De westerse leerschool

Mohammed B. erkent de Nederlandse rechtsstaat niet en hij weigerde deel te nemen aan zijn proces. Moslimfundamentalisten gaan heel ver in hun verachting voor het Westen, met zijn decadentie, zijn politieke systeem, zijn vrijheid van meningsuiting. 'Hoe kun je nu verwachten dat we integreren in zo'n toilet als de westerse samenleving?' Tegelijkertijd ontlenen ze veel van hun argumenten aan de westerse wetenschap. Voorbeelden van fundamentalistisch leentjebuur.

De grootste bewonderaars van het westerse culturele erfgoed bevinden zich in radicaal islamitische kringen. Neem Hassan al-Turabi, die gedurende de jaren negentig de geestelijke mentor was van het fundamentalistische regime in Soedan. 'Vrijwel alle voorlieden van islamitische bewegingen zijn in het Westen opgeleid', was een van de eerste dingen die hij zei, toen ik hem in 1993 ontmoette. Turabi zelf had gestudeerd in Londen en aan de Sorbonne in Parijs, sprak vloeiend Engels en Frans, hield van Europese literatuur en muziek, en hij liet blijken goed op de hoogte te zijn van de westerse etiquette door mijn vrouw als eerste koffie in te schenken.

'Wij zijn Europa zeer toegewijd en voelen ons nauw verbonden met het christendom', ging hij verder. 'Volgens de koran staan jullie ook het dichtst bij ons.' Dat het Soedan van Turabi op datzelfde moment onderdak bood aan Osama bin Laden, die vanuit de hoofdstad Khartoem de totale vernietiging van diezelfde christelijke beschaving beraamde, was daar klaarblijkelijk niet mee in tegenspraak. Toch is Turabi met zijn zwak voor de westerse cultuur geen uitzondering in islamistische kringen.

Zo publiceerde het Arabische dagblad al-Sharq al-Awsat in maart 1995 een interview met Fathi al-Shiqaqi, de jonge, goed opgeleide leider van de Palestijnse terreurorganisatie Islamitische Jihad. Ook Shiqaqi was, zo bleek, een groot bewonderaar van de westerse literaire traditie. Hij kende zijn Shakespeare, Tsjechov en Sartre. Hij had zelfs een bijzondere passie ontwikkeld voor Sophocles' Oedipus Rex, dat hij al tien keer in Engelse vertaling had gelezen. 'En elke keer huilde ik bittere tranen', vertrouwde hij zijn interviewer toe.

De ontboezemingen van Shiqaqi, die niet lang daarna door Israëlische commando's werd vermoord, waren opmerkelijk. Talloze malen had hij opdracht gegeven tot het plegen van zelfmoordaanslagen in Israëlische steden. In een pamflet noemde Shiqaqi de gave om dergelijke operaties te ondernemen 'een gift van God'. Kortom, hij was niet iemand die je in eerste instantie zou omschrijven als een bewonderaar van het culturele erfgoed van het Westen, dat hij juist medeverantwoordelijk achtte voor het lijden van zijn volk.

Toch is het opvallend hoeveel islamistische leiders zich tooien met aan westerse universiteiten behaalde titels en koketteren met hun kennis van onze cultuur. Shiqaqi's opvolger als leider van de Islamitische Jihad, Ramadan Shallah, studeerde in Groot-Brittannië en doceerde daarna in de vs. Abbasi Madani, de leider van het Algerijnse Islamitische Heilsfront (fis), dat democratie ooit betitelde als 'godslastering', behaalde zijn PhD aan de Universiteit van Londen. Mohammed al-Mas'ari, een belangrijke Saoedische oppositieleider in ballingschap, studeerde in Duitsland. Mas'ari werkte daarna in de vs waar hij tevens zijn Amerikaanse vrouw leerde kennen. Desondanks beschouwt hij de Vs als een legitiem doelwit in de jihad. Afwijzing van het Westen

In 1996 schreef The Economist over de islamisten die in Soedan aan de macht waren gekomen en een fel antiwesters beleid voerden: 'De meesten van hen hebben een westerse opleiding genoten. Ze kennen de moderne wereld, en ze zijn er tegen.' En inderdaad lijkt dat de droevige conclusie die we moeten trekken. Fundamentalisten mogen dan vaak westers opgeleid zijn en daar graag mee te koop lopen, ze zijn vrijwel eensgezind in hun afwijzing van 'het Westen'. En niet alleen als het gaat om ons vermeende 'morele verval' - homohuwelijk, het klonen van schapen, secularisatie, noem maar op - maar ze zijn vooral ook gebeten op onze democratische verworvenheden, zoals vrijheid van meningsuiting en wetenschapsbeoefening, die hen ironisch genoeg in staat hebben gesteld zich te ontwikkelen op een wijze die in de meeste landen in het Midden-Oosten gewoon niet aanwezig is.

