Barsten in België

België bestaat 175 jaar en dat wordt het hele jaar gevierd. Maar is het wel een land? Vlaanderen en Wallonië hebben ieder een eigen regering en drijven steeds verder uit elkaar. Moet België dan maar worden gesplitst? Dat toch maar niet, vinden de meeste Belgen.'Als wij de samenwerking tussen verschillende culturen niet tot stand kunnen brengen, zeg je eigenlijk het ideaal van de Europese integratie op', zegt oud-premier Martens, een van de vaders van het federale België.

Gespierde armen zwaaien door de lucht. Met krachtige bewegingen slaan jonge mannen de witte kaatsbal in het vak van hun tegenstanders. Onophoudelijk moedigen ze elkaar aan: 'komaan, hé' en 'allez attaquer'. En ze halen de tegenstanders uit hun spel met 'da's ene mauvaise' na een slechte bal. Met een blauw krijtje zet de scheidsrechter strepen waar de bal op het asfalt ploft. Om z'n linkerarm draagt hij een Belgisch vlaggetje. Bever Pelote Club Biévène speelt z'n thuiswedstrijd op het plein van de gemeentelijke lagere school. In het houten clubhuis staan bekers en trofeeën, en er hangen foto's van succesvolle senioren- en jeugdteams. De laatste tijd heeft Bever pc Biévène zich versterkt met kaatsers uit Wallonië, waar de sport nog populairder is. Familieleden en fans koesteren zich in de zon of genieten van de barbecue. Aan de lange tafels spreekt men Vlaams en Frans. En ook een moeilijk verstaanbaar Vlaams dialect dat is doorspekt met Franse woorden.

Even verderop is het in café Rozeken deze zondagmiddag ook gezellig druk. Boven de bar hangt de favoriete tegeltjeswijsheid van caféhoudster Marie-Roos Dorane: 'Distels en doornen steken zeer, maar kwa tongen wel duizend keer meer'. Voor de Franstalige bezoekers is er de geruststelling dat er meer oude dronkaards dan oude dokters zijn: 'On voit plus de vieux ivrognes que de vieux médecins'. De goed geconserveerde blondine ('ik ben al m'n hele leven fan van Corrie Konings') heeft twee Franstalige schoonzoons. 'Eigenlijk zou iedereen in dit land de twee talen moeten kennen', zegt ze met een glimlach.

Brussel-Halle-Vilvoorde

In Bever spreekt de ene helft van de 2014 inwoners Vlaams en de andere helft Frans. Maar de meesten spreken en begrijpen allebei. Dat komt omdat Bever in 1963 van de Franstalige provincie Henegouwen naar de Vlaamse provincie Brabant werd overgeheveld. Maar Bever ligt door een speling van het lot ook in het kiesdistrict Brussel-Halle-Vilvoorde (bhv), dat de inzet vormt van een ruzie tussen Vlamingen en Franstaligen op het hoogste politieke niveau. Het conflict leidde dit voorjaar bijna tot de val van het paarse kabinet van de liberale premier Guy Verhofstadt. En dat juist in het jaar dat België 175 jaar onafhankelijkheid viert.

Het conflict is eigenlijk een onopgeloste erfenis van de staatshervormingen, die België tot een federaal land hebben gemaakt. De essentie van de 'Belgische constructie' is de opdeling van het land in aparte taalgebieden - Vlaanderen, Wallonië en het tweetalige Brussel - met ieder hun eigen regionale regering en parlement. België heeft zelfs geen nationale politieke partijen meer. Zo kan premier Guy Verhofstadt met zijn vld (Vlaamse Liberalen en Democraten) bij verkiezingen voor het nationale parlement alleen stemmen halen in Vlaanderen en Brussel. Halle-Vilvoorde is het laatste stukje Vlaams grondgebied waar Franssprekende kiezers nog op eigen Franstalige partijen kunnen stemmen, omdat het één kiesdistrict vormt met het tweetalige Brussel. De Vlaamse partijen hebben eensgezind de splitsing van 'bhv' geëist, want zij willen op hun eigen territorium niet met Franstalige partijen concurreren. Maar Franstalige partijen blokkeren een splitsing, omdat zij geen potentiële kiezers willen kwijtraken. Dat zijn vooral Franstalige forenzen in Vlaamse randgemeenten bij Brussel.

De burgemeesters in Halle-Vilvoorde zijn zo kwaad dat ze de onaf- hankelijkheidsviering boycotten. Maar burgemeester Luc de Neyer van Bever doet daar niet aan mee. In Bever staan Franstalige kandidaten bij de gemeenteraadsverkiezingen op Vlaamse lijsten. Voor Vlaamse media geldt het dorp nu als 'oase van communautaire rust' in België. Een tv-ploeg van de vrt kwam dit jaar al twee keer kijken. 'De Franstaligen hier zeggen: laat die brave Vlamingen maar doen. Zo is het al veertig jaar', zegt de 53-jarige burgemeester met blozende glimlach in z'n gemeentehuis.

Maar sinds de onrust over Brussel-Halle-Vilvoorde is hij doelwit van een campagne van Vlaams Belang, dat in Bever nooit een poot aan de grond kreeg. Volgens de extreem-rechtse partij van Filip Dewinter laat de burgemeester 'de verfransing van Bever gewoon gebeuren'. Maar in Bever sturen de Franstalige ouders hun kinderen naar de Vlaamse lagere school, ofschoon ze wegens de faciliteitenstatus van hun dorp recht hebben op een eigen school. De christen-democratische burgemeester maakt zich niet druk over de extreem-rechtse actie: 'Er zullen altijd mensen zijn die dat willen horen. Maar het is hier niet de mentaliteit van de mensen.'

