Mensen redden en toch lekker feesten op het strand

Hoe vullen kinderen de vele vrije weken in de zomervakantie? Drenkelingen redden met de Bloemendaalse `Baywatch'. Deel vijf van een serie.

Op het houten balkon van de Hoofdpost Bloemendaalse Reddingsbrigade zit een groepje in oranje T-shirts geklede strandwachten koffie te drinken in de avondzon. Eén voor één druppelen de pupillen van Bloemendaals eigen `Baywatch' binnen. Het is `oefenavond': een tiental vrijwilligers van de reddingsbrigade gaat trainen in het zoeken en redden van drenkelingen.

De Haarlemse Olaf van der Zanden (13) kijkt verwachtingsvol naar de zee. Hij is bijna elke dag van de zomervakantie op de reddingspost. Olaf kwam in contact met de reddingsbrigade door zijn zwemlessen in het Haarlemse zwembad De Planeet, waar 's winters ook leden van de strandwacht trainen. Hij doet nu anderhalf jaar mee met de reddingsbrigade en heeft inmiddels het Jeugd Strandbrevet. Dat betekent dat hij mag meevaren met reddingsacties.

De vader van Olaf blijft wel eens kijken: ,,Het is prachtig om te zien hoe ze in paniek raken'', lacht hij. ,,De kinderen leren met extreme situaties omgaan. Olaf is al van jongs af aan verknocht aan het strand.''

Vanaf de hoofdpost, gelegen op een duin hoog boven de hippe strandtenten van Bloemendaal, heeft de reddingsbrigade een weids uitzicht over de vierenhalve kilometer strand die zij moet bewaken: van restaurant Riche tot en met duingebied Duin en Kruidberg. De reddingsbrigade fungeert ook als gezelligheidsvereniging. Complete families zetten zich in als strandwacht en dragen met een jaarlijkse contributie van 17,50 euro bij aan de aanschaf van nieuwe boten en jeeps.

Maar het meeste werk dat de brigade verzet is het verzorgen van wespensteken en het terugbrengen van verdwaalde kinderen. ,,En helpen bij Beachbop, natuurlijk.'' De inmiddels gearriveerde vrienden Remco Schouten (16) en Mike van Minnen (16) vonden het populaire dansevenement op het Bloemendaalse strand van vorige week tot nu toe wel het hoogtepunt. ,,Lekker feestvieren, terwijl je ook wat nuttigs doet.''

De reddingsbrigade heeft zo'n twintig jeugdleden. Het is serieus werk: ,,Vooral kitesurfers en catamaranzeilers komen op zee nogal eens in de problemen'', zegt strandcommandant Fred Cloeck (58). ,,Vorig jaar hebben we twee zeilers gered, die zijn dan zo dankbaar.'' Volgens Cloeck, die met onbedaarlijk enthousiasme vertelt over het leven als strandwacht, blijven de jeugdleden liever elke dag rondhangen op de post, dan dat ze met vakantie gaan.

De strandwachten die meedoen aan de oefening zijn onderverdeeld in drie groepen. Als de oefenmelding (,,Tussen Riche en Helios ligt iemand in zee'') bekend wordt, duwen de vier jongste pupillen een oranje vlet door de branding de zee op. De vier turen gespannen over het water.

Dan zien ze iets. Terwijl de drie jongens blijven wijzen, stuurt Daphne van Rhijn (16) de instabiele oefenvlet naar het `slachtoffer', een vrijwilliger van de reddingsbrigade. Uit alle macht sleuren ze de drenkeling aan boord en varen terug naar het strand, waar een jeep met brancard staat te wachten.

,,Heeft u het koud'', vraagt een bezorgde Olaf. ,,Ja...'', acteert de nepdrenkeling met bibberende stem. Het slachtoffer wordt afgevoerd naar de hoofdpost, want het is alweer tijd voor een volgende melding: ,,2818, kom er maar in'' kraakt de portofoon. ,,Er is een kitesurfer neergestort!'' De vlet zet alweer koers.

Het is al bijna donker als de strandwachten zich met druipende wetsuits en natte haren melden in het dagverblijf, een ruimte met tafeltjes, een klein keukentje en een prikbord vol knipsels van reddingsacties. Glimmend van trots doen de cursisten verslag van hun avonturen. De nep-drenkeling doet nog een duit in het zakje: ,,Ze hebben alles zelf gedaan!'' De vier jongste redders nemen tevreden het applaus in ontvangst.

    • Olga van Ditzhuijzen