Hamers van chocola in Italiaans Lucca

De meeste toeristen gaan naar Florence, maar Anne Scheepmaker niet. Zij gaat liever luieren in Lucca

In 1783 schreef de rijke excentrieke Engelse schrijver William Beckford over zijn bezoek aan Lucca. Duister en lelijk noemde hij de Italiaanse stad. Hij verafschuwde de nauwe straatjes en sombere stegen, wijde open riolen, het kapotte plaveisel en de in zwart geklede bewoners. ,,Lucca heeft een slechte invloed op mijn gemoedsgesteldheid.''

Een paar eeuwen later pakt een bezoek aan Lucca met zijn smalle straatjes, prachtige pleinen en kerken heel anders uit. En, ook prettig, vanuit Nederland ben je er zo. Je vliegt in twee uur naar de Italiaanse stad Pisa, en dan pak je vanaf het vliegveld een bus die je in een half uur naar de Porta S. Anna brengt, een van de poorten in de brede zestiende eeuwse stadsmuren.

Binnen de muur, 4200 meter lang en ooit door Louisa de Bourbon voorzien van vele bomen, ligt het historische centrum. Daar wonen ongeveer zevenduizend mensen. In deze geboortestad van de componisten Boccherini en Puccini (die overigens graag pasta met een saus van tomaat en zelfgeschoten meerkoet at) fietsen en lopen de inwoners en bezoekers vooral – al gaan de meeste toeristen nog altijd naar Florence.

Tijdens een aantal bezoeken aan Lucca noteerde ik adressen van bijzondere winkels die je nergens anders vindt en van restaurants waar je goed eet. Dé winkelstraat van Lucca is de via Fillungo. Deze loopt dwars door de stad. Op de nummers 97 en 11 bevinden zich de winkels van de juweliers Carli en Pelligrini, die ook antieke juwelen verkopen.

In Italië móet je eenvoudig lekker eten. Aan het eind van de via Fillungo is de Piazza Anfiteatro, een plein dat boven het oude Romeinse theater ligt. Hier vind je een winkel met Toscaanse specialiteiten, een winkel met kazen, worsten, ham en spek, en een informatiekantoor voor toeristen. Verder kun je in de omgeving van het plein nog meer eten en drinken: wijnen, likeuren, zoete groentetaart, warme bombolini en taart van snijbiet bij Pasticceria Pinelli of, gewoon, lekkere dingen van enogastronomia Il Cuore.

Ijs mag natuurlijk niet ontbreken. Het lekkerste ijs eet je bij Da Angelina aan de Piazza Citadelle, maar er zijn ook mensen die zweren bij het ijs van Gelateria Veneta. Een bijzondere chocoladewinkel is Chocolat op de via Cenami, waar je nijptangen, hangsloten, scharen, hamers en ander gereedschap van chocola kunt kopen dat er, doordat het met cacaopoeder is bestrooid, mooi roestig uitziet. Echt keukengereedschap kun je vinden bij Penelope.

PUCCINI-PARFUM

In Italië ga je niet alleen eten, daar ga je ook winkelen. Officina Profumo-Farmaceutica di Santa Maria Novella, via Vittoria Veneto 29, verkoopt onder andere parfum, eau de toilet, zeep, scheerschuim en shampoo – in prachtige verpakkingen. Sommige producten zijn gemaakt volgens de antieke recepten van de Dominicaner monniken van het klooster Santa Maria Novella in Florence. Boven de winkel kun je een kopje kruidenthee of een glaasje likeur krijgen. En binnenkort kun je er een Puccini-parfum kopen waar al twee jaar aan wordt gewerkt.

Bij tipografia Biagnini liet Jodie Foster haar visitekaartjes drukken en ook bestelt de Italiaanse adel er huwelijksaankondigingen. Als er geen klanten zijn, staat de eigenaar in zijn winkel te aquarelleren. In de via Calderia 7 vind je een fraaie ouderwetse schoenen- en pettenwinkel (sinds 1870), waar men ook kleding, tassen, wandelstokken, paraplus, hoedendozen en linten voor op hoeden verkoopt.

Puccini was ooit stamgast van Antico Caffè Storico Letterario Di Simo. Hij zat altijd aan het tafeltje onder de klok. De wereld is inmiddels veranderd, maar het interieur van het café niet. En ieder jaar wordt de door Caselli ingestelde prijs voor literatuur en kunst er uitgereikt. De man achter de bar schenkt heel behendig een elegante veer van melkschuim op je cappuccino. In eigen keuken blijkt dat helemaal niet zo eenvoudig. Bij de koffie krijg je een elegant schaaltje met elegante, kleine koekjes.

Dreig je inmiddels bankroet te gaan? Ga dan eten in het voormalige Palazzo Amolfini Ristorante Giglio, Piazza del Giglio 7. Italianen eten binnen, toeristen buiten op het terras. Veel Toscaanse specialiteiten. Op de kaart staan ook een aantal lichte lunchmenu's van twee of drie gangen vermeld; de prijs varieert tussen de elf en zestien euro.

RIANT ONTBIJTBUFFET

Trattoria Da Leo is een goedkoop, drukbezocht, eenvoudig familierestaurant. Ze serveren er bijzonder ijs: citroen met salie en meloen met hete pepertjes. Hunker je naar pizza met muziek, ga dan naar lounge bar Prociutto e Melone dat vooral door de jeugd van de stad wordt bezocht. Maar let op, de meeste restaurants zijn op zondagavond en maandag gesloten.

Na al dit lopen, eten en drinken ben je moe, misschien wel heel moe. Gelukkig telt het historisch centrum veel hotels, albergos en bed & breakfast adressen. Bij een van de toeristenbureau's helpen ze je verder.

Overigens is de verdeling van het aantal sterren aan de hotels in Lucca een raadsel. Het ene hotel met drie sterren, bijvoorbeeld La Luna met een eenpersoonskamer ter grootte van een diepe kast, kan heel wat slechter zijn dan een ander hotel met eenzelfde aantal sterren.

Overal kun je met de auto komen om je koffers af te leveren. Meestal zet men je auto ergens in de buurt op een (soms eigen) parkeerplaats. Een prettig, vrij kleine maison de charme is Albergo San Martino, Via della Dogana 9. Prijs voor een tweepersoonskamer, inclusief ontbijtbuffet, is 130 Euro. Of hotel Universo, het oudste hotel van Lucca dat uit 1857 stamt. Prijs voor een tweepersoonskamer 130-190 Euro, inclusief ontbijt. Maar de hoofdprijs voor het meest riante ontbijtbuffet gaat naar de aangename, kleine maison de charme Alla Corte degli Angeli, Via degli Angeli 23: kazen, jammen, hammen, yoghurt, brood, croissants, verse vruchtensalade, zelf uit te persen sinaasappels, verse taart, en een koeler met een fles prosecco.

Oh ja, over de prijs van kamers valt in rustige tijden te onderhandelen. Wanneer dat dan is? Alle maanden buiten het hoogseizoen, dat loopt van september tot en met oktober.

(met medewerking van Florine Boucher)