In mei organiseerde De Neyer een herdenking van de onafhankelijkheid en de oorlogsgevallenen. Zijn bevlogen toespraak over België ('Een onvergetelijk land op de grens van twee culturen') haalde de actualiteitenrubriek Terzake. Want een ode aan België van een Vlaams politicus is een steeds grotere zeldzaamheid.

'Ik ben Vlaming, maar eerst Belg', beaamt gepensioneerd politiecommissaris Omèr Frisch in café Rozeken. Hij neemt ons mee naar buiten. Onder de eeuwenoude bomen bij de voormalige pastorie, waarin nu een kinderopvang is gevestigd, spelen dorpsbewoners jeu de boules. Op hun T-shirts staat 'De Petanque Vrienden Bever/Les Amis de la Petanque Biévène'. De petanqueclub werd een paar jaar geleden op initiatief van Frisch opgericht.

Los van Nederland

Wonen de laatste echte Belgen in Bever en omstreken? In 1830 scheurde België zich na een gewelddadige revolte los van Nederland. Al bijna vanaf die tijd worstelt het land met zichzelf. Historicus E.H. Kossmann schreef in zijn onovertroffen De Lage Landen. Twee eeuwen Nederland en België dat de Belgische natiestaat het door interne tegenstellingen geen eeuw heeft uitgehouden, maar dat de Belgische staat wel duidelijk aanwezig bleef. 'In tegenstelling tot wat de nationalistisch denkende negentiende-eeuwers meenden, is het ook in de moderne tijd blijkbaar mogelijk dat een staat die geen nationale samenhang meer kan tonen, zich handhaaft', schreef Kossmann.

Maar dat is al weer een kwart eeuw geleden. De federalisering van de Belgische staat was pas begonnen. En de decentralisering van bevoegdheden naar de regio's leek naar een nieuw evenwicht te leiden, ondanks regelmatig oplaaiende spanningen tussen de Vlamingen en de Walen. In 1970 werd de 'cultuurautonomie' ingevoerd met de opdeling van het land in vier taalgebieden: Vlaanderen (Nederlands), Wallonië (Frans), Brussel (Nederlands- Frans) en Oost-België (Duits). Tien jaar later kreeg elke taalgroep z'n gemeenschapsregering, die bevoegd is voor onderwijs en cultuur. En in 1993 werd de kroon op het werk gezet door toenmalig premier Jean-Luc Dehaene, die om z'n grote politieke behendigheid de bijnaam 'loodgieter' kreeg. De gewestelijke regeringen van Vlaanderen, Wallonië en Brussel zijn bevoegd voor zaken als ruimtelijke ordening, huisvesting, openbare werken en een deel van de economie. Ze mogen zelfs internationale verdragen sluiten. Want in België zijn nationale regering en gewestregeringen gelijkwaardig.

Heeft de huidige federale staat nog toekomst of dreigt hij uiteen te vallen? Belgische politici gaan de vraag niet langer uit de weg. Vooral de grote economische tegenstellingen tussen het relatief welvarende Vlaanderen en het relatief arme Wallonië hebben de verhoudingen op scherp gezet. De Vlaamse regering wil een marktgericht beleid om de wereldwijde concurrentie aan te gaan. Ook de sociale zekerheid en de miljardentransfers naar Wallonië staan ter discussie. De Vlaamse minister-president Yves Leterme klinkt dreigend: 'Wanneer een meerderheid van zes miljoen Vlamingen niet op een correcte manier tot haar recht kan komen, dan slaat dat over in zeer extreme reacties. Aan Franstalige kant moet men zeer goed weten dat men die natuurlijk mede provoceert.' Anders gezegd: het extreem-rechtse Vlaams Belang van Filip Dewinter zal bij de volgende verkiezingen verder groeien.

De Waalse minister-president Jean-Claude van Cauwenberghe zegt dat 'sommigen van de federale staat een lege dop willen maken'. Hij doelt op Vlaams nationalisten. Oud-premier Wilfried Martens, die in de jaren '80 een reeks staatshervormingen door het parlement sleurde, maakt zich ernstig zorgen over de 'voorthollende federalisering', de voortdurende druk bevoegdheden te decentraliseren. Die bedreigt volgens Martens zelfs het voortbestaan van België. 'Politici gebruiken het communautaire thema in de profilering van hun partij zonder begrenzing en zonder zelfbeheersing', waarschuwt hij. 'Als men geen einddoel heeft, bestaat het risico dat men het doel voorbijschiet en er geen verstandhouding meer is.'

Het Vlaamse weekblad Knack sprak onlangs in een historische terugblik op de revolte van 1830 van een 'Belgische Omwenteling die nog altijd niet tot voltooiing is gekomen'. In de eerste jaren na de opstand was er helemaal geen tegenstelling tussen Vlamingen en Walen. De elite sprak in heel België Frans. In Vlaanderen sprak de rest van de bevolking een veelvoud aan dialecten, terwijl Walen hun eigen dialecten spraken. De opstand was een monsterverbond van liberalen en katholieken, die zich verzetten tegen het autoritaire regime van koning Willem I. De liberalen behoorden tot de nieuwe handels- en industriële burgerij, terwijl de katholieken steunden op de adel en het grootgrondbezit. Het ging om een amalgaam van klachten over persvrijheid, onderwijs en belastingen tot taalwetgeving en bemoeienis met religie. Het begon allemaal met de opvoering van de opzwepende opera De Stomme van Portici in de Brusselse Muntschouwburg op 25 augustus 1830, waarna rellen uitbraken van paupers die genoeg hadden van de hoge voedselprijzen.

