Schandalen

Wiegertje Postma (18) ontdekt haar tenen. Column van www.spunk.nl

Iemand, maak een film over mijn leven. In de afgelopen twee weken heb ik namelijk een karakterontwikkeling doorgemaakt waar Lasse Hallström nog een seminar over zou mogen volgen. Nooit meer zal ik dezelfde zijn als vóór deze zomer, die zo veelbewogen is gebleken. Ik ben nog altijd even naïef en verbitterd als twee weken geleden, heb niemand ontmoet die me heeft doen inzien dat alles in films en liedjes waar is, en heb niet door in een Peruaans weeshuis te werken zin aan mijn bestaan gegeven. Maar toch heeft er een ingrijpende verandering in mij plaatsgevonden. Ik heb sandalen gekocht.

Ik heb ze betaald, ik heb ze aangetrokken, en het voelde fantastisch. Heel anders dan de vorige keer dat mijn teentjes de vrije buitenlucht trotseerden, onder dwang, omdat mijn moeder vond dat ik op zesjarige leeftijd de grenzen van mijn schoenwereld maar eens moest verleggen. Een debacle. Ik voelde me naakt en lelijk, en was ervan overtuigd dat er die dag beduidend meer expres op mijn tenen gestaan werd dan anders. Na een ongebreidelde huilpartij werden ze in de kast gezet. Nooit meer hebben ze het daglicht gezien.

Ik kan het mezelf niet kwalijk nemen: ik ben nooit een liefhebber van tenen geweest. Van voeten in het algemeen niet, eigenlijk. Mooie lichaamsdelen die openlijk geëtaleerd worden, kunnen mijn juichende goedkeuring wegdragen. Paradeer langs met je schilferloze ellebogen, welgevormde kin en tegennatuurlijk gelukte coupe, en mijn respect valt je ten deel. Zelfs aan weinig aërodynamisch geplaatste oren, moedervlekken of tietloosheid stoor ik me in het geheel niet. Maar de wereld confronteren met je teenpartij, dat vond ik altijd van een gebrek aan achting voor je medemens getuigen. Er is namelijk helemaal níets mooi aan tenen. Ook niet aan die van mensen die na `Je mooiste lichaamsdeel: Mijn tenen' invullen. Niks. Je tenen aan je omgeving opdringen is eigenlijk net zoiets als je tong de ganse dag in zijn volle, overweldigende lengte uit je mond laten hangen. Fris noch fruitig. Tenen en tongen horen ergens in opgesloten te zitten, dacht ik altijd.

Het lijkt een leven geleden. De afgelopen twee weken heb ik iedere ochtend met hoofdpijn van de hoop en verwachting uit mijn raam getuurd, om te zien in hoeverre mijn tenen verkouden zouden worden van een excursie in de buitenwereld. Uren zijn verloren gegaan aan gefascineerd staren naar mijn brandweerautorood gelakte nageltjes. Zo elegant was ik nog nooit. Wat mij ertoe bracht om, zittend in de schoenenwinkel, het wittige sandaaltje aan mijn aanvankelijk huiverige voet te schuiven, is me nog steeds niet helemaal duidelijk. Maar zeker is dat ik er fantastisch in uitzie, en dat het een Ware Woensdagavondfilm-waardig keerpunt in mijn leven is geweest. Ontdekken dat je de enige sterveling bent die wegkomt met het dragen van open schoeisel is namelijk niet zomaar iets. Dat is een hele verantwoordelijkheid. Een taak die ik met stijlvol gelakte waardigheid zal dragen.

    • Wiegertje Postma