Een studie aan een westerse universiteit lijkt dus bepaald geen garantie te zijn voor de verspreiding van het westerse gedachtegoed, integendeel zelfs. Zoals de inmiddels opgepakte Londense prediker Abu Hamza al-Masri, die voordat hij zich bekeerde tot Al-Qaeda werkzaam was als civiel ingenieur in het Verenigd Koninkrijk, me ooit toebeet: 'Hoe kun je nu van ons verwachten dat we integreren in zo'n toilet als de westerse samenleving?' Om er even later aan toe te voegen: 'Maar als het gaat om computers en internet, dan hebben we geen probleem met jullie.'

Ofwel, islamisten hebben een groot ontzag voor de kennis en technologieën van het Westen, maar de rest mogen we houden. Wel vragen ze zich af hoe het komt dat het Westen in ontwikkeling zo veel verder is dan de meeste moslimsamenlevingen met hun dictaturen, armoede, corruptie, rechteloosheid en willekeur. Maar het antwoord dat een westerling op deze vraag zou formuleren: creëer eerst eens een omgeving van intellectuele vrijheid en contact met de buitenwereld, dat antwoord wordt zonder meer afgewezen. Nee, islamisten zijn ervan overtuigd dat het Westen zijn technologische successen te danken heeft aan een sterk ideologisch zelfbewustzijn. En dus moet de remedie voor het falen van de moslims ook worden gezocht in ideologie. Maar dan wel een die het antwoord op de problemen van vandaag zoekt in de fundamenten van de islam uit de zevende eeuw.

Interreligieuze dialoog

Aldus kan een westers opgeleide islamist uitermate onderhoudend zijn als het gaat om Russische auteurs of klassieke muziek, maar er tegelijkertijd een radicaal andere opvatting van kennis op nahouden. Ik had me dat nooit zo gerealiseerd, totdat ik in 1994 in de Soedanese hoofdstad Khartoem een Conferentie voor Interreligieuze Dialoog bijwoonde. De conferentie was georganiseerd door het fundamentalistische regime van Soedan dat vijf jaar daarvoor de macht had gegrepen. In het defensief gedrongen door de afwijzende reactie van het Westen, dat al een 'tweede Iran' aan de oevers van de Nijl zag verrijzen, poogden de nieuwe machthebbers met het organiseren van dergelijke conferenties hun isolement te doorbreken. 'Kijk maar, de islam wil niet met jullie vechten maar juist met jullie práten', luidde de boodschap.

De conferentie bracht een bonte verzameling fundamentalisten, mullahs, moonies, neofascisten en bisschoppen bijeen. Eregast was Abd al-Majid al-Zindani, de leider van de fundamentalistische Moslimbroederschap in Jemen. Een rijzige man in een wit kleed met een lange, met henna geverfde baard die zich glimlachend rozen liet aanbieden door Soedanese schoolmeisjes. Tijdens de burgeroorlog in Jemen, een paar maanden daarvoor, hadden Zindani's aanhangers nog de bierbrouwerij in de Zuid-Jemenitische havenstad Aden met een tank in puin geschoten.

Zindani's bijdrage luidde: 'koran en wetenschap'. 'God heeft ons het bewijs van de juistheid van Zijn boodschap geleverd', betoogde de sjeik in koranisch Arabisch. 'Wetenschappelijke fenomenen waarvan wij pas sinds kort weten dat ze bestaan, werden veertienhonderd jaar geleden al geopenbaard in de koran. De voorbeelden, geachte broeders, zijn talrijk.'

Het licht ging uit, terwijl op een scherm achter de spreker een illustratie van een menselijk embryo werd geprojecteerd. Met een aanwijsstok wees Zindani de drie kiembladen aan waaruit het menselijk lichaam wordt gevormd, zoals tanden, beenderen en organen.

