`Kerk vermoordt onze Afrikaanse cultuur'

Het vijfjaarlijkse besnijdenisritueel verdeelt de Tiriki-clan in West-Kenia. Cruciale ceremonie of onbeschaafd spektakel? Een noodkreet over aids verzuipt in de feestvreugde.

Alle bussen van Nairobi naar het 400 kilometer westwaarts gelegen Sende zijn al dagen volgeboekt. Geen Tiriki wil de grote ceremonie missen. Moses Lihema, zijn broer Patrick en ik reizen in mijn Landrover. Patrick kijkt afwezig naar de voorbijtrekkende bergen en dalen. Vorige week kreeg hij te horen dat hij aids heeft. ,,Ik ga naar mijn geboortestreek om te sterven. Werken in Nairobi heeft geen zin meer.''

Na vijf uur rijden over de geërodeerde Keniaanse wegen bereiken we het woongebied van de Baluhya-stam en dan Sende, de streek van de Tiriki-clan van de Baluhya. Het is er landelijk maar zonder serene rust: drukke marktcentra met toeterende busjes, knetterende muziek uit een bar of kerkje, met op hoeken pendelaars van fietstaxi's. Het land van de Baluhya is vruchtbaar, overbevolkt en overgecultiveerd. De belangrijkste inkomsten komen van de mannen die zijn weggetrokken naar het moderne Nairobi, waar ze bij de rijken een schamel salaris verdienen als kok, schoonmaker of nachtwaker.

De vrouwen op het kleine erf van Moses jubelen, kinderen komen aangehold. De vrouw van Patrick, al even mager als haar echtgenoot, groet ons met een lied. Ze ruikt naar bier. Patrick lacht en omarmt zijn drie kinderen. Geen tijd voor treurnis. De Tiriki's zijn een maand lang in de ban van hun grote ceremonie, die elke vijf jaar plaatsvindt.

Rond de olielamp maken de mannen die avond plannen voor de grote dag van morgen. De opwinding voedt de gesprekken, geolied door het traditioneel gebrouwen bier busaa. ,,Wij volgen onze tradities en laten ons niet beïnvloeden door de cultuur van de kerken'', zegt Edward Livai, een oom van Moses.

,,De christelijke groep maakt onze cultuur te schande'', zegt Patrick boos. ,,Wist je dat de pastoor me dreigde dat ik nooit meer in zijn kerk mocht komen als ik deelneem aan de ceremonie?'' Verontwaardiging. ,,Wij zijn de ware Tiriki's. Wij houden de cultuur van onze voorvaderen hoog.'' De conservenblikjes met busaa worden bijgevuld.

Baluhyaland was in Kenia het eerste wingewest van blanke missionarissen. Sinds meer dan honderd jaar zijn de Quakers, de Jehovagetuigen en het Leger des Heils hier actief. Ze bouwden kerken en scholen en voerden een brave cultuur in. Ruim een halve eeuw geleden veroorzaakte de invloed van de missionarissen barsten in de gemeenschap van de Tiriki's. Ze splitste zich in een `christelijke' en een `oorspronkelijke' groep. De besnijdenisceremonie is één van de geschilpunten. De christenen besnijden hun kinderen niet volgens de tribale gewoontes. Die vinden ze primitief en barbaars. De `oorspronkelijken' beschouwen de anderen als afvalligen, verraders van cultuur en voorvaderen.

Bij het kraaien van de haan wrijft iedereen zijn rode ogen uit. Een gezette man treedt binnen. Hij heeft een bruin koeienvel rond zijn dikke buik en de huid van een franjeaap tooit zijn voorhoofd. Hij zal vandaag de kinderen die onder het mes gaan in het bos met wijze woorden toespreken. ,,Juist nu we in één natie samenleven met andere stammen moeten we onze culturele identiteit behouden'', zegt hij. ,,Als mijn vader in deze kleren de kerk binnenkwam, noemden ze hem een duivel. Gisteren nog schold een pastoor me uit voor een tovenaar. De kerken hebben onze Afrikaanse cultuur vermoord. Als je vader is besneden, dan heb je niet het recht de tradities te negeren. Iedereen die dat wel doet, en het in een ziekenhuis laat doen, wordt een buitenstaander. Wie Tiriki wil blijven, moeten deze ceremonie ondergaan.''

