Gevaarlijke pandemie

Groter dan de dreiging van terreur is het gevaar van een wereldwijde pandemie door een via vogels verspreid dodelijk griepvirus waar mensen geen weerstand tegen hebben kunnen opbouwen. Een variant op zo'n virus is al in Zuid-Oost-Azië en China overgesprongen op mensen die elkaar totnogtoe gelukkig niet in hoog tempo hebben besmet. Op dit moment is er nog geen direct gevaar, maar de vogelgriep in Zuid-Oost-Azië kan niet worden bedwongen en er zijn telkens nieuwe uitbraken. Als een mutatie van dit snel veranderende virus onderlinge besmetting door mensen op grote schaal veroorzaakt, ontstaat er een wereldepidemie.

Schattingen van het mogelijke aantal slachtoffers lopen uiteen van tientallen tot vele honderden miljoenen mensen in arme en rijke landen. Een derde van de wereldbevolking kan er ziek door raken en er zijn allerlei direct dodelijke symptomen mogelijk die niet kunnen worden bestreden.

Voor veel virologen is het niet de vraag of zo'n ramp zal gebeuren maar wanneer die zal plaats hebben. De wereld heeft vorige eeuw al drie dodelijke pandemieën meegemaakt. Meest berucht was de Spaanse griep uit 1918, waardoor binnen anderhalf jaar wereldwijd tussen twintig- en veertig miljoen mensen stierven. Sinds 1918 is de wereldbevolking verdrievoudigd. Mensen eten meer vlees en houden meer kippen en varkens, waardoor ze kunnen worden besmet. Bovendien kan een epidemie zich via het intensieve internationale verkeer snel verspreiden.

In dat licht zijn de bijdragen over de griep van wetenschappers in de tijdschriften Science en Nature deze week een meevaller. Door gerichte maatregelen kan een dergelijke pandemie namelijk worden beteugeld dan wel afgeremd. Met 100.000 tot drie miljoen doses griepremmer (Tamiflu) en quarantaine kan een eerste uitbraak van de vogelgriep worden bestreden, zodat die niet om zich heen grijpt. Een dergelijke aanpak vergt internationale coördinatie.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) moet over de vereiste doses griepremmer beschikken om deze snel in te kunnen zetten waar een ramp dreigt uit te breken. De regeringen van de getroffen landen moeten ook meewerken. Tot nu toe is griepremmer schaars. Het wordt door één fabriek gemaakt (Roche) waar een aantal rijke landen, waaronder Nederland, bestellingen heeft lopen. Roche is in onderhandeling met de WHO voor het eventueel doneren aan een internationale voorraad.

Het is jammer dat de fabricage van griepremmer slechts van één fabrikant afhankelijk is. Bij zoveel vraag is meer productie nodig, maar dat is riskant voor één fabrikant. Uiteindelijk hebben landen het recht in geval van nood zelf griepremmer te gaan produceren. Dat kan worden gebruikt als stok achter de deur.

De markt van griepvaccins is nog riskanter dan die van griepremmers. Een griepvaccin moet in korte tijd worden ontwikkeld en is al snel achterhaald. Het is riskant te investeren in de bestrijding van een griep die misschien uitblijft. Publieke steun is dus nodig om de capaciteit voor het snel aanmaken van grote hoeveelheden vaccins uit te breiden.

De gevaren van een pandemie zijn groot, ook voor degenen die geen griep krijgen of er niet aan sterven. Zelfs een lichtere epidemie dan die van de Spaanse griep kan de publieke orde verstoren, verkeer en handel over de hele wereld stilzetten, zodat in veel landen schaarste van voedsel en goederen ontstaat. Het virus kan enige tijd op door besmette personen aangeraakte voorwerpen overleven, dus daar ontstaat ook angst voor. Als een epidemie enkele jaren voortduurt, zijn geglobaliseerde sectoren wellicht genoodzaakt te sluiten of in te krimpen. Om zo'n crisis effectief het hoofd te bieden, moeten regeringen bereid zijn onderling te coördineren. Daar zijn krachtige en professionele internationale organisaties voor nodig, zoals de WHO. Die hebben geld nodig om maatregelen te nemen. De wereldwijde gevaren van de vogelgriep laten zien hoezeer de globalisering van overheden afhankelijk is.