`Wij Nederlanders hakken terug'

De wereld van de wetenschap is vol grote controverses en kleine irritaties. Deze week fysicus Ad Lagendijk over terugmeppen op congressen.

`WETENSCHAP is héél sociaal'', zegt Ad Lagendijk, hoogleraar experimentele fysica op het AMOLF in Amsterdam. ``Bij de natuurkunde die ik doe kun je niet in je eentje achter je bureau artikelen produceren en die de wereld insturen. Wil je geaccepteerd worden door je collega's dan moet je op internationale congressen je gezicht laten zien om daar je werk te presenteren en te verdedigen. En daar leer je van je af te bijten.''

Lagendijk houdt zich bezig met het manipuleren van licht in `complexe media' (fotonische kristallen). Al jaren timmert hij met zijn onderzoeksgroep aan de weg en op zijn vakgebied behoort hij tot de wereldtop. ``Onlangs was ik op een conferentie op Kreta'', zegt hij op zijn werkkamer in de Watergraafsmeer. ``Vierhonderd man, met alle toppers op mijn vakgebied. Veel onderzoeksgroepen geeft vanzelf strijd. Iedereen wil scoren, de beste zijn, beroemd worden. En dan gaat het er soms wild aan toe. Niet aan de lunchtafel, maar wel tijdens de lezingen.''

Prioriteit is het sleutelwoord. Lagendijk: ``Zit je naar een presentatie te luisteren en opeens schiet het door je heen: hij doet wat ik gedaan heb zonder naar mij te verwijzen. Dat komt vaak voor en geloof me, de spreker doet dat in de regel expres. Dan moet je keihard terugmeppen. Opstaan en zeggen: `Are you aware of the fact...' Prioriteitskwesties liggen gevoelig, de eerste zijn is belangrijk. Vooral de Amerikanen zijn enorm chauvinistisch. Ze hebben het in Harvard, Caltech of MIT helemaal voor elkaar en zodra ze Europees werk kunnen ontkennen, zullen ze het niet laten. Ik ben niet te beroerd als het moet terug te meppen. Wie zich tegenover zo'n Amerikaanse hot shot wil handhaven, dient agressief voor de dag komen.''

Daar komt bij dat Europeanen vanwege de taal absoluut in het nadeel zijn, zegt Lagendijk. ``Het Engels geeft de Amerikanen een geweldige voorsprong. Wie als Spanjaard of Italiaan in hakkelend Engels een grote jongen uit Stanford voor de voeten wil werpen dat hij het allemaal al eens eerder heeft gedaan, moet van goede huize komen. Denk maar niet dat zo'n Amerikaan uit medelijden zijn spreeksnelheid matigt. Dat is vervelend. Als ik voorzitter van een sessie ben, eis ik dat de spreker de vraag uit de zaal herhaalt, dat scheelt al een stuk. Het punt is dat die Spanjaard of Italiaan beleefde bewoordingen kiest. Dat werkt niet, zo overtuig je geen zaal. Ik zeg direct: `You are wrong'. Dat komt tenminste over – aan understatements heb je niets. Wij Nederlanders zijn om die houding berucht. Wij hakken terug.''

Een andere gevechtsterrein is dat van de peer review: collega's die artikelen die ter publicatie zijn aangeboden aan een tijdschrift, (anoniem) beoordelen. ``Ik heb het eens meegemaakt dat een artikel met een onwelgevallige uitkomst door een belanghebbende referee werd tegengehouden omdat het niet zou deugen'', zegt Lagendijk. ``Terwijl het goed in elkaar stak. Ook vertragen is een beproefde techniek. In zo'n situatie moet je juist niet een hoge toon aanslaan. Altijd beleefd blijven, peper ik mijn promovendi en postdocs in, nooit je woede laten blijken. Dus niet schrijven: `De referee zit er finaal naast'. Maar in plaats daarvan: `I thank the referee for his careful judgment. I understood he came to his conclusion on the basis of... This may result from our not so accurate explanation. Therefore we have rephrased the text...' Enzovoort. Die aanpak werkt.''

Vanwege dit soort vertragingstactieken stuurt Lagendijk niet elk belangwekkend resultaat van zijn onderzoeksgroep automatisch naar Physical Review Letters, het toptijdschrift van de fysici. ``Als ik weet dat er kapers op de kust zijn gaat het naar een tijdschrift van lagere rang. Die publiceren sneller dan PRL. Ik heb ooit meegemaakt dat een artikel van ons daar back to back met dat van een concurrerende groep verscheen, terwijl wij een paar maanden eerder waren. Dat is niet leuk.''

En altijd is er Lagendijks gevecht tegen de universitaire bureaucratie. ``Ik ben zo'n idioot die ongestoord op zijn vakgebied bezig wil zijn. Altijd die papieren, altijd die gekmakende veranderingen. Toen ik op AMOLF afdelingshoofd was, was ik het zo spuugzat dat ik directeur Frans Saris vroeg me van die post te ontheffen. `Maar Ad', zei die. `Ik wíl juist afdelingshoofden met een hekel aan bureaucratie.''

    • Dirk van Delft