Het resultaat was een heuse golf van Belgisch nationalisme. De logica van het ontstaan van België lag ongetwijfeld ook in het feit dat het land moest dienen als buffer op het Europese continent, omdat het voor Groot-Brittannië ondenkbaar was dat het land in handen van Frankrijk zou vallen.

Maar België is meer dan een uitvinding van de grote mogendheden. Historicus Kossmann spreekt zelfs van 'het triomfantelijk resultaat van de al decennia lang gevoelde en gepropageerde trots op de scheppingsdrang van het jonge en stoutmoedige Belgische volk.' Met de kolen en het ijzer in Wallonië konden de stuwende krachten achter de onafhankelijkheid hun economische droom verwezenlijken. Walen ontdekten hoe je zink uit erts haalt, goedkoop industriële soda maakt, zelfs de dynamo en de saxofoon zijn Waalse uitvindingen. Wallonië werd de industriële bakermat van het Europese continent. En Nederland? Dat zakte verder weg naar de status van een lethargische landbouwnatie.

Pas vanaf 1850 begon zich een Vlaamse kleine burgerij te roeren, vooral dankzij uitbreiding van het kiesrecht. Zij zag zich afgeremd in haar ontplooiingsmogelijkheden door de Franstaligheid van de staat. Ook in het noorden van België waren er alleen Franstalige ambtenaren. 'Tot groot nadeel der inboorlingen', aldus een flamingant van toen. Aan het eind van de 19de eeuw breidde de Vlaamse beweging zich uit naar de 'gewone' man. Het ging nu ook om sociale emancipatie. Zo was er de beweging rond Pieter Daens naar de gelijknamige roman van Louis Paul Boon in de fabrieksstad Aalst. De beweging van flaminganten zou nog een impuls krijgen na 'De Groote Oorlog' van 1914-1918, waarin Vlaamse soldaten sneuvelden die bevelen van hun Franstalige officieren niet verstonden en na hun dood Franstalige grafzerkjes kregen.

De tegenreactie was eind 19de eeuw al gekomen van de Franstaligen in Brussel en de franskiljons in Vlaanderen. Hieruit ontstond al snel de Waalse beweging, die haar identiteit vooral vond in een sterke anti-Vlaamse gezindheid. De Vlamingen kregen het verwijt dat ze anti-Belgisch waren. In Vlaanderen was gepleit voor een tweetalig België om zo de rechten van het Vlaams te verzekeren. In 1898 was het Nederlands in de rechtspraak erkend, zodat misdadigers in Vlaanderen hun vonnis konden begrijpen. En in het parlement begonnen afgevaardigden Nederlands te spreken. Van Waalse kant was de eis geuit dat in heel Vlaanderen het Frans in het lager onderwijs werd ingevoerd. Pogingen de Gentse universiteit te vernederlandsen, waren door een Franstalige hoogleraar in 1910 nog 'een misdaad tegen de beschaving' genoemd.

De gedachte België te verdelen in homogene taalgebieden kwam oorspronkelijk van Franstalige politici. Zij vreesden dat de immigratie van Vlamingen, die in de tweede helft van de 19de eeuw met honderdduizenden van het verarmde Vlaamse platteland vertrokken om in de Waalse kolen- en staalindustrie te gaan werken, tot 'vervlaamsing' van Wallonië zou leiden. Maar deze flaminds pasten zich razendsnel aan om neerbuigende reacties van Walen te ontlopen.

De sterk uiteenlopende sociaal-economische ontwikkelingen maakten de eerste barsten in België al meteen zichtbaar: tegenover een katholiek, behoudend en arm Vlaanderen stond een antiklerikaal, progressief, socialistisch en rijk Wallonië. In 1912 schreef socialistisch parlementslid en wallingant Jules Destrée in een beroemd geworden open brief aan koning Albert I in 1912: 'Sire, il n'y a pas de Belges. Il n'y a que de Wallons et Flamands' ('Sire, er zijn geen Belgen. Er zijn alleen Walen en Vlamingen'). Daaruit moest volgens Destrée, die al voorzag dat de katholieke Vlamingen met hun hoge geboortecijfers de Walen in aantal zouden voorbijstreven, de consequentie worden getrokken België te splitsen in twee taalgebieden. Ruim zestig jaar later dook bij de opening van archieven het commentaar op van de koning aan zijn privé-secretaris. Volgens de vorst was alles wat Destrée schreef 'absoluut waar'. Maar het was niet minder waar 'dat de administratieve scheiding van België een kwaad zou zijn dat veel meer ongemakken en gevaren van allerlei soort met zich zou brengen dan de huidige situatie'.

Al in de jaren '30 werden in het Belgisch parlement voorbereidingen getroffen het land op te delen in homogene taalgebieden. Maar de collaboratie tijdens de Tweede Wereldoorlog door een deel van de Vlaamse beweging - waaruit het extreem-rechtse Vlaams Blok zou voortkomen - wakkerde het ressentiment bij de Belgische politieke elite aan. Al was ook in Wallonië zwaar gecollaboreerd. De koningskwestie rond Leopold III, die wegens contacten met Hitler na een referendum de troon moest afstaan aan z'n zoon Boudewijn, bracht België in 1950 bijna aan de rand van een burgeroorlog.

