Hollands dagboek

Wie Hans Roersma (50), natuurfotograaf en Nelly van Brederode (51), arts en medisch milieukundige. Getrouwd.

Waarom Verblijven sinds april op het onbewoonde eiland Rottumerplaat, waar ze voor Staatsbosbeheer werken als vogelwachter.

Schrijven `Regelmatig horen we groepen rosse grutto's en kanoetstrandlopers roepen en soms tuimelen ze vanuit de mist ons kleine wereldje in.'

Woensdag 27 juli

Degene die het eerst uit de veren is, loopt het hoge duin achter het huis op om het weer op te nemen. Voorts kunnen we vanaf dit punt of vanaf de uitkijktoren, karakteristiek voor het silhouet van Rottumerplaat, het eiland overzien. In één oogopslag zien we of er rust heerst. De handhaving van de algehele rust is één van onze werkzaamheden. De eilandengroep Rottum is een zogenaamd artikel 17 gebied binnen de Natuurbeschermingswet en is niet toegankelijk voor het publiek. Ook deze ochtend houdt iedereen zich aan de regels. Het is ongekend helder en we zien een aantal garnalenvissers uit Zoutkamp op de Lauwers en wat platbodems op de Waddenzee.

Daarna luisteren we steevast naar het weerbericht van het KNMI op Radio 1 (en altijd even naar de fileberichten!). Aan de hand daarvan maken we plannen voor de rest van de dag, het meeste biologische veldwerk behoeft droog weer. Ondertussen belt Klaas, schipper op ms. `de Harder', het surveillanceschip van het ministerie van LNV in de oostelijke Waddenzee. De Harder en bemanning zijn onze verbinding met de bewoonde wereld en vanochtend komen ze even wat drinkwater brengen. Tevens komt een aantal bezoekers mee om iets van het eiland te zien. Regelmatig komen beleidsmedewerkers, natuurbeheerders of mensen die hun sporen op natuurbeschermingsgebied verdiend hebben op werkbezoek. Dit soort bezoeken wordt laat in het seizoen gepland om de broedvogels algehele rust te gunnen.

's Avonds even naar de moeder van Hans gebeld voor haar verjaardag. We horen via Lieneke dat Marten Toonder is overleden en kijken naar de tv programma's die op zijn leven terugblikken.

Donderdag

Een bijzonder begin van de dag, algehele windstilte in het district Rottum en dat met mist. Regelmatig horen we groepen rosse grutto's en kanoetstrandlopers roepen en soms tuimelen ze vanuit de mist ons kleine wereldje in. Deze vogels broeden boven de poolcirkel en komen nu in groten getale terug om in het waddengebied aan te sterken van de lange reis en hun verenkleed te vernieuwen. De meeste zullen daarna doorvliegen naar waddengebieden in Afrika, zoals de Banc d'Arguin in Mauretanië, om er te overwinteren. Elk jaar dus zo'n 20.000 kilometer vliegen om je kroost op de wereld te zetten. Bij eerste aankomst roepen de vogels net als in het broedgebied. Ons herinnert dat aan onze bezoeken aan noordelijke streken vol sneeuw en ijs.

Aanvankelijk lijkt het geen veldwerkdag te worden. Eén van ons schrijft surveillanceverslagen, de ander controleert olie en diesel van het aggregaat. Het aggregaat laadt per dag gedurende ongeveer vier uur de accu's op die de ijskast en vriezer voeden.

Als het toch een beetje helder wordt, lopen we de vlinderroute. Deze route is door de Vlinderstichting vastgesteld en door dit traject eens per 7 dagen bij een gunstig weertype te lopen en alle dagvlinders te registreren, worden veranderingen zichtbaar. De route van ruim één kilometer loopt langs en over de Stuifdijk en herbergt zeer veel heidevlinders. De Stuifdijk, een dijklichaam met een lengte van 3.500 meter, is vanaf de jaren '50 door Rijkswaterstaat aangelegd en vormt de ruggengraat van het 750 hectare grote eiland. Op de terugweg blijkt dat het inmiddels hoogwater is geworden. Om de scholeksters en wulpen, die bij duizenden op de kwelder langs de Stuifdijk overtijen, niet te verstoren, lopen we via een omweg langs de noordzijde van het eiland terug.

Vrijdag

Om een uur of elf arriveert de Harder om het zogenaamde weekendbezoek te brengen. Eens per veertien dagen kunnen we twee personen ontvangen en kan één van ons naar huis. We maken van die laatste mogelijkheid zelden gebruik en vragen familie of vrienden te komen logeren en verse etenswaren en drank mee te brengen. Alle houdbare etenswaren die we voor de hele periode nodig hebben, inclusief meel en ingevroren vlees, hebben we bij de start van het seizoen meegenomen. Zelden wordt de uitnodiging om naar Rottum te komen afgeslagen, iedereen vindt het spannend om naar een onbewoond eiland te gaan. Dit weekend komen Frits en Jelly en ze worden op het Noordzeestrand afgezet met de Zodiac. Bert van Staatsbosbeheer en Lieuwe van SOVON komen mee en we hebben een werkbespreking op het strand die we moeten afbreken als het tij opkomt. We zijn naar deze aanlandingsplek gekomen met de terreinauto van Rijkswaterstaat en die staat al deels in zee. Snel laden we de bezoekers en de boodschappen in en rijden over het Noordzeestrand terug. Daarna is het vast ritueel: we laten de behuizing zien en stouwen groenten in de beangstigend lege ijskast.

