`Al kost het geld, Turkije móét in de EU'

Steeds meer Europese politici keren zich tegen Turks lidmaatschap van de Europese Unie. Ze willen liever een `speciale band' tussen Ankara en Brussel. Wat betekent dat voor de Turkse economie? ,,Lidmaatschap van de EU is de beste garantie voor politieke stabiliteit.''

Is lidmaatschap van de Europese Unie duur voor Turkije? Lang hoeft Ümit Boyner niet over de vraag na te denken. De zakenvrouw, lid van de raad van bestuur van het gigantische Boyner-concern dat een groot aantal warenhuizen bezit, is ook zeer actief binnen de belangenvereniging van Turkse industriëlen TÜSIAD. Ze is dan ook geregeld in Brussel te vinden en kent de wetgeving van de Europese Unie beter dan velen in Turkije. ,,De Europese milieuwetgeving gaat ons een hoop geld kosten'', zegt ze. ,,Voor elke batterij die je produceert, moet je mogelijkheden scheppen om deze te hergebruiken. Momenteel bestaat in Turkije de technologie voor zulke recycling niet eens. Op dat punt komen er voor Turkse industrieën dus grote kosten aan.'' Ze neemt een slokje van haar Turkse koffie. ,,Maar dat is voor ons geen reden om nee te zeggen tegen Europa. Zelfs al kost het geld, Turkije móét lid worden.''

Turkije, zeven maanden na de Eurotop van december. Toen besloten de politieke leiders van de Europese Unie om daadwerkelijk onderhandelingen met Turkije te beginnen over lidmaatschap. Turkije was dolenthousiast en premier Erdogan werd bij terugkeer uit Brussel binnengehaald als een held. Maar in de aanloop tot het daadwerkelijke begin van de gesprekken, dat voor 3 oktober staat gepland, is de sfeer voor Turkije aanmerkelijk minder positief geworden. In Duitsland hebben er binnenkort verkiezingen plaats en de waarschijnlijke winnaar, Angela Merkel, is verklaard tegenstander van Turks lidmaatschap. De vermoedelijke opvolger van de Franse president Chirac, Sarkozy, is dat ook. Opiniepeiling op opiniepeiling toont aan dat een meerderheid van de Europese burgers Turkije sowieso niet in de Unie wil.

Alsof dat nog niet genoeg is, verkeert de Europese Unie na de referenda in Frankrijk en Nederland toch al in een crisis. De EU is daardoor nauwelijks in staat aan een nieuw groot project zoals lidmaatschap van Turkije te beginnen, vinden velen. De roep om Turks lidmaatschap dan maar te vergeten, wordt in Europa steeds groter. In plaats daarvan zou Turkije maar genoegen moeten nemen met een privileged partnership. Uit opiniepeilingen blijkt dat heel veel Europeanen Turkije niet tot de EU willen toelaten, maar tegenover zo'n `speciaal partnerschap' staan ze veel positiever. Met andere woorden, het bespaart Europa een hoop problemen.

Wat denken de Turken zelf van een status aparte als privileged partner? Telkens opnieuw blijkt uit opiniepeilingen in Turkije dat zo'n 70 procent van de bevolking nog steeds groot voorstander is van volledig lidmaatschap. ,,Ik weet persoonlijk helemaal niet wat zo'n speciaal partnerschap inhoudt'', zegt Ümit Boyner. ,,Er is al sinds de tweede helft van de jaren negentig een douane-unie tussen Turkije en `Europa', eerst met 10 en nu met 25 leden, dus puur economisch gezien valt daar weinig aan toe te voegen.'' Vervolgens volgt een lang verhaal over de identiteit van Turkije, dat altijd klem zat tussen west en oost, en via lidmaatschap van de Unie definitief zijn `Europese' karakter zou onderstrepen.

Welbeschouwd speelt er ook iets anders, veel aardser, aldus Boyner: zicht op lidmaatschap van de Europese Unie is een noodzakelijke garantie voor Turkije om de hervorming van de economie voort te zetten. ,,Turkije heeft een groot aantal economische crises gekend, maar die werden nooit veroorzaakt door de particuliere sector'', zegt zij. ,,Het was altijd de overheid die de fout in ging. Als in Turkije de waarden worden gerespecteerd waar de Europese Unie voor staat, dan is dat een garantie voor stabiliteit. Gebeurt dat niet, dan krijgen corrupte politici het weer voor het zeggen en dan...'' Ze maakt haar zin niet af, maar duidelijk is dat volgens haar dan voor Turkije groot economisch onheil in het verschiet ligt.