Weer een crisis

In 1960 was het land opnieuw dichtbij een zware crisis. De Waalse vakbeweging eiste met gewelddadige stakingsacties de omvorming van België tot een federale staat, omdat de door Vlamingen gedomineerde regering niet bereid bleek de noodlijdende kolen- en staalindustrie nog langer met miljarden te steunen. Een paar jaar eerder al was de meer progressieve Vlaamse beweging actiever geworden, vooral met de Volksunie, die opnieuw haar eisen stelde. Het meest spectaculair waren de acties om de Franstalige afdeling van de universiteit van Leuven ('Walen buiten') te sluiten. De Franstalige dominantie in politiek, economie en cultuur was nog altijd stuitend. In het kabinetsberaad werd tot in de jaren '60 nog alleen Frans gesproken.

'Het was een eigenaardige situatie', vertelt gepensioneerd politiecommissaris Omèr Frisch uit Bever. 'We hingen van het gerecht in Doornik af. Maar we hadden voorgedrukte processen-verbaal in het Nederlands. Want de mensen mochten zeggen of ze de Franstalige of Nederlandstalige rechtspleging wilden. De inwoners van Bever legden hun verklaring in hun eigen Vlaams dialect af. Maar ze kozen toch voor een Franstalige rechtspleging.' Zelf werd hij door zijn ouders nog naar de Franstalige middelbare school gestuurd in het naburige Enghien, omdat dat beter voor z'n toekomst zou zijn. Oud-premier Wilfried Martens werd als middelbare scholier een felle flamingant. Als zoon van een eenvoudige boerenfamilie uit het dorpje Sleidinge bij Gent sprak hij alleen sleins dialect.

Martens: 'Begin jaren '50 ontstond er een beweging voor Algemeen Beschaafd Nederlands. Ik werd promotor. De gedachte was dat je niks waard bent, als je niet beschaafd kunt spreken.' Als student zou hij eind jaren '50 tijdens een manifestatie nog 'geef ons de wapens' roepen. Maar in dezelfde periode werkte hij al een volledig plan uit voor de federalisering van België, dat hij jaren later zelf kon gaan uitvoeren. Zijn inspiratie vond hij ook bij de grondleggers van Europa. Martens, inmiddels 69, kan dan ook als een van de 'vaders' van de Belgische federalisering worden beschouwd. Hij sloot zich aan bij de Christelijke Volkspartij (CVP), omdat België alleen vanuit het echte machtscentrum kon worden hervormd. 'In mijn partij bestond bij sommigen nog de doctrine dat Vlamingen hun meerderheid moesten gebruiken', zegt Martens. 'Dat zou absoluut tot een afscheiding hebben geleid. Mijn stelling was dat de oplossing voor een dergelijk probleem erin bestaat bevoegdheden te decentraliseren.'

De vaststelling van de taalgrens in 1963 door het Belgische parlement was de eerste stap naar een federaal België. Op de meeste plekken is de scheidslijn, die van oost naar west loopt, al eeuwen oud. Maar toch werd er nog flink geruzied over de laatste 'talentelling' van 1947, waarbij in elk dorp was geregistreerd welk percentage van de bevolking Vlaams of Frans sprak. Die telling was uitgevoerd door lokale ambtenaren met vaak hun eigen voorkeuren. Bovendien durfden sommige Vlamingen na de oorlog niet uit te komen voor hun Vlaamsgezindheid wegens de nasleep van de collaboratie. De vaststelling van de taalgrens was ook een politieke beslissing, want de Vlaamse meerderheid kon in 1963 nog eenzijdig haar wil opleggen, wat na de staatshervormingen door een 'alarmbelprocedure' bij belangrijke besluiten niet meer mogelijk is. Tientallen gemeenten werden in 1963 overgeheveld van Vlaanderen naar Wallonië of omgekeerd.

Ruzie in Voeren

De tragiek van communautaire ruzie is nog te vinden in Voeren. De gemeente van zes dorpen ging in 1963 van de provincie Luik naar Limburg. Maar Waalse politici konden dat niet accepteren, waarna Voeren tot symbool van de Belgische taalstrijd werd. De kwestie haalde eind jaren '70 de internationale pers door de ernstige gewelddadigheden tussen Vlaams- en Luiksgezinden, waarbij extremisten van buiten het actiefst waren. 'We hebben ons laten meeslepen', zegt Chantal Droeven bij het klaterende water van haar forellenkwekerij in Sint Pietersvoeren. Zelf werd ze veroordeeld wegens het gooien van molotovcocktails naar Vlaamse extremisten. Op journaalbeelden en krantenfoto's was te zien hoe ze halfnaakt door de rijkswacht werd weggesleept. De gebeurtenissen escaleerden door de militante Waalse politicus José Happart, die als gekozen burgemeester weigerde in de gemeenteraad Nederlands te spreken. De Voerenaren spraken vroeger allemaal het platdiets van Maastricht en Eupen, zelfs gemeenteraadsvergaderingen gingen vaak in dialect. Maar de politieke conflicten hebben Voeren gespleten in Vlaamstaligen en Franstaligen. Veel jongeren kennen het dialect niet meer zo goed. Zelfs de harmonie en het carnaval vielen uiteen. 'Er is hier apartheid', zegt Vlaams burgemeester Huub Broers. 'Het verschil met Zuid-Afrika is dat het daar van bovenaf en hier van onderop is gekomen.' Broers werd in 2000 gekozen, toen Nederlandse Voerenaren voor het eerst mochten meedoen aan de gemeenteraadsverkiezingen. De christen-democratische burgemeester was destijds zelf betrokken bij gewelddadigheden. Nu probeert hij te verzoenen. Als toeristische regio moet Voeren ook een extra economische impuls krijgen. 'Geef me nog zes jaar', bezweert Broers. 'Sinds een paar jaar spelen onze voetbalclubs weer vriendschappelijk. Na een pilsje beginnen de spelers aan de bar spontaan weer platdiets met elkaar te praten.'

