`Met 18.000 toeren door Rotterdam, je hoort me wel'

Autocoureur Christijan Albers heeft bij zijn Italiaanse renstal sinds kort een Nederlandse teamgenoot, Robert Doornbos. In een Formule 1-wagen racen ze morgen door Rotterdam.

Op de tafel van een Rotterdams terras liggen viltjes van Dommelsch met de tekst Double Dutch, de noemer waaronder de bierbrouwer een reeks concerten organiseert. Autocoureur Christijan Albers is not amused als hij op dat viltje wordt geattendeerd. Double Dutch is ook de term die wordt gehanteerd nu hij een paar weken geleden bij de Italiaanse renstal een Nederlandse teamgenoot heeft gekregen, Rotterdammer Robert Doornbos.

Morgen zijn de twee Nederlandse Formule 1-coureurs in de binnenstad van Rotterdam de grootste publiekstrekkers bij het racespektakel `Monaco aan de Maas'. Om beurten – eerst Doornbos, later op de middag Albers – verzorgen ze op de openbare weg een demonstratie met een Formule 1-wagen van Minardi. Aanvankelijk zou alleen Albers rijden, maar nu Doornbos sinds kort ook de status van Formule 1-coureur heeft, is het morgen ook zijn feestje, in zijn eigen stad.

Is er na Jos Verstappen weer een Nederlander in de Formule 1, die alle aandacht krijgt, en dan krijg je een Nederlandse collega, nota bene in je eigen team. Hoe frustrerend is dat? De ploeggenoot van een autocoureur is immers zijn grootste rivaal.

Christijan Albers: ,,Nee, ik heb er geen moeite mee. Om het heel zwartwit te zien: voor Nederlandse fans is het super dat je twee Nederlanders in de Formule 1 hebt. Liever twee dan één. Aan de andere kant, en dat klinkt misschien arrogant, maar mij interesseert het geen ene flikker wie er naast me zit. Of het nou Robert Doornbos is, een Chinees of een Japanner, een andere Nederlander of wie dan ook. In het team ben je vaak een concurrent van elkaar. Het is geen sport waar je met elkaar samenwerkt, zoals in het wielrennen of voetbal, waar je met z'n allen moet winnen. Mijn doel – ik weet niet wat hun doel is en dat interesseert me ook niet – is dat ik door wil naar een topteam. En wie naast me rijdt, dat doet er verder helemaal niets toe. Voor mij is het allerbelangrijkste om de prestaties en de resultaten top te houden, en als je nu al ziet hoe het seizoen is gelopen, denk ik niet dat we mogen klagen. Het klinkt misschien heel arrogant, maar het moet wel, want anders denk ik dat er geen mogelijkheid is dat er ooit een keer een Nederlander in een topteam gaat komen. Ik denk dat je die instelling moet hebben en daar ben ik niet de enige in.''

Hoe is je contact met teamgenoot Doornbos?

,,Minimaal. Met Patrick (Friesacher, bij Minardi de voorganger van Doornbos, res.) was het contact ook niet zo groot. Dus je moet niet in één keer verwachten dat als er een Nederlander naast je komt rijden, je dan maatjes bent en je als vrienden door het leven gaat. Absoluut niet.''

Spreken jullie elkaar bij de voornaam aan?

,,Eh, ja.''

Leuk voor Doornbos dat hij morgen in zijn geboortestad mag rijden.

,,Dat doet er niet toe wiens stad het is. Een Nederlander is een Nederlander. Of je geboren bent in Rotterdam, in Eindhoven of waar dan ook, maakt geen verschil.''

Is het de bedoeling geweest om jullie morgen in Rotterdam tegen of met elkaar te laten rijden?

,,Ik denk dat het te veel geld kost om twee wagens te laten rijden.''

Het evenement in Rotterdam, waar enkele honderdduizenden toeschouwers worden verwacht, is vernoemd naar de stratenrace in Monaco. ,,Maar ze mochten willen dat ze daar dit soort asfalt hadden.''

In het prinsendom beleefde Albers in mei zijn enige achte uitglijder van dit seizoen. Hij spinde en hield op het stratencircuit een aantal wagens op.

Een maand later figureerde Albers in een van de meest bizarre races ooit in de Formule 1, in Indianapolis. Daar verschenen alleen de (zes) wagens aan de start op Bridgestonebanden, inclusief Albers in zijn Minardi. Michelin kon de veiligheid niet garanderen van de coureurs in de resterende veertien auto's, en daardoor vonden de betrokken teambazen het onverantwoord om ze aan de start van de race te laten verschijnen. Zo werd het een race met twee Ferrari's, twee Jordans en twee Minardi's. Albers werd vijfde.

,,Ik vond het een superrelaxte race. Bridgestone legt het het hele jaar al af tegen Michelin, Bridgestone wordt afgemaakt door de pers, dat ze geen goeie banden maken, en dan komen we op een circuit waar Michelin vorig jaar ook al problemen had. Het blijft topsport, op de limit. En als het op de limiet is, dan gaat het er ook wel eens overheen, en dan heb je een probleem. Bridgestone had het dat weekend goed voor elkaar. Natuurlijk is het niet leuk voor fans om minder auto's aan de start te zien. Maar krijgt een fan die een kaartje koopt om tennisser Tommy Haas te zien zijn geld terug als Haas in de warming-up zijn enkel verzwikt? Nee toch? Het kaartje van die race is wel vergoed door Michelin, maar toch. Het blijft een fout van Michelin. Iedereen is het alweer vergeten, en vorig jaar waren er maar acht auto's aangekomen in Indianapolis, was dat dan een blamage? Alles is op de limiet. Het hoort er gewoon bij. In het voetbal kan een speler zich ook in de eerste minuut zo blesseren dat hij eruit moet. Maar het was leuk voor de sponsors (die met hun reclame-uitingen op de wagens meer in beeld waren, red.), leuk voor Christijan Albers, ik heb een relaxte race gereden, ben gefinisht, ik kreeg een bonus, en ik heb weinig blauwe vlaggen gezien dus ik ben weinig ingehaald. Dus ik mocht niet klagen.''

Hoe kijk je na dertien van de negentien races op dit seizoen terug?

,,Het gaat lekker. Ik denk dat ik tot nu toe een redelijk seizoen heb gedraaid. Wat er ook gebeurt in volgende races – maakt niet uit. Ik denk dat ik dingen heb laten zien waar mensen over praten. We hebben met bepaalde teams gesproken, over volgend jaar. Je merkt het dat je bij andere teams makkelijker binnnenkomt. En er zijn teams die contact met ons opnemen; dat is natuurlijk het mooiste dat er is.''

Albers treedt niet in detail over zijn kansen om volgend jaar in een beter team te rijden. ,,Want ik wil mezelf blijven focussen op dit seizoen. Zolang je nog bij een team rijdt, moet je je daar op richten. Dat heb ik de afgelopen jaren in de DTM (Duitse toerwagenklasse, red.) ook gedaan. Ik denk dat er een goeie kans is, maar het blijft wel moeilijk in de Formule 1. Een ander, beter team. Dat is de insteek.''

Een jongen die op een belendend terras werkt, komt met een tijdschrift op Albers af. Het is een Rotterdams uitgaansmagazine, met de coureur op de cover. Of Albers zijn handtekening wil zetten. De coureur vraagt of hij morgen komt kijken. Het antwoord is ontkennend, de handtekeningenjager moet werken. Albers: ,,Je hoort me wel voorbijkomen. Het is alleen al mooi om te horen, maximaal 18.000 toeren...''

    • Ward op den Brouw