Ten strijde tegen de Afrikanen

Zo goed het gaat met Simon Vroemen (36), zo somber is de steepleloper over de loopsport. Afrikanisering en geldgebrek vindt hij ernstige bedreigingen. En in Nederland domineert de patatcultuur.

Tot zijn ongenoegen is Simon Vroemen formeel een oude atleet geworden. Wie 36 jaar is, zoals Nederlandse beste steepleloper, wordt door de internationale atletiekfederatie IAAF officieel tot veteraan gerekend, omdat de leeftijdsgrens tijdens het congres deze week is verlaagd van 40 naar 35 jaar. Pijnlijker had de federatie Vroemen niet kunnen treffen. Hoezo oud? De duivel is oud. ,,De slechtste beslissing die de IAAF heeft genomen'', foetert hij aan de vooravond van de wereldkampioenschappen op een terrasje in Helsinki.

Natuurlijk beseft Vroemen dat het afscheid nadert, maar mag hij zelf bepalen wanneer zijn tijd als senior erop zit? Nu nog niet tenminste, want zowel lichaam als geest staat nog volledig in dienst van de topsport. En de sleet zit er geenszins op, meldt hij met onverholen trots.

Meesmuilend: ,,Ik voel me geen veteraan en ben ik absoluut niet van plan aan hun kampioenschappen mee te doen. Topsport staat los van leeftijd. Het gaat er simpelweg om wie de beste ter wereld is. Weet je wat me steekt aan veteranen? Velen hebben nul komma nul relativeringsvermogen. Als ik hier in Helsinki tweede word bij de WK en een veteraan wint in zijn categorie de wereldtitel, bestaat de kans dat hij verongelijkt is als niet hij maar ik na het seizoen tot `atleet van het jaar' word uitgeroepen. Hij is dan in staat te zeggen: `Ik werd toch eerste en Vroemen tweede'. Alsof veteranen aan topsport doen. Bij zo'n houding verlies ik alle respect.''

Stoppen komt voor Vroemen op z'n vroegst in 2006 aan de orde. Gelijk een componist die zijn symfonie moet voltooien, wil Vroemen volgend jaar in Gotenburg zijn carrière afsluiten met de Europese titel. ,,Als dat lukt, gooi ik mijn spikes in het publiek en loop ik geen wedstrijd meer'', zegt hij zonder een spoor van twijfel. ,,Daaruit blijkt dat die tweede plaats bij de EK van 2002 in München me nog steeds niet lekker zit. Ik wil gewoon nog een keer winnen. Hoewel ik destijds maximaal heb gepresteerd, is het toch een kleine frustratie gebleven, dat ik op de valreep werd gepasseerd door de Spanjaard Jiménez. Maar ik kón op dat moment niet harder; ik zat steendood. Wie weet is het mijn enige kans op een grote titel geweest. Zoals ik me nu voel, zeg ik: waarom volgend jaar niet? Maar tevens vraag ik me af: hoe lang kan ik dit niveau nog vasthouden?''

Daar zal vooral Helmut Stechemesser, de Oostenrijkse trainer van wie Vroemen dit seizoen afscheid nam, benieuwd naar zijn. De voormalige DDR-coach, die nog wel zijn klankbord is, zou nooit Vroemens verminderde trainingsomvang hebben geaccepteerd. Maar de loper die nu zijn eigen schema's opstelt, wil niet langer tweemaal daags rennen en 150 kilometer per week afleggen. ,,Dat zou zelfmoord betekenen. Ik heb gekozen voor een ontspannen benadering. De vraag is hoe lang ik het topniveau kan vasthouden. Profiteer ik van de rust die mijn lichaam krijgt of teer ik op die wekelijkse 150 kilometer en is de rek er volgend jaar uit. Tot nu toe denk ik niet aan kwaliteit te hebben ingeleverd.''

De WK zal Vroemens eerste test zijn nu hij zijn eigen boontjes dopt. Gelet op zijn zevende plaats bij de WK in Parijs 2003 en zijn zesde plaats bij de Spelen van vorig jaar in Athene, mikt hij op een plaats in de topvijf. Maar de concurrentie is verscherpt sinds een tiental Kenianen voor veel geld voor de oliestaatjes Qatar en Bahrein loopt. Vroemen: ,,Dat reduceert voor de Europeanen de kans op een finaleplaats tot de helft.''

Hoezeer Vroemen begrip voor die Kenianen kan opbrengen, vreest hij een verdere Afrikanisering van de loopsport. ,,Na de 3.000 meter steeple zijn de lange afstanden monotoon en oninteressant geworden. Wie zit er te wachten op twintig donkere lopers die inwisselbaar zijn? Als de loopnummers worden gedomineerd door Afrikanen en zij slagen er niet in imago's te creëren, is in het westen straks niemand meer geïnteresseerd. Voor Haile Gebrselassie en Kenenisa Bekele komen westerlingen nog wel naar het stadion, maar al die andere namen spreken niet tot de verbeelding. Maar bedenk wel, dat negentig procent van het publiek uit het westen komt, alle grote wedstrijden in het westen plaatshebben en negentig procent van het geld uit het westen komt. Het doet hen niks als een onbekende Afrikaan de marathon van Rotterdam of Amsterdam wint. Ik ging vroeger naar Rotterdam om grote namen als Carlos Lopes, Robert de Castella of Alberto Salazar te zien lopen, nu interesseert het me niet meer. En dan ben ik nota bene een atletiekliefhebber.''