Hoe fragiel de Turkse economie is, bleek in 2001. Een economisch hervormingsprogramma dat als kernpunt een vaste koersverhouding tussen de dollar en de Turkse lira had, liep toen op de klippen. In één dag tijd verloor de Turkse munteenheid tientallen procenten van haar waarde. In steden als Istanbul stonden veel Turken, die leningen vaak in dollar of euro afsluiten, met open mond te kijken hoe ze elke minuut armer werden. Zo diep ging de nationale depressie, dat een aantal Turkse beroemheden, onder wie popartiest Tarkan, in een reclamefilmpje op de televisie verschenen om het publiek een hart onder de riem te steken. ,,Samen komen we eruit'', was de boodschap, ,,wanhoop niet.''

In de jaren sinds 2001 ís Turkije er ook voor een groot gedeelte uitgekomen. De economische groei bedroeg vorig jaar zo'n 8,9 procent en de inflatie, ooit zo'n 100 procent, liep in diezelfde periode niet verder op dan 9,3 procent. Turkije, ooit de zieke man van Europa, is plotseling `in'. Bankverzekeraar Fortis kocht de Turkse Disbank en ABN Amro heeft, aldus de Turkse pers, haar begerige ogen gericht op de Garantibank. Het Nederlandse vastgoedbedrijf Corio kocht een gedeelte van het prestigieuze Akmerkez-winkelcentrum in Istanbul en in badplaatsen als Antalya en Alanya is het aantal buitenlanders dat vakantiehuisjes koopt bijna niet meer te tellen. Ümit Boyner: ,,Turkije is ineens het land van de onbegrensde mogelijkheden geworden.''

Maar is Turkije werkelijk een nieuw economisch Eldorado? Fridus Vest is de topman van Philips in dit land. Het Nederlandse bedrijf is al 75 jaar actief in Turkije en kent het land dan ook goed. Vest, die twintig jaar geleden ook al in Turkije werkte, staat positief tegenover de ontwikkeling die het land de afgelopen jaren heeft doorgemaakt. Twintig jaar geleden nog viel de elektriciteit wel zeer geregeld uit, bijvoorbeeld, maar die tijd is voorbij. ,,Het land is veel moderner geworden en je ziet dat de jeugd bijvoorbeeld erg goed weet wat er in de wereld speelt.''

Wel ziet Vest nog een flink aantal problemen die de Turkse economie parten spelen. ,,Het belastingklimaat hier is niet goed. Met name de corporate tax is nog veel te hoog. De winstbelasting bedraagt hier zo'n 33 procent. Vergelijk dat eens met Polen, daar is die zo'n 12 procent.'' De belastingen zijn een goed voorbeeld van hoe Turkije nog in een overgangsfase verkeert. Generaties van corrupte politici die belastinggeld gebruikten om hun eigen zakken te spekken, deden bij veel Turken de opvatting postvatten dat het verschil tussen belasting betalen en bestolen worden uiteindelijk marginaal is. En dus doet iedere Turk zijn uiterste best de fiscus te ontlopen.

Ümit Boyner is ervan overtuigd dat de Turkse economie pas op langere termijn echt vooruitgang kan boeken als meer mensen belasting gaan betalen. Maar ze beseft ook heel goed dat de hele belastingmentaliteit in Turkije eerst moet veranderen: de burger moet het idee hebben dat zijn of haar belastinggeld uiteindelijk voor hem of haar wordt gebruikt. Maar dat vooronderstelt een transparante overheid die gecontroleerd wordt en dus goed met gemeenschapsgelden omgaat. Dat kan volgens haar alleen gegarandeerd worden als Turkije zicht blijft houden op volledig lidmaatschap van de Europese Unie – en dus geen speciaal partnerschap van de Europese Unie. Dan pas, aldus Boyner, kan het Turkse politieke systeem zich in `Europese' richting ontwikkelen. En zo is lidmaatschap van de Europese Unie, zegt de zakenvrouw, een voorwaarde voor duurzame economische vooruitgang in Turkije.

