Dure olie is goed voor de beurs

De Amsterdamse beurs probeerde het, maar faalde. De grens van 400 punten werd niet doorbroken. Dat de index zo hoog staat is sowieso bijzonder gezien de vele negatieve aspecten die de AEX belagen.

Al wekenlang schurkt hij ertegen aan, maar de deur lijkt vooralsnog stevig vergrendeld. Het lukt de AEX-index maar niet om door de grens van 400 punten te breken. Slechts een kortstondig oponthoud voor de index die dit jaar zo hard steeg, of een voorlopig onneembare vesting?

De belangrijkste graadmeter van het Damrak maakt een goed jaar door. Het hoogtepunt uit het jaar 2000 (rond de 700 punten) is weliswaar ver weg, maar de belegger heeft de AEX sinds augustus 2002 niet meer op zo'n hoog niveau zien staan als de afgelopen weken. Dat de discussie over het wel of niet passeren van de 400-grens sowieso gevoerd wordt is al bijzonder, omdat een aantal economische wijzers duidelijk op negatief staan.

Ten eerste kromp de Nederlandse economie in het eerste kwartaal met 0,8 procent vergeleken met dezelfde periode in 2004, zo bleek vorige maand uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Alles lijkt mis, de consumptie stagneert, investeringen van de overheid en het bedrijfsleven nemen af en ook de export – traditioneel een sterk onderdeel van de nationale economie – presteert niet goed.

Ook de andere landen in de eurozone hadden weinig reden tot juichen, alhoewel alleen Italië het nog slechter deed dan Nederland. Eurostat, het statistische bureau van de Europese Unie, zei vorige maand dat de euro-economie in de eerste drie maanden met 0,5 procent groeide op kwartaalbasis en met 1,4 procent vergeleken met het eerste kwartaal van 2004. Niet slecht in vergelijking met Nederland, maar ook de eurolanden merken de impact van de dure olie. Desondanks boekten de beursindices ook in andere eurolanden forse winsten.

Sommige economen stellen dat de beurs alvast vooruitloopt op het economisch herstel in Europa. Een herstel zoals zich dat de afgelopen jaren ook openbaarde in de Verenigde Staten en die zij ook hier in Europa verwachten. Vooralsnog geeft in ieder geval de Nederlandse economie weinig reden voor hoop op herstel: de 0,8 procent krimp was een bijstelling, het CBS had eerder een krimp van `slechts' 0,1 procent verwacht. Deze week zei het Internationaal Monetair Fonds (IMF) dat het herstel in de eurozone futloos is. Het verwacht dat de economische groei in deze landen op maximaal 1,3 procent uitkomt, waar het eerder een prognose had gegeven van 1,6 procent.

Verder beschouwt het IMF de appreciatie van de euro de afgelopen weken als een risico voor de eurolanden, net als de hoge olieprijs.

Overigens is de Amerikaanse groei ook omgeven door onzekerheid. Om het enorme handelstekort te laten dalen moeten de Amerikanen onder meer gaan sparen. Hierdoor zou de groei afnemen omdat consumenten minder geld overhouden om te besteden.

Dat bijvoorbeeld de AEX-index ondanks de negatieve economische ontwikkeling tóch zo'n goed jaar doormaakt is, vreemd genoeg, grotendeels te danken aan de olieprijs. Vreemd omdat de olieprijs normaliter een negatief effect heeft op de beurskoersen. Dure olie leidt tot een hogere inflatie en dus duurdere prijzen voor consumenten, maar ook voor bedrijven die meer geld kwijt zijn voor producten.

En duur is de olie. De afgelopen week bereikte de Brent-olie uit de Noordzee weer een record na de dood van koning Fahd van 's werelds olierijkste land Saoedi-Arabië en de dreigende crisis over het nucleaire programma van olieproducent Iran. De prijs staat momenteel boven de 60 dollar per vat en er is weinig zicht op een substantiële daling. De oliemarkt reageert al maanden hypernerveus op elk nieuwsbericht omdat er angst is voor een tekort.

Paradoxaal genoeg heeft de dure olie deze keer juist meegeholpen aan de stijging van de dikke 40 punten van de AEX-index. Uit data van het Amerikaanse persbureau Bloomberg blijkt dat hét zwaargewicht van de AEX – het oude Koninklijke Olie en huidige Shell – in zijn eentje goed is voor zo'n 11 van die 40 punten. De winsten van het Nederlands-Britse concern worden ook dit jaar weer opgepompt door de hoge olieprijs. Dat – plus de veranderingen in de bedrijfsstructuur – hebben het concern opgestuwd en dus de index.

Een andere opdrijvende factor waren de financiële waarden die samen (ABN Amro, ING, Aegon en Fortis) een kleine 15 punten wonnen dit jaar. Deze bedrijven stegen omdat de rente daalde en omdat beleggers begerig keken naar de hoge dividendrendementen die hoger liggen dan de 10-jaarsrente. Economisch is er trouwens al een tijd iets mis met de verhouding tussen het dividendrendement en de rente. De burger kan geld lenen bij de bank, zeg ABN Amro, tegen een rente van circa 3,3 procent. Met dit geld kan de belegger aandelen ABN Amro kopen en strijkt een dividend van 5 procent op, en steekt het verschil in zijn zak: of de rente is te laag, of het dividend te hoog.

De rente is de laatste weken aan het stijgen wat normaliter zorgt voor neerwaartse druk op de koersen. Maar `normaal' lijkt niet meer van toepassing op het Damrak waar de gangbare mores overboord zijn gegooid.

    • Heleen de Graaf