeft de lso in samenwerking met Dokters van de Wereld een project opgezet waarin vrouwen uit deze bevolkingsgroep bijeenkomen en voorlichting krijgen over maatschappelijke instanties en dan met name de gezondheidszorg. Uitbreiding van dit project volgt, met als doel intermediairs uit eigen gelederen op te leiden.

Verder is de staat van vele wagens niet bepaald florissant: vaak zijn ze te klein voor het gezin en bovendien erg vochtig. Pas getrouwde jongeren vinden vaak geen plaats voor een eigen wagen op het kamp. Dat leidt tot samenwonen in overvolle wagens.

Volgens de reinheidsvoorschriften moet het sanitair buiten de wagens liggen, met als gevolg dat douche en wc in onverwarmde schuurtjes achter de wagens zijn ondergebracht.

Sinds de afschaffing van de Woonwagenwet is het aan gemeenten om zelf een beleid ten aanzien van de inwonende Roma en Sinti (en reizigers) te formuleren en uit te voeren. Welzijnswerkers van vroeger zijn niet langer in functie en goede raad is duur: er zijn enkele adviseurs die zich laten inhuren en reïntegratiebureaus die zich hebben gespecialiseerd. In sommige gemeenten gaat het goed en bestaat er een soepele communicatie, maar liggen de autochtone bewoners dwars.

Pater Jan van der Zandt heeft als geestelijk leidsman veel ervaring met Sinti. Hij zegt: 'Eerder werden Roma, Sinti en reizigers aangesproken als collectieve bevolkingsgroep. Tegenwoordig zijn zij voor bestuurders individuen. Men verwacht dat zij zich aanpassen, maar vertelt hun niet hoe. Dat je kan bezuinigen door een deur dicht te doen wanneer de kachel brandt, komt niet in hen op, want die deur móét open, men is gewend buiten te leven.'

Lalla Weiss staat sinds de installatie van het efrs (15 december 2004) op de barricades, maar ze is nu, aan het begin van de Roma- decade, wat sceptisch over de Nederlandse benadering. 'De ene professor na de andere antropoloog weet iets over ons te vertellen tijdens vergaderingen over hoe we ons als Nederland dienen te presenteren in Brussel en Straatsburg. En ondertussen wordt de subsidie van de lso, hét instituut voor voorlichting over en voor de Sinti en Roma in Nederland, gericht op projecten ter integratie, gewoonweg stopgezet. Heb je enig idee hoe het voelt om altijd maar genegeerd te worden?'

Bibi Schobbers is freelance journalist.

Pascal Ollegott is fotograaf.

[streamer]

'Dat je kan bezuinigen door een deur dicht te doen wanneer de kachel brandt, komt niet in hen op.'

    • Bibi Schobbers