Het protestlied is terug in Tsjechië

In Tsjechië klinkt voor eerst in vijftien jaar een authentiek protestlied. De fluwelen revolutie in 1989 en de daaropvolgende democratie waren de dood in de pot voor dit genre. Maar een beetje repressie doet wonderen, zo blijkt nu.

,,Ze slaan de kinderen opnieuw'', zingt de Tsjechische bard Jaromír Nohavica. Die `kinderen' zijn jongeren die het vorig weekeinde, tijdens muziekevenement CzechTek, aan de stok kregen met de Tsjechische politie. Na klachten van omwonenden, over jongeren die velden beschadigden, maakte de politie met waterkannonen, knuppels en traangas een einde aan het dansfeest.

Nohavica heeft helemaal niets met de snoeiharde technomuziek – hij speelt akoestische gitaar. Zijn teksten zijn ook veel subtieler dan die van een doorsnee technonummer, waarin vaak niet veel meer wordt geroepen dan `daar gaat ie dan' en `één, twee, drie, vier'. Maar hij wilde niettemin de brutaliteit jegens de technofans aan de kaak stellen.

Het incident, waarbij in beide kampen tientallen gewonden vielen, leidde deze week tot massademonstraties in Praag. Bij velen bracht het herinneringen boven aan november 1989, toen de – communistische – politie hard optrad, tijdens de fluwelen revolutie. Nohavica was toen een beroemde protestzanger. ,,Eens te meer hangt er anarchie in de lucht'', zingt hij nu. ,,Net als in november [1989], valt er water [uit de waterkanonnen] uit de lucht. De onvrijheid kruipt onze kant op.''

Lang niet iedereen is het met Nohavica eens. Uit peilingen blijkt dat de samenleving precies in tweeën is gesplitst. Premier Jiˇrí Paroubek heeft de agenten verdedigd. Zij hebben gewoon hun werk gedaan. Maar president Václav Klaus en oud-president Václav Havel vinden het politiegeweld buitensporig. Oppositiepartijen noemen de actie ,,politiek gemotiveerd''. Paroubek zou zich als harde bikkel willen presenteren. Wellicht voer voor een volgend protestlied.