Dromen van een draadloos, kantoorloos bestaan

Omdat Raymond van den Boogaard – in navolging van Sartre – het liefst vanuit cafés werkt, gaat hij op zoek naar publieke gelegenheden waar hij draadloos kan internetten. Dat valt nog niet mee

,,Grappig, u bent al de tweede die erom vraagt vandaag. Maar hij doet het niet, zeker iets kapot'', antwoordt de serveerster van de Bloemendaalse strandtent De Republiek luchtig, op de vraag waarom de Wifi niet in de lucht is.

Het leek zo'n aardige gedachte: een dagje breedbandig internetten aan het strand. Weg met de plakkerige stad in de zomer. Licht, zon, zand, frisse lucht en nog zo wat geneugten – en dan inmiddels high speed mijn werk doen. Alle lijstjes met digitale `hotspots' die op internet te vinden zijn, noemen De Republiek als hotspot on the beach.

Maar helaas, de verbinding doet het dus niet. ,,Geen draadloze netwerken gevonden'', meldt het programma IntelProSet. Gelukkig voorziet de notebook van de krant ook in het leggen van een – veel langzamere – GSM/GPRS-verbinding, zodat het toch mogelijk is die dringende e-mails te beantwoorden, daarbij aan de correspondenten uiteraard fijntjes vermeldend dat dit vanaf het strand gebeurt.

Maar de glans van dit uitstapje is er toch een beetje vanaf. Door de lage snelheid is er alle tijd om regelmatig van het scherm op te kijken. Dan valt op dat De Republiek een tent is waar ik anders niet gauw heengegaan zou zijn: uitgebluste vrouwen liggen, in van bruin hout getimmerde bakken, naast slechtgehumde mannen. Loungen is hier het wachtwoord en vanaf het terras is het strand maar met moeite te zien.

`Wifi' – het woord dat staat voor wireless fidelity, is met enige mystiek omgeven, een beetje zoals internet zelf in het begin. De belofte van een hele nieuwe wereld en een mondiale mentaliteitsverandering van tien jaar geleden, die is er wel zo'n beetje vanaf. Blijft de suggestie dat je toch anders in de wereld staat, wanneer je altijd en overal online bent. Wel kent de Wifi-wereld zijn eigen nerds, die dit weekeinde in Zeddam (bij Doetinchem) hun jaarlijkse WOAF (Wireless Open Air Festival) houden (zie kader). In hun tentjes testen ze daar zelfgebouwde antennes uit.

Netwerkjes van dit type internetgebruikers stellen her en der hun draadloze toegang voor elkaar open. Maar dat alles is voorshands toch meer voor de echte techneuten onder ons. De Nederlandse overheid heeft tot nu toe afgezien van het subsidiëren van grootse plannen voor open netwerken. De markt moet het doen. Dus moet de modale notebookbezitter het vooral hebben van de commerciële hotspots in cafés, hotels en dergelijke. De telecomaanbieders die daarvoor adverteren, schetsen een andere wereld dan de wereldverbeteraars van weleer. Op de foto's zijn frisse, jeugdig ogende personen in mantelpakje of snelgesneden kostuum te zien, bezig te genieten van hun communicatievrijheid. Het punt is dat je zelden ziet wáár ze dat doen.

LEGE BATTERIJ Mijn eerste Wifi-ervaring was een hartverwarmende. Ik zat thuis aan de computer, maar de werkster moest erbij. Ik herinnerde me dat het bij mijn huis gelegen café Boom, in de Amsterdamse Linnaeusstraat, een bord buiten had dat gratis Wifi voor de klanten aankondigde. Wel een beetje jammer natuurlijk dat het zonnige terras voor de internetter niet is weggelegd – het beeldscherm op de laptop dat tegen de zon opkan, moet nog worden uitgevonden. Het schijnt dat Japanners ter bestrijding van dit probleem vaak een parapluutje bij zich hebben.

Maar eenmaal binnen werkte alles uitstekend. De man achter de bar verstrekte een toegangscode – tevens een van de weinige gevallen in mijn naspeuringen waarbij de bediening een notie had van de werking van de hotspot ter plaatse. Geweldig; supersnel en geheel gratis, de kosten der consumpties daargelaten. Totdat na anderhalf uur de batterij van mijn laptop op was. Eerste les: tweede batterij kopen. Want zonder stroom komt er niets terecht van de droom van vrijheid en bereikbaarheid en verbinding, en slechts zelden beschikt een café over een groot aantal stopcontacten om de surflustigen voortdurend onder stroom te houden.