'In de koran vinden we reeds een nauwkeurige beschrijving van de ontwikkeling van het menselijk embryo in de eerste weken na de bevruchting', liet Zindani zijn publiek weten. 'Dat is iets, geachte broeders, dat westerse wetenschappers pas zo'n dertig jaar geleden hebben ontdekt. Ja, u hoort het goed, veertienhonderd jaar nadat God de koran neerzond!' Het bewijs leverde hij in de vorm van soera 39:6: 'Hij schept u in de schoten van uw moeders, schepping na schepping, in drie duisternissen.' De drie duisternissen, meende Zindani, waren niets anders dan de drie kiembladen van het menselijk embryo.

Had Mohammed deze informatie zelf kunnen verzinnen? Had hij soms een microscoop tot zijn beschikking? Zindani keek triomfantelijk de volle zaal in, met een blik die zei: 'Voilà, zie hier het bewijs van de goddelijke oorsprong van de koran.' Hier en daar werd Allahu akbar geroepen. Nu de sjeik op dreef was geraakt, deed hij ook nog even uit de doeken hoe de koran de klimaatverandering op het Arabisch schiereiland en de Big Bang-theorie had voorspeld. En als uitsmijter volgden de finesses van het menselijk zenuwstelsel: 'Zij die Onze tekenen afwijzen, zullen Wij spoedig in het hellevuur werpen, zo vaak als hun huiden worden geroosterd. En We zullen hun huiden vervangen door nieuwe huiden, opdat zij hun straf keer op keer kunnen proeven. Want God is almachtig en wijs.'

Wetenschappelijke tekenen

Later kreeg ik een video in handen die was uitgegeven door Zindani's onderzoeksinstituut, de Commissie voor Wetenschappelijke Tekenen, onder de titel 'Het is de waarheid'. Er komen westerse wetenschapslieden aan het woord, die zonder uitzondering het wetenschappelijk gelijk van de koran bevestigen. Later bleek dat de meesten zich door de commissie naar Zindani's conferenties hadden laten lokken met eersteklas vliegtickets, dure hotelkamers, hoge honoraria en diners met vooraanstaande figuren. De enige tegenprestatie was een lezing. O ja, én een interview door Zindani - 'Such a lovely guy', volgens de Amerikaanse geoloog Allison Palmer - met een lopende camera erbij.

Zindani had hun gevraagd een korantekst te interpreteren in het licht van hun discipline. Later werd geklaagd dat citaten uit hun verband waren getrokken. Het gevolg was dat sommige geleerden op de video te kijk werden gezet als goedgelovige sukkels. Hun schaamte werd later nog groter, toen bleek dat Zindani's commissie financiële steun had ontvangen van Saoedische liefdadigheidsinstellingen die geassocieerd werden met Al-Qaeda. Zindani echter was verheugd. 'Als moslims horen dat de koran wetenschappelijk accuraat is, vervult hen dat met een gevoel van eer, vertrouwen en bevrediging dat zij de ware godsdienst volgen', meende hij.

Bezien vanuit westerse ogen is dit citaat zeer opmerkelijk. Het lijkt alsof de koran eerst wetenschappelijk moet worden bewezen in westerse laboratoria, voordat moslims er in kunnen geloven. Maar zo zien fundamentalisten als Zindani dat niet. Kennis is voor hen immers niet het resultaat van analytisch denken, zoals in het Westen het geval is, maar een universeel iets dat door God gegeven is en dat vastligt. Dus als morgen blijkt dat de Big Bang-theorie onjuist is, dan is daarmee niet de koran ontmaskerd als een valse boodschap, maar moet de westerse wetenschap beter zijn best doen en moet Zindani de koran nog eens bestuderen.

Niettemin bestaat er groot ontzag voor westerse wetenschap in islamistische kringen. De Franse politicoloog Olivier Roy stelt in zijn boek The Failure of Political Islam (1994), dat dit echter met name geldt voor de exacte wetenschappen. Deze roepen weinig theologische problemen op: er kunnen altijd wel passende metaforen worden gevonden in de koran. Het is dan ook opvallend hoeveel radicale moslimleiders een technische opleiding hebben. Op de menswetenschappen vallen de fundamentalisten minder gretig aan. Disciplines als psychologie, sociologie en geschiedenis ondermijnen immers het ideaalbeeld van eenheid en gelijkheid van alle gelovigen tegenover God, stelt Roy. In dit verband zal een islamist je beter kunnen uitleggen wat de koran te melden heeft over kernenergie dan over deviant gedrag van voetbalsupporters.