De kwestie Voeren leidde eind jaren '80 tot de val van een van de kabinetten-Martens, maar van politiek belang is de Voerense kwestie al lang niet meer. Het enige interne 'grensconflict' dat nog moet worden opgelost, is de splitsing van het kiesdistrict Brussel-Halle-Vilvoorde (bhv). Het is een publiek geheim dat koning Albert II zich een paar maanden geleden actief met de zaak bemoeide om een politieke crisis af te wenden. Zo'n typisch Belgische kwestie roept bij politici nog altijd emoties op. 'Ze moeten van onze grenspaal afblijven', riep minister van staat Hugo Schiltz met rood aangelopen hoofd op televisie. De 77-jarige Schiltz speelde als leider van de Volksunie een grote rol in de staatshervormingen. Vice-premier Johan Vande Lanotte, sociaal-democraat en geen communautaire scherpslijper, zei in het weekblad Humo dat 'de Franstaligen België aan het opblazen zijn', wanneer ze rechtsregels aan hun laars lappen. Volgens het Arbitragehof is de huidige situatie met bhv in strijd met de Grondwet. Uiterlijk in 2007 moet er een oplossing komen, wanneer er weer verkiezingen zijn.

Handicaps

Het Belgische federale systeem met verregaande autonomie voor de gewesten blijkt z'n eigen handicaps te hebben. Regionale partijen hebben de natuurlijke neiging allereerst naar het eigen regionale belang te kijken. Dat bemoeilijkt compromissen op federaal niveau. Geestverwante Vlaamse en Franstalige partijen zijn uit elkaar gegroeid. Zo denkt de Socialistische Partij Anders (spa) veel positiever over de vrije markt dan de Parti Socialiste (ps). Ook kent het Belgische federale systeem in tegenstelling tot bijvoorbeeld Duitsland geen hiërarchie: alle regeringen zijn gelijkwaardig. Met slechts drie gewesten is de kans op polarisatie groot. Vlaams minister-president Leterme: 'Ik denk dat wij het enige federale model in de wereld zijn met een centrifugale dynamiek.'

Vlaamse en Franstalige hoogleraren deden onlangs in een open brief het voorstel dat politieke partijen bij federale verkiezingen weer in het gehele land kandidaten stellen. Het zou de partijen ertoe aanzetten zich ook nationaal te profileren. Leterme voelt er niks voor, al erkent hij de logica ervan. 'Maar België is geen logisch land', zegt hij met een glimlach.

Een sterk staaltje van politieke verlamming op federaal niveau werd vorig jaar zichtbaar, toen Vlaanderen, Wallonië en Brussel het niet eens werden over geluidsnormen voor de nationale luchthaven Zaventem. Elk gewest wilde het vliegtuiglawaai op de ander afwentelen. En elk gewest heeft bovendien z'n eigen geluidsnormen. Dat op Zaventem meest Vlamingen werken, maakte de toeschietelijkheid van Franstalige politici er niet groter op. Voor verzendbedrijf dhl was de kwestie aanleiding zijn vertrek aan te kondigen, waardoor duizenden banen verloren gaan. Eerder was er een conflict in de federale regering over een vergunning voor wapenexport naar Nepal. Daartegen was verzet was gerezen, omdat het om een conflictgebied met gewelddadige opstandelingen gaat. De ruzie werd op z'n Belgisch opgelost door besluiten over te laten aan de Waalse regering, die de werkgelegenheid bij Fabrique Nationale (fn) in Herstal als prioriteit heeft. De federale regering accepteerde de uitholling van haar buitenlands beleid.

En dan is er nog de toenemende economische kloof tussen Vlaanderen en Wallonië, dat de teloorgang van de kolen- en staalindustrie na ruim veertig jaar nog niet te boven is. Het inkomen per hoofd ligt in Vlaanderen ruim een kwart hoger dan in Wallonië. Financiële transfers van Vlaanderen naar Wallonië maken het verschil enigszins goed, maar ze roepen ook steeds meer kritiek op. Jaarlijks vloeit 6 miljard euro van noord naar zuid, voornamelijk directe overdrachten uit de federale schatkist en sociale uitkeringen.

Anders gezegd: 6 miljoen Vlamingen betalen jaarlijks ieder duizend euro voor 3,5 miljoen Walen.

Populair Waals politicus

In het auditorium van de Université Libre de Bruxelles (ulb) klonk onlangs boegeroep en gejoel bij studenten en vakbondsactivisten, toen ps-leider Elio di Rupo het woord voerde. Hij deed mee aan een debatavond van de actiegroep 'Stop de jacht op de werklozen'. De 53-jarige Waalse politicus is op hervormingspad. Dat is hij al jaren. Maar de laatste maanden spreekt Di Rupo - openlijk homoseksueel en de populairste Franstalige politicus - hardere taal. Dat komt deels door groeiende druk van Vlaamse politici, die vragen stellen bij de houdbaarheid van de sociale zekerheid als de werkloosheid in Wallonië met bijna 20 procent ruim dubbel zo hoog blijft als in Vlaanderen. Maar ook in Wallonië zwelt de kritiek aan.