Moet dan de conclusie zijn, dat discriminatie de loopsport kan redden? Vroemen is verlegen met die vraag, maar vindt van wel. ,,Begrijp me goed, ik vind die Afrikanen prachtige lopers, maar ik spreek in het belang van de sport. Ik pleit voor diversiteit van deelnemers, zonder onderscheid in ras te maken. Maar voor een Dam tot Damloop met twintig Afrikanen loopt het publiek toch niet warm. In Nederland wil men Kamiel Maase strijd zien leveren en niet 21ste zien worden. Het gevolg is ook dat het geld uit de sport verdwijnt. Vraag het atletenmanager Jos Hermens. En kijk naar de vele Grand Prix' die zijn gesneuveld, omdat de budgetten niet rond te krijgen zijn. Het gevolg: minder sponsoring, minder tv-gelden. In de Verenigde Staten worden alleen nog de nummers uitgezonden waar Amerikanen vooraan lopen. Daar komen straks hooguit de sprinters in beeld; dat is het begin van het einde.''

Om de loopsport in Nederland een impuls te geven, zouden volgens Vroemen vooral allochtonen geactiveerd moeten worden. Hij vindt het wonderlijk, dat in Frankrijk en België wel veel toplopers uit de Marokkaanse gemeenschappen voortkomen en in Nederland vrijwel niet. Vroemen: ,,De oorzaken ken ik niet, maar het zou kunnen dat de atletiekclubs te elitair zijn. Misschien is atletiek een sport voor hoogopgeleiden geworden. Marokkanen zitten doorgaans in andere circuits; je komt ze weinig tegen in hbo- en universiteitskringen. Het is een feit dat het merendeel van de Marokannen laag is opgeleid, waardoor ze sneller richting voetbal gedirigeerd worden of helemaal niet aan sport doen. We hebben al Antillianen en Surinamers in de Nederlandse ploeg en ik zou het fantastisch vinden als daar ook atleten uit Turks/Marokkaanse kringen bijkomen. Misschien moet de bond zich met loopprojecten richten op buurten waar allochtonen wonen. In Engeland wordt het gedaan, en met succes.''

Mogelijk dat zo'n initiatief tot een opvolger van Vroemen kan leiden, want die is nog in geen velden of wegen te bekennen. Ook een kwestie van gebrek aan status voor topsporters, vindt de atleet. ,,In Nederland mogen sporthelden niet geëerd worden; arrogantie wordt niet toegestaan. Je mag jezelf niet op een voetstuk plaatsen. Je moet vooral nederig blijven. Nederland is goed in het fêteren van de middenmoot. De eerste zorg is een goede opleiding. Weinigen durven volledig voor sport te kiezen. Hoe anders is dat in de Verenigde Staten, waar jongens hun studie opgeven om de nieuwe Michael Jordan te worden. In ons land zijn de gladde jongens die in de disco de sterren van de hemel dansen en elk weekeinde met een andere vrouw naar bed gaan populair. De patatcultuur domineert.''

Een ontwikkeling die haaks staat op de status van topsporter, die tegenwoordig geen noodlijdend bestaan meer hoeft te hebben. Maar ook op dat gebied constateert Vroemen een kentering. ,,NOC*NSF doet het perfect, maar ik stel vast dat na de successen bij de Spelen van 2000 in Sydney het geld uit de sport wegstroomt. De budgetten krimpen in, omdat sponsors wegblijven of hun bijdrage versoberen. Neem de autoleaseregeling voor topsporters. Eerst was er de Audi, toen de Golf en nu de Lupo. En de bijdrage is verhoogd; voor meer geld krijgen sporters het kleinste autootje. Wil je zo'n lange volleyballer opgevouwen uit een Lupo zien komen? Begrijp me goed, het is geweldig dat er auto's beschikbaar worden gesteld, maar het wordt allemaal minder. En hoe is het over drie jaar na de Spelen van 2008 in Peking? Rijden we dan allemaal op een bromfiets?''

Vroemen: ,,En het is niet alleen problematisch bij NOC*NSF, ook bij de atletiekunie is mijn bijdrage tot 2.000 euro per jaar gehalveerd. Dan ben je tweede bij de Europese kampioenschappen geworden en zesde bij de Olympische Spelen. Een Spanjaard van mijn niveau krijgt 50.000 euro van zijn bond. Maar wie moet ik dan de schuld geven? Het Nederlandse volk? Als de waardering voor topsport ontbreekt, houdt het op. Ondanks mijn erelijst moet ik uitleggen wie ik ben en wat ik doe. Vraag een Spanjaard wie Simon Vroemen is en hij weet het. Maar vraag het een Nederlander en hij weet het niet.''

    • Henk Stouwdam