Hoofddoek ambtenaar bij wet verbieden

Een meerderheid van de Nederlanders vindt dat er een wettelijk verbod moet komen op het dragen van de islamitische hoofddoek of andere islamitische kledij door ambtenaren. Dat blijkt uit onderzoek van TNS Nipo.

Wethouders en overheidspersoneel oordelen milder, aldus de gisteren in het weekblad Binnenlands Bestuur gepubliceerde onderzoeksresultaten. Slechts twaalf van de vijftig ondervraagde wethouders zou de hoofddoek willen verbieden. Wel zijn 28 wethouders voor een wettelijk verbod op extremere islamitische kledij, zoals verhullende sluiers en djellaba's.

Ook een meerderheid van de ambtenaren vindt een wettelijk verbod op de islamitische hoofddoek te ver gaan. Wel neemt onder ambtenaren de tolerantie jegens islamitische kledij af. Twee jaar geleden vond 52 procent het nog aanvaardbaar voor de meeste overheidsfuncties. Nu is dat nog slechts 45 procent. Verder vindt 60 procent van de ambtenaren dat gemeenten een standpunt moeten innemen of het dragen van een hoofddoek op de werkvloer moet worden verboden dan wel getolereerd.

Van de ondervraagde burgers heeft 57 procent principieel bezwaar tegen een lerares met een hoofddoek. 77 procent wil geen politieagentes met een hoofddoek en 81 procent tolereert geen rechter met een hoofddoek.

Het onderzoek is (deels) een herhaling van een enquête van twee jaar geleden waarin dezelfde groepen werden ondervraagd over het dragen van diverse religieuze symbolen en kleding bij de overheid. Toen had het merendeel van de Nederlandse bevolking geen bezwaar tegen een ambtenaar met een hoofddoek als ze maar niet gesluierd aan de balie verscheen. Nu wil de meerderheid juist niet worden geconfronteerd met een ambtenaar in islamitische kledij, ongeacht of het nu sluiers, lange gewaden of gematigde hoofddoekjes betreft.

TNS Nipo ondervroeg 433 burgers van achttien jaar en ouder, 292 ambtenaren en vijftig wethouders. Met uitzondering van de LPF en de Groep Wilders vindt de Tweede Kamer dat een neutrale staat de grondrechten van ambtenaren respecteert op een eigen levensbeschouwelijke identiteit, tenzij de veiligheid, functionaliteit of partijdigheid in het geding komt. Dat is vooral aan de orde bij functies in uniform.