Vooraanstaande economen hekelden een paar maanden geleden in een open brief ('Walen worden lui van transfers') de subsidies uit Vlaanderen en Europa. De brief kwam als een mokerslag, omdat dergelijke kritiek uit eigen kring in Wallonië ongewoon is. Een maand eerder rapporteerde bureau McKinsey dat Wallonië achterop loopt wat betreft mentaliteit, aanwending van menselijk kapitaal en economische omgeving. Alleen het aantal startende ondernemers, ook in de hightech-sector, geeft hoop. Maar Vlaanderen heeft een veel grotere traditie van familiebedrijven. De loonkosten liggen door de lagere productiviteit in Wallonië ruim 5 procent hoger. België is het enige land met werkloosheidsuitkeringen van onbeperkte duur. Maar Franstalige socialisten en vakbonden houden hervormingen tegen, waardoor Vlaanderen in een negatieve spiraal dreigt te worden meegesleept.

Onder Vlaamse politici gaan dan ook stemmen op om de sociale zekerheid te splitsen. 'Het verbreken van die band van solidariteit zal ons herleiden tot drie ministaatjes', voorspelt oud-premier Martens. Maar hij wijst ook op de verantwoordelijkheid van Franstalige politici: 'In het Waalse landsgedeelte heeft men niet de moed een sociaal-economisch beleid te voeren dat beantwoordt aan de eisen van deze tijd. Daardoor ontstaat een systeem van subsidies en transfers dat niet meer te verdedigen is.'

In Wallonië werkt bijna 40 procent van de beroepsbevolking op een of andere manier voor de overheid. In Vlaanderen is dat maar 25 procent. Di Rupo hekelde in de lokale pers de 'kanker van de lokale baronieën'. Hij had het dus over z'n eigen partij, want het zijn lokale ps-baronnen die nog steeds banen aan hun politieke clientèle uitdelen in nutsbedrijven, openbaar vervoer en ziekenfondsen. Critici beweren al langer dat de ps zelf deel van het probleem is. Di Rupo komt na de zomer met een 'Marshallplan', al weet nog niemand wat hij ermee bedoelt. De ps-leider weet dat de tijd voor hem dringt. In industriesteden als Charleroi steekt het extreem-rechtse Front National al de kop op.

Syndicalisme en socialisme

'Vlaanderen heeft in de eerste 130 jaar van onze geschiedenis kunnen overleven dankzij Wallonië', onderstreept de Waalse minister-president Jean-Claude van Cauwenberghe. 'Daarom zeg ik tegen de Walen dat ze geen complexen moeten hebben.' Op tafel ligt een memorandum over een aangepaste economische strategie. De bekende steekwoorden: menselijk kapitaal, kenniseconomie, minder hindernissen voor bedrijven. Maar de weerbarstige realiteit is op deze vroege ochtend ook pijnlijk zichtbaar. Bij het kantoor van de Waalse minister-president in Namen hebben zich tientallen leden van de mobiele eenheid geposteerd, omdat stakende buschauffeurs onderweg zouden zijn. Syndicalisme en socialisme zijn door hun strijdbare geschiedenis in Wallonië in zekere zin een deel van de Waalse identiteit.

Als overtuigd federalist wil Van Cauwenberghe ('Ik heb een huisje in De Panne') dat België blijft. Maar wel een België dat onderling solidair is. 'De Waal is steeds meer Belg en hoe meer hij Belg is, des te meer is hij Waal', zegt hij. Maar Vlamingen hebben volgens hem een meer 'pure identiteit' door hun culturele emancipatiestrijd. De Waalse minister-president is dan ook niet zeker 'of de Vlaming steeds meer Belg is'.

Vlamingen en Franstalige Belgen schuifelden de afgelopen maanden in elk geval broederlijk door de tentoonstellingen Made in Belgium en Visionair België/La Belgique Visionaire ter gelegenheid van de 175-jarige onafhankelijkheid. Made in Belgium is een inventaris van wat je toch het collectieve geheugen van de Belgen zou kunnen noemen. Van de wielerzeges van Eddy Merkcx, de Kuifjestrips van Hergé, de tennistriomfen van Justine Henin, de boeken van Georges Simenon en Hugo Claus, de schilderijen van Rubens, Ensor en Magritte, tot de loopgraven van 'De Groote Oorlog', Tijl Uilenspiegel en de art nouveau van architect Victor Horta. De ontwerper van de tentoonstelling, Jacques Broun, voelde zich bij de presentatie wel geroepen misverstanden weg te nemen: 'En zelfs al krijgt de toeschouwer enige nationale fierheid, dan is het beslist niet onze betrachting een politieke of zelfs unitaire boodschap te brengen.' Want altijd is er weer die beduchtheid te worden uitgemaakt voor de belgicist, die terugverlangt naar wat zo mooi 'La Belgique de papa' heet.

Om dezelfde reden viert België dit jaar niet alleen 175 jaar onafhankelijkheid, maar ook de 25ste verjaardag van z'n federale model. De inrichting van Visionair België is aan een Zwitser, Harald Szeemann, overgelaten. Hij kon er een onbekommerde lofzang op de belgitude van maken. Schrijfster Leen Huet deed dat vorig jaar al in haar boek Mijn België. Het is veel meer dan zwijmelen bij het België van de Expo 1958 en het Atomium. 'Het gaat in België altijd over problemen, terwijl datgene waardoor mensen zich vrij vanzelfsprekend Belg voelen niet meer aan bod komt', zegt ze in een Leuvens café. Huet vergelijkt België met een oude jas. 'Je denkt er niet aan. Maar als het koud wordt, heb je hem nodig. Dat is ook de houding van de Belgen.'

