Goed dat de burqa weg is, maar de hoofddoek moet blijven

,,Laten we met die meisjes daar gaan praten, eens kijken wat zij vinden van het nieuwe Afghanistan.'' Ahmed lacht en wijst naar een groep studentes op de campus van de universiteit van Kabul. Ze lopen op hoge hakken, zijn modern gekleed en opgemaakt en dragen allen een hoofddoek.

,,Zal ik dat meisje met die groene ogen aanspreken?'', zegt hij enthousiast. De zon schijnt fel. De pauzerende studenten zoeken bescherming in de schaduw van de talrijke bomen.

Ahmed studeert economie. Samen met zijn neef Najib (werktuigbouwkunde) geeft hij de journalist uit Nederland een rondgang langs de verschillende faculteiten. Maar de aanwezigheid van vrouwelijk schoon leidt hem af. ,,We zouden eigenlijk naar de universiteit van Onderwijs moeten gaan, daar studeren meer meisjes.'' De bravoure waarmee Ahmed ineens zijn vrouwelijke collega's benadert, is aandoenlijk. Hij hoeft geen binnenkomer meer te verzinnen, maar vertelt recht voor zijn raap zonder blik of blozen dat een buitenlandse journalist ze graag een paar vragen wil stellen.

Ahmed en Najib waren beiden in Afghanistan toen de Talibaan de scepter zwaaiden – miljoenen Afghanen zijn in de jaren tachtig en negentig naar Pakistan vertrokken, op de vlucht voor oorlog. Vrouwen mochten niet de deur uit, waardoor het moeilijk was ,,om ze in het wild tegen te komen'', zegt Ahmed. Nee, een gezellige tijd was het niet onder de Talibaan, bevestigt hij.

En ja, ook hij moest zijn baard laten staan. En dat was zeker niet makkelijk voor Ahmed, die zich slechts kan beroepen op een onaanzienlijk vlassig snorretje. De slungelige twintiger draagt een strakke zwarte denimbroek, zonnebril en rood T-shirt en speelt voortdurend met zijn felblauwe mobiele telefoontje. Zijn haar staat overeind alsof er een broodrooster in zijn badkuip is gevallen.

De meeste meisjes beginnen te lachen als Ahmed ze aanspreekt, en kijken snel weer in de boeken. Ook Najib heeft weinig succes. Het is examentijd. De studentes zeggen geen tijd te hebben voor een gesprekje. Soms duurt het vijf minuten voordat ze, na veel overleg heen en weer en gegiechel, tot die conclusie komen.

,,Waarom zeggen ze niets? Hebben ze geen mening over ons land?'' De frustratie klinkt door in de woorden van Najib. Voelt hij zich gewoon afgewezen of meent hij het? ,,Heb je onze bibliotheken gezien, hoe klein die zijn. Er zijn amper computers. De regering doet nog steeds te weinig aan onderwijs, terwijl er juist zo'n ontzettende behoefte aan is'', zegt Najib.

Ahmed knikt instemmend. Het C-woord valt al snel: corruptie. ,,Er komt ontzettend veel geld binnen vanuit het Westen, maar waar blijft dat? Kijk om je heen en je kunt concluderen: in ieder geval niet hier.''

Een beetje gelijk heeft hij wel. De bibliotheek van de universiteit van Kabul herbergt boeken voor meer dan tien faculteiten, maar heeft qua omvang meer weg van een gemiddelde openbare dorpsbibliotheek in Nederland. Een zestal computers symboliseert de technologische vooruitgang. De gebouwen op de campus lijken al jaren tevergeefs te wachten op een onderhoudsbeurt.

Ahmed en Najib lopen hand in hand, houden elkaar voortdurend vast. In het Westen zouden ze al snel voor een stelletje worden versleten, maar hier zie je meer jongens zo innig met elkaar rondlopen. Najib is een grote fan van muziek uit India, de Hindi-sound. Neef Ahmed zoekt het verder weg. ,,Ken je de rappers 50 cent of Eminem. Heb je hun clips gezien? Zij maken echt goede muziek. Kan je je voorstellen dat tijdens de Talibaan luisteren naar muziek verboden was?''

De econoom Ahmed heeft idealen. Hij wil de baas worden van de centrale bank van Afghanistan. Want als de munteenheid stabiel blijft, is dat goed voor het land. ,,Dan weten mensen wat hun geld waard is de volgende dag en hoef je niet bang te zijn dat je spaargeld binnen een week is verpieterd tot niets.''

Eindelijk vinden ze een studente die wil praten, de 18-jarige Yarda. Ze studeert Engels. Yarda is positief over de toekomst, over de parlementsverkiezingen in september. Alleen hoopt ze dat er geen conservatieve islamitische partij aan de macht komt. ,,Tijdens de Talibaan kregen vrouwen geen onderwijs. Ik zat gelukkig in Pakistan, maar ik hoop dat die tijd nooit meer terugkomt'', zegt Yarda. ,,Vrouwen hebben het nu veel beter dan vroeger. Ik wil straks gewoon voor de klas kunnen staan.''

Ahmed en Najib zijn tevreden. ,,De positie van vrouwen is duidelijk verbeterd'', zegt Najib. Hij vindt het ook een goede zaak dat ze geen burqa's meer hoeven te dragen, waardoor hun gezichten weer zichtbaar zijn. Maar een hoofddoek, die moeten ze wel van hem dragen. Want anders kunnen andere mannen op straat naar hun haar kijken, zegt hij. En dan? ,,Dat is niet goed'', zegt hij zonder verdere toelichting.