Trouwring

Riemer van der Velde wil geen paardenstaart in het elftal van Heerenveen. Niet uit esthetisch bezwaar, gewoon omdat de naam van de sponsor op de rug van voetballers goed leesbaar moet zijn. Riemer let op de centjes. Friesland is vergeven van de piercings, de tatoes en de minirokken, maar een paardenstaart komt er in het Abe Lenstra Stadion niet in. Toch niet op het veld.

Riemer is een kerel.

Daar hebben ze er in de bossen van Zeist geen twee van, zou je denken. Ho maar. De KNVB heeft een draconische schoonmaakoperatie gedecreteerd. Voortaan zullen er op voetbalvelden geen rubberen polsbandjes meer te zien zijn. Ook geen in tape verpakte ringen of oorbellen, en al helemaal geen piercings. Zelfs de trouwring moet achterblijven in de kleedkamer. Mag er nog iets om de hals? Geen sprake van.

Tot de collectieve ontbladering van het Nederlandse voetbal is besloten uit zogenaamde veiligheidsoverwegingen. Wat een onzin! Kunnen we met een rubberen polsbandje de vijand doden? Ik dacht het niet. Meer dan een rode lap voor de stier kan het niet zijn. Maar de KNVB wil zo graag van deze tijd zijn, en dus wordt de veiligheidsneurose ook op gras verheven tot een liturgische daad van verzet. Zeist als Londen, de KNVB als Scotland Yard. Weg met de parafernalia van vrijheid en decadentie! Op naar de geruststellende eenvoud van klompen! Napalm over rubberen polsbandjes, oorbellen en Rolex! Het liefste zou de KNVB alle mensenrechten in de kleedkamer achterlaten.

Is er nog een spelersvakbond?

Geen misverstand: de opruiming van de rubberen polsbandjesindustrie lacht me toe. Maar dan eerder uit ethische dan uit veiligheidsoverwegingen. Het goede doel is mij veel waard, maar je mag het niet zien. Polsbandjes voor respect, polsbandjes tegen geweld, polsbandjes tegen racisme, polsbandjes voor een kankerstichting, waarom geen voetklemmen en kettingen? Als de zeven plagen van Egypte zo gemakkelijk uit te roeien waren dan wil ik er zelfs alle modekoningen bij hebben, van Versace tot Armani en Dries van Noten. Helaas, duivels van darmen laten zich niet vangen in een polsbandje.

Juist nu het voetbal wordt gekoloniseerd door het emotioneel-modieuze Talpa mag een voetballer in de eredivisie niets meer inbrengen van een flonkerend oor, van een gesculpteerde hand, van een wreef met gouden wratjes. Alles moet puur natuur, naar de aard van het skelet. Naar het naakt der barbaren.

Ik heb voetballers gekend die een schapulier kusten na een doelpunt. Om er maar een te noemen: de heiden John van Loen. Dirk Kuijt vond het altijd een groots moment als hij na een kanonskogel zijn trouwring kon kussen in een laaiend stadion. Het waren eigenlijk twee kusjes: eentje voor Gertrude en eentje voor zijn dochter. Straks moet Dirk Kuijt na een doelpunt een lege hand beroeren. Dan ben je wel heel ver van de liefde, ver van het leven.

Thierry Henry die het zwartwit bandje introduceerde tegen racisme mag niet meer in de Arena voetballen met een polsbandje. Morele furie, het is aan de Zeister kliek wel besteed. Maar steeds weer vergisssen ze zich van vijand. Of het nou burgemeesters zijn, of goede doelen, of de domme koketterie van voetballers. Over het gespuis in de stadions dat met bakstenen rondloopt, hoor je Henk Kesler cs. niet.

Zou een zweetbandje mogen?

De hele Nederlandse voetbalgemeenschap was tot op het bot gecharmeerd door de aanwezigheid van Diego Maradona in de Arena. Niet echt een voorbeeld van bijbelse orthodoxie, maar wel een icoon van deze tijd. Zijn oorbellen glinsterden in de avondzon. Ik denk dat Ajax, Feyenoord en PSV veel geld over zouden hebben om Diego per sponsorcontract in de dug-out vast te spijkeren. Maar met oorbel mag het niet meer. Trouwring kan ook niet, toch niet binnen de krijtlijnen.

Stel nu dat je een geniale voetballer bent met dikke vingers. De trouwring is ingeroest, hij kan niet meer uit. Voor normale mensen is dit een sprookje van tijdloosheid, voor de KNVB is dit een flagrante overtreding van de spelregels. Je hoort dus – met dikke vingers – te kiezen tussen vrouw en bal. Toen Tony Blair nog Tony Blair was zou iedereen geroepen hebben: hallo, mensenrechten! Zo ver gaat de blik van Henk Kesler niet. Maar hij doet wel alsof, en ook nog als imperatief van de onderbuik.

    • Hugo Camps