Na deze eerste, positieve ervaring maakte zich van mij een vreemde opwinding meester: zou het mogelijk zijn het kantoor af te schaffen? Kijk: u en ik weten ons op onze werkplek natuurlijk omringd door fijne collega's, van wie wij zielsveel houden en van wie wij slechts met moeite afscheid kunnen nemen wanneer weekend of vakantie zijn aangebroken. Maar je hoort wel eens verhalen, van anderen, over vreselijkse chefs, over enorme irritaties, over verstikkende kantoorhumor of ijselijke intriges. Bovendien mag je op kantoren tegenwoordig niet meer roken – wat ik altijd een belangrijk onderdeel van mijn werkzaamheden heb gevonden.

Reeds zag ik een bestaan voor mij, waarin de aanwezigheid ten burele tot een minimum beperkt zou blijven: een vergaderingetje af en toe, of de post ophalen. Voor de rest is er niets wat een journalist niet per telefoon of computer zou kunnen doen. Het veelgehoorde verwijt aan journalisten, dat zij te weinig voeling houden met wat er op straat gebeurt, en in de rest van de wereld, zou op mij niet meer van toepassing zijn. Ik zou juist voortdurend op straat zijn, of althans in een belendend café met high speed internetverbinding.

Tenslotte zijn er, blijkt uit die advertenties, in Nederland honderden hotspots die deze droom werkelijkheid maken. Alleen: gratis zijn deze maar heel zelden. Er zijn nog een paar kosteloze, meestal vrucht van verlicht ondernemerschap of een ideële achtergrond van de horecagelegenheid: in Amsterdam bijvoorbeeld de Balie en de Waag. Maar meestal is het nu op de hotspot toch dik betalen geblazen aan de telecommaatschappij.

Nadat je communicatieprogramma de verbinding heeft gelegd (meestal 11 Mb per seconde) open je de browser, en daar verschijnt in plaats van de vertrouwde startpagina dan een pagina van de telecomaanbieder die om gebruikersnaam en toegangscode vraagt. Meestal is het mogelijk om direct even met creditcard te voldoen: 1,30 euro per kwartier op de dertig NS-stations waar KPN nu een hotspot heeft bijvoorbeeld; of 5,95 euro voor een uurtje bij T-mobile, dat onder andere in alle McDonald's vertegenwoordigd is.

DURE VRIJHEID Het is trouwens zaak om de voorwaarden grondig te bestuderen. De eerste keer dat ik op een betaalde hotspot inlogde, had ik bij een winkel van T-mobile een kaart voor 24 uur gekocht (19,95 euro), in de gedachte daarmee een tijdje vooruit te kunnen. Café Dudok in Den Haag, vlak naast mijn werk gelegen, heeft namelijk een hotspot van T-mobile. Om vervolgens te merken dat `24 uur' niet betekende dat ik over een langere periode in totaal 24 uur kon inloggen, maar dat ik 24 uur na het eerste inloggen mocht internetten. Op dezelfde manier werken bij T-mobile de kaarten voor zeven dagen (39,95) of 30 dagen (79,95). Met de kaarten voor 60 minuten (5,95) en 180 minuten (14,95) kun je wel meerdere keren in- en uitloggen.

Er bestaat bij T-mobile ook een maandabonnement voor 29,95 euro (19,95 euro voor T-mobile-telefoonabonnees). Bij KPN kost dat 30 euro per maand (of 300 per jaar) en bij Mobilander zelfs 34,95 euro. Een prijzige zaak dus nogal, mijn plannetje voor een kantoorloos bestaan, ongeveer net zo duur als ADSL thuis. En dan: die abonnementen zijn onderling niet uitwisselbaar, wat dacht je. Dus voor de droom van de grote beschikbaarheid en vrijheid zou je dus eigenlijk verschillende abonnementen nodig hebben.

En dan nog: waar ga je zitten? Op een station, zoals KPN voorstelt? Ongezellig en bovendien riskant want de mobieletelefoondieven zijn vast ook niet te beroerd om je de computer uit handen te grissen. Bij een McDonald's? Nee, dank u. Maar ook in gewone gelegenheden is het soms moeilijk kantoor houden: de hotspot in het Haagse café Plein XIX doet het weliswaar uitstekend, maar de muziek staat er tijdens mijn proef zo hard, dat ik voor het voeren van telefoongesprekken naar buiten moet.

En dan zijn er nog de reacties van de omgeving. ,,Zo, het werk maar gezellig meegenomen'', zegt een man in een Haags café, op een toon alsof hij daar iets op tegen heeft. Had je ook bij de invoering van de walkman in de jaren tachtig herinner ik me – in het maatschappelijk leven hebben sommigen er iets op tegen, dat het individu zich met apparaten afzondert.

