Granaatappel- soep

Dan nu het titelgerecht van het aanstekelijke boek Pomeganate Soup van Marshan Meran, in het Nederlands verschenen als Café Babylon. Drie gevluchte Iranese zusters brengen met hun Perzische kookkunst een Iers dorp in de ban. Daaraan werkt zeker de granaatappel mee, voor de hoofdpersoon een teken van hoop. In haar ogen is de granaatappelsoep de perfecte combinatie van het Perzische yin en yang: het verfrissende (sard) van de vrucht en van koriander in harmonie met het vurige (garm) van spliterwten en lam. De grote hoeveelheden kruiden die nodig zijn kunt u het beste op een markt kopen. Het kostte mij slechts 35 cent per bos. Koriander en peterselie wogen meer dan 100 gram. Granaatappelsiroop is te koop in Turkse winkels.

Was de erwten. Pel en snipper de uien. Verhit de olie in een grote pan en bak hierin de snippers ui lichtbruin. Doe er de erwten bij en tweeënhalve liter water, zout, peper en kurkuma. Breng het vocht aan de kook. Laat de soep een half uur koken. Was intussen peterselie, koriander en munt. Haal van de peterselie en koriander 10 centimeter onderaan af en snijd de rest fijn (dit kan ook in een keukenmachine). Rits de blaadje munt van de takjes en snijd ze fijn. Snijd de bosui in dunne ringen. Roer dit alles door de soep en laat die een kwartier pruttelen. Strooi zout en peper over het gehakt en draai er middelgrote ballen van. Roer de granaatappelsiroop los in een halve liter warm water. Doe gehaktballen, rijst, granaatappelwater, suiker, limoensap en desgewenst angelica-edik in de pan. Laat de soep met een deksel op de pan drie kwartier zachtjes koken. Nu en dan roeren. Op smaak brengen met zout, peper en eventueel suiker.

Voor 8-10 personen:

100 gram gele spliterwten

2 grote uien

2 eetlepels olie

zout, versgemalen peper

1 theelepel kurkuma

100 gram platte peterselie

100 gram koriander

50 gram munt

100 gram bosui

500 gram lamsgehakt

200 gram basmatirijst

125 gram granaatappelsiroop

2-3 eetlepels suiker

1 eetlepel limoensap

facultatief: druppels Angelica-edik (Marga Vugs)

    • Annelène van Eijndhoven