Moses verschijnt in traditionele uitrusting. Over zijn T-shirt en broek hangt een stijve koeienhuid, op zijn hoofd een aangevreten apentooi. Zijn zevenjarige zoon, duim in de mond, volgt hem. ,,Ik heb geen masker voor hem want de plant waarvan we het masker maken is in ons gebied uitgestorven. Kom, doe die duim uit je mond. Je wordt morgen een man.''

De Grote Besnijdenisceremonie, die één maand gaat duren, kan beginnen. We slenteren naar een heuvel, Moses en zoon voorop. ,,Daar in dat woud in de vallei gaat het gebeuren'', wijst Moses naar een bosje aangeplante bomen. Het begint te motregenen, de zegen. We blijven achter en Moses en zoon verdwijnen in de drom van zingende vaders met kinderen achter de struiken. Ik praat met twee leraren van een lagere school. Zij behoren tot de afvalligen, de christenen, maar willen deze mooie dag voor geen goud missen.

,,Wij vinden dit onbeschaafd'', legt Samson, de hoofdonderwijzer uit. ,,Maar het is wel een spektakel.'' Wat is er fout aan het vasthouden aan de eigen gewoontes, vraag ik. ,,Je zal het straks zien, het is schokkend.'' Er klinkt gejubel in de heuvels. En dichterbij bezopen gebrabbel, gelach, geschreeuw. Niemand werkt vandaag, iedereen lijkt dronken.

Alle ogen richten zich op het stukje bos. Een groepje poedelnaakte kinderen kruipt uit de struiken, beduusd, met de blikken naar de grond, hun hoofden en schouders omhangen met nat lang gras. Honderden vrouwen breken uit in een kakofonie van lipgeluiden. Ze swingen en springen, de wijsvingers cirkelend in de lucht. Dan vormen ze een lange processie, de groep kinderen voorop. De hossende stoet van koeienhuiden en T-shirts, van colbertjes en apenvellen, van mobiele telefoons en maskers, slingert zich langs akkers, lemen huisjes, marktpleinen, kerkjes, aids-klinieken, bushaltes en politiebureaus.

,,Zie je nu het grote verschil met de christenen'', schatert een dansende Moses. ,,Nog één keer tonen onze kinderen hun naaktheid. Maar christenen wikkelen bij hun ceremonie hun zonen in lakens. Dat doen wij alleen met lijken.'' Hoofdonderwijzer Samson haalt zijn schouders op en zegt verwijtend: ,,Jullie leren de kinderen man te worden, zich te gedragen als volwassenen die in een eigen huis mogen wonen en met vrouwen omgaan. Maar na deze ceremonie gedragen ze zich op school arrogant en willen ze niet meer leren.''

Na twee uur dansen zijn de kinderen door emoties bezeten. Ze houden hun handen niet meer angstvallig voor hun geschrokken piemels, maar heffen hoofd en handen in de lucht. Iedereen is high en gelukkig, in de waan van de traditie. Die nacht krijgen ze nog één keer onderricht van de oude heren. Bij zonsopkomst wordt hun voorhuid afgesneden, elk met een nieuw mesje van de kliniek. Ze blijven een maand achter in het bos.

Moses is trots. Zijn zoon heeft zich als een man gedragen. ,,In het bos slapen onze kinderen op de natte grond. Niet op matrassen, zoals de christenen doen. Onze zonen doorstaan een beproeving in hun overstap naar de volwassenheid.''

De eerste Tiriki's zijn inmiddels al weer met de bus naar Nairobi vertrokken. Over het erf van Moses hangt een onbestemde sfeer. Toen hij vanochtend thuiskwam trof hij het levenloze lichaam van zijn broer Patrick bungelend aan een touw. Een noodkreet over aids verzopen in de feestvreugde van de besnijdenis. Maar zelfmoord is een schande en volgens de gewoontes heeft Moses Patrick onmiddellijk begraven, nog vóór de politie een autopsie kon uitvoeren. ,,Nu moet ik de politie smeergeld gaan betalen. Anders komen ze het lichaam opgraven'', bromt hij. ,,Waarom accepteert niemand onze tradities?''

    • Koert Lindijer