Vooroordelen opgeruimd

Toch kennen Vlamingen en Walen elkaar steeds slechter. In Wallonië neemt de kennis van het Nederlands af, omdat scholieren Engels als tweede taal mogen kiezen. En hoe moeten Vlamingen en Walen weten wat zich aan de andere zijde van de taalgrens afspeelt, als ze elkaars kranten niet meer lezen en tv-programma's niet meer zien? Toch bleek onlangs uit een onderzoek van dagblad La Libre Belgique dat Vlamingen en Walen veel minder in stereotypen over elkaar denken dan zo'n twintig jaar geleden. Walen zijn voor Vlamingen niet langer lui, waarmee het belangrijkste Vlaamse vooroordeel over Walen is opgeruimd. Walen vinden Vlamingen ook niet meer zulke harde werkers. In dat opzicht gaan ze dus op elkaar lijken. Walen vinden wel dat Vlamingen arrogant zijn, maar het aardige is dat Vlamingen het daar mee eens zijn. Over de tolerantie van Vlamingen zijn Walen minder positief, waaruit Franstalige afkeer van extreem-rechts in Vlaanderen spreekt.

Minstens zo interessant is dat Vlamingen over communautaire kwesties genuanceerder denken dan hun politieke leiders, zo bleek onlangs uit een onderzoek van dagblad Le Soir en de Franstalige omroep rtbf. Dat Franstalige Belgen er weinig voor voelen de federale staat te ontmantelen is logisch: België is voor hen ook een sociale garantie. Opmerkelijker is dat nauwelijks de helft van de Vlamingen bevoegdheden op sociaal-economisch terrein wil decentraliseren.

'De politici zijn bezig het uiteenvallen van België zelf te organiseren', meent Vlaams schrijver en performer Tom Lanoye. 'Het is zelfs hun tactiek.' Het afgelopen decennium schreef Lanoye z'n veelgeprezen soaptrilogie over het verdorven België van eind vorige eeuw. De Dutroux-affaire, de Bende van Nijvel, de moord op de Waalse politicus Cools, en politieke corruptie gaven hem meer dan genoeg stof. 'Ik schreef ze uit zuivere liefde', zegt hij. Lanoye vergelijkt de witte marsen tegen het falen van de Belgische justitie in de zaak van kindermoordenaar en verkrachter Dutroux met de Fortuyn-revolte in Nederland. 'Maar het proces tegen Dutroux heeft een catharsis teweeggebracht. Vooral door de getuigenis van die twee meisjes die het hebben overleefd.'

Lanoye is een 'grote fan' van België en Vlaanderen. We praten in het Antwerpse restaurant Het Zuiderterras, een postmodern gebouw aan de Schelde waar de beau monde van de bruisende stad zich bij het lunchuur graag laat zien. Hij heeft nauwelijks vragen nodig.

Aan een tafeltje met uitzicht op de rivier: 'Ik probeer nou maar surrealistisch Belg en Vlaming te zijn in een land dat ons de hele tijd zegt: je kunt niet beiden zijn. Dat is het probleem met de Vlaamse nationalisten. Ook de gematigden.' Volgens de schrijver heeft Vlaanderen het cultuurbeleid zo geregionaliseerd 'dat het zich heeft geamputeerd van een erfenis die ons zou kunnen verrijken'. Lanoye: 'Kern van het probleem is dat voor Vlaams nationalisten ”de taal gans het volk” is. Maar we kunnen toch niet een kunstenaar als Jacques Brel een Fransman noemen, omdat hij in het Frans zong. Voor mij is hij een Vlaming die in het Frans zong.' In Frankrijk heeft men er volgens Lanoye meer oog voor dat tussen kunst van Vlamingen en Franstalige Belgen een zeker verband bestaat. 'Daar moet je het hebben over Hugo Claus samen met Jacques Brel, James Ensor, Antoine Wiertz of Arno Hintjes. Dat heeft allemaal met elkaar te maken.'

Lanoye herinnert zich een culturele galavoorstelling in het Parijse L'Odéon, waarvoor het Franse ministerie van Cultuur zowel Vlaamse als Franstalige Belgische kunstenaars had uitgenodigd: 'De Vlaamse minister van Cultuur houdt daar een toespraak waarin hij erin slaagt om de Franse regering nog niet eens in bedekte termen verwijten te maken. Volgens hem bemoeide Parijs zich met onze culturele zaken door te doen alsof Belgische cultuur bestaat.' Voor deze zomer is Lanoye uitgenodigd naar het festival in Avignon voor zijn theaterstuk Fort Europa. En terwijl de Franse pers al een tijd lovend schrijft over de artistieke vague flamande, is in Wallonië nauwelijks Vlaamse kunst te zien. 'Vlaanderen heeft een cultureel verdrag met Zuid-Afrika maar niet met de Franstaligen', zegt Lanoye bitter.

Einde van België?

Dus toch het einde van België? Even afgezien van een minuscuul groepje Waalse rattachisten, dat aansluiting van Wallonië bij Frankrijk zoekt, zijn er in België slechts twee politieke partijen die propageren België op te blazen. En ze zijn allebei Vlaams. Het Vlaams Belang ('België Barst') is met bijna een kwart van de stemmen in Vlaanderen de grootste. Maar uit enquêtes blijkt curieus genoeg dat de meeste aanhangers van de partij het behoud van België wensen. En dan is er de Nieuwe Vlaamse Alliantie (nva), die enkele procenten heeft. Dat de nva meedoet aan de regionale regering, is te danken aan haar kartel met Christen Democratisch & Vlaams (cd&v) van Vlaams minister-president Leterme. De nva reed vorig jaar met een kolonne vrachtauto's gevuld met nagemaakte bankbiljetten naar het zuiden om de Walen in te peperen hoeveel geld ze van de Vlamingen krijgen. cd&v draagt in haar programma niet langer het federalisme maar het confederalisme uit. De vraag is of dat zoveel uitmaakt, want België werkt al als confederaal model.