Dit selectieve, maar tegelijkertijd kritiekloze gebruik van westerse wetenschap kom je in fundamentalistische kringen overal tegen. Wat kan worden gebruikt, wordt gebruikt; de rest wordt terzijde geschoven. Populair wetenschappelijke publicaties worden uitgeplozen op materiaal dat het bestaan van de Almachtige moet bewijzen. Een fundamentalistische website is niet compleet zonder een link naar een site met 'islamitische kennis'. Het doel is echter niet het dienen van de wetenschap, maar het dienen van God. Zoals het in Londen gevestigde Islamic Forum for Science and Arts op zijn website (www. ummah.com/ifsa) stelt: 'Voor moslims betekenen de wetenschappelijke tekenen in de koran een versterking van hun band met de Schepper en de verzekering van het bestaan van het hiernamaals.' Fundamentalisten ijveren dan ook altijd voor meer koranstudie op school. Exacte vakken komen pas op de tweede plaats.

Maar ook bij fundamentalisten die langdurig in westerse kringen verkeerden, heeft dit zelden geleid tot een kritische houding ten aanzien van de islam. Een voorbeeld is het vraagstuk van de democratie. De meeste fundamentalisten zijn het op dit punt grondig oneens met het Westen. Maar in plaats van een werkelijke discussie te voeren, glijdt deze meestal af tot het niveau van woordspelletjes. 'Islam ís democratie', verklaarde Hassan al-Turabi ooit. 'Alleen noemen wij het shura, consultatie. Wij geloven trouwens niet in partijen die verkiezingen winnen of verliezen. Het westerse meerpartijenstelsel is eigenlijk ook geen democratie, maar slechts een interpretatie van de Griekse filosofie.' Snapt u het nog?

Imponeergedrag

De verleiding is groot om te stellen dat fundamentalisten die in het Westen hebben gestudeerd, nauwelijks iets zinnigs hebben gedaan met hun opleiding. Wetenschappelijke kennis wordt lukraak ingepast in de islam of verworpen, maar dringt nauwelijks door. Sommigen mogen graag pronken met hun liefde voor Shakespeare of de Franse impressionisten, maar ze lijken dat vooral te doen om hun gesprekspartner te imponeren. En de enkeling die zijn kennis aanwendt om de islam te hervormen, wordt geïntimideerd of vermoord.

Toch is de realiteit minder somber. Fundamentalisten hebben onbewust namelijk veel meer van het christelijke Westen overgenomen dat ze zouden durven toegeven. De Amerikaanse Midden-Oosten-expert Daniel Pipes vermeldt daarvan in zijn boek Militant Islam Reaches America (2002) een aantal interessante voorbeelden. Hij noemt onder andere het feminisme en een aantal specifiek westerse politieke concepten. Maar zelfs het christendom zou, volgens Pipes, hier en daar door fundamentalisten zijn geïmiteerd, onder andere in de Islamitische Republiek Iran.

De Amerikaanse historicus Bernard Lewis onderschrijft dit laatste in zijn boek What Went Wrong? (2002). Hij bekritiseert de Iraanse geestelijkheid die volgens eigen zeggen aan het hoofd staat van een staat die een islamitisch bolwerk zou moeten zijn tegen de immorele westerse cultuur. 'Maar wat zij in werkelijkheid doen, is het verchristelijken van de islam in institutionele zin', meent Lewis. De structuur van de Iraanse geestelijkheid, met zijn hiërarchie van mullahs tot ayatollahs, is namelijk volledig onbekend in de klassieke islam en lijkt regelrecht te zijn gekopieerd uit het katholicisme.

'Ze hebben Iran al begiftigd met wat je de functionele equivalenten kunt noemen van het pontificaat, het college van kardinalen, een rechtbank van bisschoppen en vooral een inquisitie', stelt Lewis. Ayatollah Khomeini, en zijn huidige opvolger, de Grote Leider ayatollah Khamenei, verschijnen in deze parallel als pausen, die bindende fatwa's afgeven. Oppositionele geestelijken kunnen worden 'geëxcommuniceerd'. De clerus eigent zich bezittingen toe, bemoeit zich met benoemingen en beschermt zich met zijn eigen Zwitserse Garde, de Revolutionaire Gardisten. 'Mettertijd zouden zij wel eens kunnen aanzetten tot een reformatie', sneert Lewis.