Tegen de verwachting in wordt het een mooie avond met spannende luchten en na een korte wandeling kunnen we buiten eten. We zitten nog tot het donker wordt buiten op het duin met uitzicht op zowel Wad als Noordzee.

Zaterdag

Het is windstil en het regent. Dit betekent dat via het dak zoveel regenwater naar de opslagtanks onder het huis stroomt dat we ons voor de komende tijd zeker geen zorgen hoeven te maken over douche- en keukenwater. Ons hele leven op Rottumerplaat wordt bepaald door het weer en het tij. Als het eindelijk droog is, wordt een 3 à 4 uur durende wandeling over de Zuidkwelder tot aan de Lauwers gemaakt. Door de hoge tijen van de afgelopen week is hier veel duin weggeslagen. De voet van de zeer jonge duinen spoelt weg en pollen helm en zandhaver plonzen de Lauwers in.

's Avonds luisteren we naar de cd van Ede Staal die we van Kees en Anne gekregen hebben in het kader van onze inburgeringcursus. Als Noordhollanders die aan de voet van de Hondsbossche Zeewering wonen, voelen we toch meteen de samengebalde lading van de prachtige liedjes uit het Hoge Land.

Zondag

Het regent de gehele dag en het unieke geval doet zich voor dat we niet over het eiland kunnen zwerven. Kleine takken en losse bladeren waaien rond het huis, windkracht 8. Het doet herfstig aan en we blikken terug op het afgelopen broedseizoen.

Maandag

's Ochtends nog steeds harde wind. Frits en Jelly zullen vertrekken en we kijken of de Harder in verband met de hoge golven wel over de Noordzee naar het eiland kan komen. Om een uur of tien komt hij boven Rottumeroog in zicht. Nou ja, af en toe verdwijnt hij in een golf. Voorzichtig manoeuvreert Freek-Jan, de schipper, het Schild in. Het Schild is de zeearm tussen Rottumeroog en Rottumerplaat en de zandbanken (door Freek-Jan verkeersdrempels genoemd) kunnen voor verrassingen zorgen. Het is halftij en de Zodiac kan aanlanden in de Noordoostpriel. Het eiland heeft geen steiger en bij elke aanlanding wordt afhankelijk van het tij naar een geschikte landingsplaats gezocht. We nemen afscheid en na de uitzwaaiceremonie lopen we met zijn tweeën terug naar het eiland.

's Middags met de terreinauto naar de Lauwers om een aantal palen met borden, die met de hoge tijen weggespoeld zijn, weer op hun plaats te zetten. We turen de schelpenstrandjes tussen de jonge duinen af en ontdekken tot ons groot genoegen een paartje strandplevieren met twee jongen. De stiekemerds. Regelmatig hebben we naar deze, voor Nederlandse begrippen zeldzame, broedvogel gezocht en al een week of acht hebben we hen niet meer gezien.

Dinsdag

Na wat huishoudelijke bezigheden en schrijven aan het eindrapport lopen we bij afgaand tij over het wad naar de Zuidkwelder waar, tot aan de hoge tijen van vorige week, een gemengde kolonie visdiefjes en kokmeeuwen was. Wat we eigenlijk al wisten blijkt waarheid: de honderden nesten, soms met pullen, zijn weggespoeld. Toch heeft aan aantal jonge visdieven het gehaald, ze zitten op een strandje naast het huis. De kwelder is prachtig paars onder een donkere lucht. Overal horen en zien we de jonge bruine kiekendieven. Onderweg speuren we alle wadplaten en slenken af, om het broedsucces van jonge scholeksters te bepalen.

Na het avondeten, een recept uit ons bij elkaar geplakte Groot Rottum Kookboek, gaan we naar de Westzijde van het eiland om de telling van jonge scholeksters te voltooien. Met maximaal 15 jongen op 207 paar wordt dit weer een mager jaar.

Een paartje bontbekplevieren probeert ons bij een net geboren pul weg te lokken. Zou het pulletje het halen om tijdig naar het zuiden te vliegen? Na het ruwe weer van de afgelopen week is de windstilte een verademing.

Woensdag 3 augustus

Na de kaart van het eiland weer eens bekeken te hebben, is het aanvalsplan gereed. We willen in één tij alle jonge zilver- en kleine mantelmeeuwen tellen. Gedurende de maanden mei en juni hebben we het aantal broedparen van beide soorten bepaald en door nu het aantal jongen te tellen komen we tot het broedresultaat. Als er een verstoring optreedt en de meeuwen gaan verzitten kun je opnieuw beginnen, maar we hebben geluk. De telling slaagt en we komen op 0,4 jong per paar. Dit lijkt weinig, maar voor deze soorten die vele jaren oud kunnen worden, is dit voldoende om de populatie op Rottumerplaat in ieder geval constant te houden.

Veel meeuwen overwinteren op Duitse composteringsbedrijven. Dat weten we door het aflezen van ringen of vleugelmerken. Ook tijdens het broedseizoen gaan de meeuwen voedsel halen op het vasteland; we vinden bij sommige nesten grote aantallen verpakkingen van leverworst, andere broedparen hebben een voorkeur voor lunchpakketten van schoolkinderen. De grenzen bepaald door de Natuurbeschermingswet bestaan voor de meeuwen niet.

's Avonds weer de prachtige paarse kwelder op om de ultieme lamsoorfoto te maken. We bellen daarna met Jos, de broer van Hans. Contact met vrienden en met name familie worden in dit prachtige isolement nog belangrijker. Als we in de nazomer naar huis gaan, wil Jos ons uit de Eemshaven ophalen.