Een van mijn positiefste ervaringen als kantoorloze bleek op een misverstand te berusten. Bij het Amsterdamse café Luxembourg, waar het geciviliseerd vertoeven is met uitzicht op het immer geanimeerde Spui, deed de Wifi het urenlang uitstekend – en tot mijn aangename verrassing nog geheel gratis ook. Maar bij het afrekenen van de consumpties wist de bediening te melden dat de Wifi stuk was – en toen bleek dat ik urenlang gesurfd had op het draadloze ADSL-modem van een der omwonenden, die kennelijk niet goed begrepen heeft dat je zo'n modem moet beveiligen. Het is voor de beklagenswaardige te hopen dat mijn internetaankoop van een eigen eiland in de Stille Zuidzee – met zijn IP-nummer – niet goed is doorgekomen.

HOTELKAMERS

Nee, van mijn droom van het mobiele kantoor is tot nu toe toch maar weinig terechtgekomen. Het heeft ook niet zo heel veel zin om een Wifi-sniffer te kopen, een apparaatje dat waarschuwt als je binnen het bereik van een draadloze internetverbinding bent. Er zijn hele mooie – in de vorm van een sleutelhanger of een bloem – maar de meeste signalen zijn die van (wel vergrendelde) draadloze ADSL-modems, wat pas blijkt als je hoopvol de computer hebt opgestart. De meest bevredigende toepassing van de hotspot is toch nog die in hotelkamers, zoals van l'Empéreur in Maastricht, of Metropol in Riga. Waar de razende reporter de eenzaamheid voor het slapengaan vroeger verdreef door het kijken naar televisieprogramma's die hem eigenlijk niet interesseerden, en liefst in talen die hij niet verstond, kan hij nu breedbandig internetten totdat hij in Morpheus' armen belandt.

Blijft er dan niets over van mijn draadloze, kantoorloze droom? Op naar Parijs, waar werken in het café immers heel gewoon is. Leerden wij vroeger niet dat Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir hun hele werkdag in het café doorbrachten, lezend, schrijvend en contacten onderhoudend? In Parijs is vast alles beter. Café Flore, waar Sartre en Beauvoir dat deden, heeft geen hotspot – de zaak is trouwens sinds jaar en dag vooral het terrein van Japanse toeristen die zich, een opschrijfboekje voor zich, voorstellen dat zij op de plek van Sartre en Beauvoir een carrière als romanschrijver begonnen zijn.

Maar niet ver daarvandaan ligt brasserie Le Buci in de Rue Mazarine, waar een bord gratis internet haut débit aankondigt. Salade besteld, glaasje rosé en hup, de computer aan. Er verschijnt een inlogpagina van het bedrijf Hotcafé, dat om een nummer vraagt. Navraag bij de ober levert een leuk rond kaartje met een cijfercode op, waarmee je inderdaad kunt inloggen. Alles doet het uitstekend, een half uur lang. Dan moet je om zo'n nieuw kaartje met code vragen. En een nieuwe rosé natuurlijk.

Zou Sartre ooit tot het schrijven van Les Mots et les Choses gekomen zijn, wanneer hij elk halfuur om een nieuwe cijfercode had moeten vragen? Ik denk het niet. Wel weten we dat hij, opkijkend van het papier, ruim aandacht had voor passerend vrouwelijk schoon in de Flore. Misschien is dat hier in Le Buci misschien ook wel een beter idee – het uitzicht overtreft gelukkig vele malen dat van De Republiek. Sartre had, naar eigen zeggen, altijd vele duizenden francs bij zich om, in het voorkomende geval, onmiddellijk een dame te kunnen entertainen. Ik check online mijn banksaldo, sluit dan de computer, neem een ouderwets opschrijfboekje voor me en wacht op de dingen die komen gaan.

Draadloos festival

Het derde WOAF (Wireless Open Air Festival) vindt dit weekeinde plaats in Zeddam (Gelderland), op een weide met als adres Broekzijde 3a, 7038 EK. Vanavond is er BBQ en tentenkamp, uiteraard met de notebook op schoot en een open netwerk. Morgen zijn er wedstrijden in lange afstand-wifi'en (wie heeft de beste antenne?). Het WOAF is een zaak van een groep vrijwilligers die ook de website www.wirelessnederland.nl runnen – het voornaamste orgaan van de bewuste wifi-gebruikers in Nederland. Deelname is niet kosteloos.

Meer info over Wifi is te vinden via www.startkabel/k/wifi. Hier is ook informatie te vinden over de vrijwilligersnetwerken in onder andere Leiden, Rotterdam, Amsterdam-Oost, Alphen en andere plaatsen.

De meeste notebooks die in Nederland worden verkocht, zijn inmiddels voorzien van een ingebouwde LAN-antenne voor Wifi-gebruik. Is de notebook er niet van voorzien, dan is het mogelijk zo'n antenne aan te sluiten op de USB-poort van de computer. Hotspot-exploitant T-Mobile, ook niet gek, wil u er graag eentje verkopen voor 19,95 euro, compleet met software. Maar er zijn natuurlijk ook andere.

    • Raymond van den Boogaard