Een ander terrein waarop rijkelijk uit het westerse gedachtegoed is geput, is de structuur van wat 'islamitische staten' heten te zijn. Khomeini bouwde in Iran een staat die voor een groot deel is opgebouwd uit elementen die westers zijn: een republiek met een grondwet, een gekozen president en een gekozen parlement. Ook het fundamentalistische Soedan, dat zich onder de inspirerende leiding van Turabi zou hebben ontwikkeld tot 'het lichtend voorbeeld voor alle moslims', komt niet veel verder dan een slechte imitatie van een Europese republiek, waarbij de democratische instituties zijn ontdaan van hun inhoud, maar nog wel 'democratisch' heten te zijn, en voorts overgoten worden met een flinterdunne laag islamitische saus.

Opvallend is ook hoe het marxisme voortleeft in het fundamentalistische gedachtegoed, alsof het IJzeren Gordijn nooit is gevallen. Je vindt dat terug in de structuur van islamitische bewegingen als de Moslimbroederschap en, tot voor kort, het Nationaal Islamitisch Front (Nif) van Soedan. 'Je weet nooit hoe de machtsverhoudingen binnen het nif liggen', merkte een westerse diplomaat in Khartoem in 1996 op. 'Het blijft gissen. Met wie verschijnt Turabi nu weer in het openbaar? Wie staat er naast hem, of wie ontbreekt er juist? Soms lijk ik wel een Kremlin-watcher uit de jaren zeventig.'

Er bestaan inderdaad grote overeenkomsten. De positie van de leider van de islamitische beweging, of deze zich nu gids, sjeik of mullah laat noemen, is te vergelijken met die van secretaris-generaal van een communistische partij. In een partij waarvan de leden elkaar met 'broeder' aanspreken, geldt hij als 'Broeder no. 1', en hij is even onaantastbaar als 'Kameraad no. 1'. Hij laat zich toejuichen door zijn eigen centrale comité, de shura-raad, die zorgvuldig wordt gezuiverd van dissidenten. Er zijn speciale comités, beroepsorganisaties en vrouwenafdelingen, zoals indertijd in Oost-Europa. En er is een militie, want evenmin als communisten geloven fundamentalisten in de stembus als het er op aankomt de rechten van de gelovigen - of zo u wilt: het volk - te verdedigen.

Zelfs Sayyid Qutb, de radicale moslim-ideoloog uit Egypte die in 1966 werd geëxecuteerd en wiens boeken standaardliteratuur zijn voor elke strijder op de weg van God, bleek niet immuun. Pipes wijst er bijvoorbeeld op dat Qutb klakkeloos ideeën van Marx overnam. Net als Marx geloofde Qutb namelijk dat het kapitalisme uiteindelijk tenonder zou gaan en plaats zou maken voor het communisme. Hij meende ook dat het communisme de mens in materieel opzicht wel tevreden zou kunnen stellen, maar niet in spiritueel opzicht. 'Op dat moment zou de islam de enige kandidaat zijn om de mensheid te leiden', aldus Qutb. Zelfs Khomeini, die in Iran de communisten toch meedogenloos vervolgde, had het over de mostazafin, de 'vervloekten der aarde' voor wie de Iraanse revolutie was bedoeld, alsof hij het over het proletariaat had.

Islamitisch feminisme

Een van de grootste twistpunten tussen het Westen en de islam is de positie van de vrouw. Het klinkt vreemd, maar zelfs op dit terrein ontpoppen sommige fundamentalisten zich als aanhangers van een westers aandoend feminisme, zij het in een versluierde gedaante. Let wel, we hebben het hier niet over de Talibaan in Afghanistan, die onderwijs voor meisjes afschaften en vrouwen verboden buitenshuis te werken. En ook niet over Saoedi-Arabië, waar het vrouwen verboden is auto te rijden en de seksescheiding in het openbare leven carrièrekansen voor vrouwen frustreert.

Wie daarentegen kijkt naar Soedan en Iran, die zichzelf beschouwen als 'islamitische staten', ziet een ander beeld. In beide gevallen zetten de fundamentalistische leiders zich af tegen de traditionele islam, waar mannen er trots op zijn dat hun vrouwen niet hoeven te werken en waar die dan ook nauwelijks deel uitmaken van het openbare leven. Maar in Soedan heb ik vrouwen zien marcheren, stemmen, doceren, werken als advocaat en spelen in een orkest. In het Iran van de ayatollahs is er vrouwenvoetbal, geldt er leerplicht voor meisjes, en werkt tegenwoordig een hoger percentage vrouwen dan ten tijde van de sjah.

