Puur natuur

Niets spreekt zo sterk tot de verbeelding van kinderen en alfa's als de zwarte gaten. Dat er in het heelal punten zijn waar tijd en ruimte ophouden te bestaan, waar een vernietigende implosie plaatsvindt die alles opslokt, een reusachtige kernfusie, een stofzuiger die de hele bliksemse boel in één klap vacuümcleant, kortom: de absolute tegenpool van de oerknal.

Angstaanjagend, opwindend, majestueus en goddelijk. Gelukkig legt natuurkundige Robbert Dijkgraaf in deze zomer-M uit dat er rondom dat zwarte gat een horizon ligt, een soort veiligheidsbarrière. Overschrijd je die barrière, dan ben je onherroepelijk verloren. Je implodeert tot niets. Dat is nog eens wat anders dan 'stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren'.

2005 is het Jaar van de Natuurkunde. Honderd jaar geleden kwam Einstein met zijn relativiteitstheorie. Dijkgraaf, morgenavond Zomergast op de televisie, beschrijft in M wat de vijf grote vragen zouden kunnen zijn die Einstein nu op zijn bureau zou hebben liggen. Die vragen vervullen een mens met grote nederigheid.

God dobbelt niet, zei Einstein, maar de heren fysici goochelen met quarks, neutrino's, en andere elementaire deeltjes, om vervolgens uit te leggen dat 95 procent van het heelal schijnt te bestaan uit iets dat ons onbekend is. Je zou er bijna van in een Opperwezen gaan geloven.

Voor de problemen van alledag helpt het ons intussen geen steek verder. Wij modderen hier maar voort van aanslag naar aanslag. Maar één ding maakt Dijkgraaf duidelijk: dit is zuivere wetenschap, die wordt bedreven uit pure nieuwsgierigheid, en niet uit ideologische motieven. Daar kunnen de fundamentalistische pseudowetenschappers uit het artikel van Leo Kwarten in deze M nog wat van opsteken.