Vlaams nationalist of Vlaams romanticus wil de 44-jarige Yves Leterme, om zijn sobere stijl wel met de Nederlandse premier Balkenende vergeleken, zich niet noemen. 'Het is niet mijn ding om met vlaggen of met slogans te staan zwaaien', zegt hij. Of het door zijn Franstalige vader komt? 'Ik heb veel neven en nichten in Wallonië', zegt hij. 'Als je met het ene been in de ene en met het andere been in de andere gemeenschap staat, krijg je wel meer nuances.' De minister-president van Vlaanderen bezweert dat hij de solidariteit met Wallonië overeind wil houden. Maar de financiële transfers moeten volgens hem wel worden 'geobjectiveerd' en meer prikkelen tot productiviteit. 'Je zou kunnen werken met bonussen voor goede prestaties bij het arbeidsmarktbeleid of de preventieve gezondheidszorg.' Maar Vlaanderen kan zich volgens hem in deze tijd van globalisering eenvoudigweg niet meer veroorloven dat anderen het economisch beleid blijven bepalen. 'Ons land wordt bestuurd door een diplomatieke conferentie', zegt Leterme. Hij voelt veel voor het idee van oud-premier Martens om het debat te openen over een 'einddoel' voor België. 'Dat moet gaan over welke dingen we nog het best samen kunnen doen en wat het wezen van de Belgische constructie is.' En dat cultureel verdrag met de Franstaligen kan er volgens Leterme komen, zodra het 'grensconflict' over de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde is opgelost. In de woorden van Leterme: 'zodra ons grondgebied gerespecteerd blijft'.

Volgens Martens, als voorzitter van de Europese Volkspartij politiek actief, is een Belgische scheiding alleen al uit Europees oogpunt ondenkbaar. 'Als wij uit elkaar vallen zoals Tsjechoslowakije, heeft dat onoverkomelijke gevolgen', vindt hij. 'We hebben een gemeenschappelijke traditie, gemeenschappelijke verworvenheden en vooral een gemeenschappelijke roeping in Europa. Als wij in een land als België, dat zich in de kern van Europa bevindt, de samenwerking tussen verschillende talen en culturen niet tot stand kunnen brengen, zeg je daarmee het ideaal van de Europese integratie op.'

Historicus en publicist Marc Reynebeau hield het er in zijn twee jaar geleden verschenen Een geschiedenis van België op dat het Belgische federale model aansluit bij de identiteitsgevoelens van de bevolking. Steevast komt uit onderzoeken naar voren dat de meeste Vlamingen en Walen zich ook Belg voelen. Martens noemt België een way of life: 'Wij zijn realisten, pragmatici, dat vind je terug in alle uitingen van het leven. U zult dezelfde manier van wonen, leven, eten terugvinden in Wallonië en Vlaanderen. Men staat zeer realistisch tegenover het leven, men zegt Bourgondisch.' Publicist Geert van Istendael, auteur van het veelvuldig herdrukte Het Belgisch labyrint, vindt al dat gefilosofeer over België dat verdampt maar gezever. In de catalogus voor de tentoonstelling Visionair België haalt hij z'n gram over deskundologen die het einde van België al zo vaak voorspelden: 'De meeste van die waarnemers achten het ver beneden hun stand de taal van die Vlamingen te leren. Het gevolg van die weigering is dat de helft van België voor hen volstrekt ondoorgrondelijk blijft.' België artificieel? Maar dat geldt voor de meeste landen. België een jonge staat? Systematisch wordt vergeten dat België een van de oudste staten in Europa is, 40 jaar ouder dan Duitsland.

Belgen weten volgens Van Istendael gewoon beter dan de andere Europeanen dat hun land broos is. 'België is erin geslaagd 175 jaar de onmogelijke vrede te handhaven', aldus Van Istendael. 'Als een Belg al liefde koestert voor zijn vaderland, dan is het een praktische liefde.' Oud-premier Martens heeft thuis de Europese, Belgische en Vlaamse vlag in de kast liggen. Welke van die vlaggen hij gebruikt? 'Geen enkele', zegt hij met een lach.

Hans Buddingh' is correspondent van NRC Handelsblad in Brussel.

Vincent Mentzel is staffotograaf van NRC Handelsblad.

[streamers]

'Wanneer een meerderheid van zes miljoen Vlamingen niet tot haar recht kan komen, dan leidt dat tot zeer extreme reacties'

In de Eerste Wereldoorlog sneuvelden Vlaamse soldaten die hun Franstalige officieren niet verstonden. Ze kregen Franstalige grafzerkjes

'Er is hier apartheid. Het enige verschil met Zuid-Afrika is dat het daar van bovenaf en hier van onderop is gekomen'

'De Waal is steeds meer Belg, en hoe meer hij Belg is, des te meer is hij Waal', zegt de Waalse premier Jean-Claude van Cauwenberghe

'Voor mij is Jacques Brel een Vlaming die in het Frans zong', zegt schrijver Tom Lanoye

    • Hans Buddingh'