Degenen die sceptisch staan tegenover het Turkse lidmaatschap, zijn natuurlijk nauwelijks onder de indruk van zo'n argument. Zij vinden dat Turkije zelf orde op zaken moet stellen. Bovendien, vinden zij, heeft de Europese Unie sowieso niet tot taak `lastige' landen in het gareel te brengen.

Philips-topman Vest (die zich als zakenman per se niet over de politiek wil uitlaten) ziet nog andere problemen in Turkije. Zo is de informele sector – bedrijven die buiten het zicht van de overheid vallen – nog veel te groot en het overheidsapparaat te ondoorzichtig. ,,Als je iets wil regelen in Turkije, moet je je door een wirwar van instanties heenworstelen.'' En dan is er natuurlijk nog de corruptie waar iedereen in Turkije vroeg of laat mee te maken krijgt. ,,Op dat punt is er zeker ruimte voor verbetering'', zegt Vest voorzichtig.

Ümit Boyner denkt dat op al die punten verbetering zal komen, als Turkije zijn toenadering tot de Europese Unie doorzet. Maar tegelijkertijd weet zij heel goed dat er nog veel te doen is en het risico van terugval altijd bestaat. Zo veroorzaakte plaatsvervangend premier Abdullatif Sener onlangs nog grote ophef door te waarschuwen tegen al te veel buitenlandse investeringen in strategische sectoren. Daardoor wordt Turkije gevoelig voor economische crises zoals die in Argentinië, aldus Sener.

Zorgen maakt Boyner zich ook over de privatisering die Turkije – daar zijn alle economen het over eens – hard nodig heeft. ,,In de grondwet [die na de militaire staatsgreep in de jaren tachtig werd geschreven, red.] staat een clausule over het `nationale belang''', zegt ze. ,,Bij elke privatisering wordt die gebruikt om een proces te beginnen [om die privatisering te verbieden, red.]''

Bolwerk van het verzet tegen verdere toenadering naar Europa zijn, aldus Boyner, de oude ,,bureaucratische forten'' in Ankara. Tijdens de republiek hadden die het voor het zeggen, maar nu Turkije dichter bij Brussel komt, moeten ze macht inleveren. ,,Bij zo'n grote verandering als lidmaatschap van de Europese Unie zijn er altijd winnaars en verliezers'', zegt ze. ,,Mogelijke verliezers vechten daarom terug.'' Turkije kent immers een lange traditie van gekwetst nationalisme; als Europa volledig lidmaatschap zou afwijzen en in Turkse ogen met een fopspeen als het geprivilegieerde partnerschap zou komen, zouden extreme nationalisten wellicht de wind in de zeilen krijgen. Zij verwijst naar de verkiezingen van 1999, toen mede als gevolg van de arrestatie van de leider van de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) de ultranationalistische MHP vanuit het niets een grote politieke machtsfactor werd. De MHP kwam in de (coalitie)regering en er volgden jaren van politieke instabiliteit, waarin het economische hervormingsproces nauwelijks vooruitgang boekte. Als Europa Turkije afwijst, zou zoiets opnieuw kunnen gebeuren.

Zo komt Ümit Boyner weer terug op haar uitgangspunt: de economische hervorming van Turkije vereist politieke stabiliteit. Daarvoor is geen betere garantie dan EU-lidmaatschap. Ze is inmiddels hoofd geworden van een groep binnen TÜSIAD die een beter beeld moet geven van Turkije in Europa. Veel Europeanen vrezen de toevloed van Turken als straks Turkije EU-lid is en de grenzen opengaan. ,,Maar weten Europeanen wel dat in Duitsland 64.000 Duitsers een Turkse baas hebben?''

Om aan te tonen dat Turkije ,,meer is'', richt TÜSIAD om te beginnen haar aandacht op Frankrijk, Oostenrijk en Duitsland – landen waar de bevolking, en in de eerste twee ook de regering, zorgen heeft over Turks lidmaatschap. Opinieleiders uit die landen worden uitgenodigd om naar Turkije te komen, inwoners van die landen zoals leraren en zakenlieden die in Turkije werken, vertellen over hun – naar zij hoopt, positieve – ervaringen in Turkije. TÜSIAD heeft voor het promotieprogramma maar liefst tien jaar uitgetrokken: er moet nog veel gepromoot worden, dat weet Ümit Boyner ook.