De korandeskundigen van Soedan en Iran moeten wel heel vrij met de interpretatie van de koran zijn omgesprongen, want als er één onderwerp is waarover God zich duidelijk heeft uitgesproken, is het wel de positie van de vrouw. Zo lezen we in soera 4:34: 'De mannen zijn opzichters over de vrouwen.' En even verder: 'Maar van wie gij opstandigheid vreest, vermaant haar en vermijdt haar op de rustplaatsen en slaat haar.' Soera 33:33 gebiedt vrouwen: 'En blijft rustig in uw huizen en siert u niet op op de wijze van de heidentijd van weleer.'

Kortom, de koran bevestigt veel vooroordelen die in het Westen bestaan ten aanzien van de positie van de vrouw in de islam. Hoe valt dan te verkopen dat de islam 'vrouwen bevrijdt', zoals moderne fundamentalisten beweren? Welnu, door de koran creatief uit te leggen. Aldus wordt soera 33:33 door de Soedanese ideoloog Turabi anders geïnterpreteerd. Deze soera is alleen van toepassing op de vrouwen van de Profeet, meent hij: 'Zij bekleedden een positie die anders is dan van alle andere vrouwen. Hun verantwoordelijkheid is groter.' En dus mogen Soedanese vrouwen van Turabi het huis uit en hoeven zij ook niet hun gezicht te bedekken. Ook dat geldt alleen voor de vrouwen van de Profeet.

Tegenwoordig wordt het straatbeeld in grote delen van het Midden-Oosten gedomineerd door hoofd- en omslagdoeken en zwarte capes, maar is het doel van deze 'islamitische kleding' radicaal veranderd. 'Eeuwenlang diende de sluier van de vrouw in eerste instantie om haar deugdzaamheid te beschermen', stelt Pipes. 'Vandaag de dag dient de sluier echter het feministische doel om een carrière te vergemakkelijken.' Hij heeft gelijk. Zelfs onder een seculier regime als dat van Syrië, waar leggings evenzeer tot het straatbeeld behoren als sluiers, helpt een islamitisch verantwoorde kleding een vrouw stand te houden op de universiteit of in het zakenleven. Een Syrisch meisje met een sluier staat voor religieus, serieus, ambitieus en niet in voor geintjes met jongens.

Volgens Turabi kan een vrouw alleen emanciperen als zij zich kleedt volgens de islamitische voorschriften: 'Een vrouw die dat niet doet, is niet de gelijke van de man. Mannen kijken naar haar om te zien of ze mooi is. Maar als ze zich islamitisch kleedt, wordt ze beschouwd als een mens, niet als een lustobject.' Islamitisch feminisme is echter beter dan westers feminisme, vindt hij. In het Westen is te veel nadruk gelegd op de rechten van de vrouw en te weinig op haar plichten, zoals in de islam. Het is een fout die heeft geleid tot vele tragedies zoals seksuele losbandigheid, echtscheiding en gezinnen die uiteenvallen, aldus Turabi.

Maar als er in Europa nooit een emancipatiebeweging was geweest, hadden Turabi en de zijnen dan ooit boeken geschreven over de noodzaak van bevrijding van de islamitische vrouw - met of zonder sluier? Natuurlijk niet. Evenmin als fundamentalisten over democratie of mensenrechten hadden gesproken als er niet zoiets had bestaan in de westerse beschaving. En wat hebben ze het er moeilijk mee! Westerse begrippen als democratie worden terzijde geschoven, ontdaan van hun inhoud of onderworpen aan de acrobatische interpretaties van de in het Westen opgeleide korandeskundigen. Ze worden alleen zelden gewoon geaccepteerd.

Maar dat laatste is misschien niet zo erg. Belangrijker is te constateren dat het westerse denken inmiddels steviger wortel heeft geschoten in de radicale islam dan we misschien dachten. En daarmee wint de westerse leerschool langzaam terrein, ook al zullen de meeste fundamentalisten dat nog zo hard ontkennen.

Leo Kwarten is Arabist en consultant voor bedrijven in het Midden-Oosten.

Mariet Numan is illustrator.

[streamers]

'Hoe kun je nu van ons verwachten dat we integreren in zo'n toilet als de westerse samenleving?'

De structuur van de Iraanse geestelijkheid lijkt regelrecht gekopieerd van het Katholicisme

Sommige fundamentalisten ontpoppen zich als aanhangers van een westers aandoend feminisme

    • Leo Kwarten