48 uur in Leiden

Omdat slow bij Leiden past, huurt Gijsbert van Es een roeiboot – om de volgende dag toch nog in een motorboot te stappen

WAAROM NU GAAN?

Een hoogleraar in de geneeskunde schreef het al in 1866: ,,Komt gij er in de vakantie, wanneer het geleerd garnizoen is uitgetrokken, gij zoudt denken aan een groot dorp (...). De Breedestraat vertoont de grote slagader van het lijk. De circulatie staat stil. Het hart heeft opgehouden te kloppen. Dit is haar vakantiegelaat.''

Neem Leiden. Trek ervan af: de universiteit. Blijft over: een uiterst gemiddelde Hollandse stad – minder popperig dan Delft, minder kneuterig dan Gouda, vrijwel nergens zo uitbundig als Amsterdam.

Leiden is niet alleen een stad. Het is ook een imago, of, in marketing-prietpraat: een strong brand. De beeldvorming wil: Leiden is deftig, arrogant, excentriek, ja zelfs een beetje wereldvreemd. Wie geen last heeft van dit vooroordeel (want toevallig zelf ooit Leienaer), of wie het kwijt wil, moet nù naar Leiden gaan. Studenten domineren nu even het straatbeeld niet, maar niettemin puilen de terrassen uit zodra de eerste zonnestraal doorbreekt.

HUUR EEN BOOTJE

Een cliché-dagje Leiden is snel gevuld: wandel van het station over het deftige Rapenburg naar de kop van de Breestraat, slinger via de straatjes bij de Nieuwe Rijn en Hooglandse Kerk naar de Haarlemmerstraat en tref onderweg een bont palet van musea, cafés en winkels.

Maar wij nemen de tijd en gaan het minder voorspelbaar aanpakken.

Op vijf minuten lopen van het station, bij de Rembrandtbrug, zijn roeiboten, kano's en kayaks te huur voor 4 à 5 euro per uur. Roeiend draait de dag iets langzamer en slow past goed bij Leiden. Bovendien geeft het een fijn sportief gevoel, terwijl de Leidse grachtengevels zoveel beter te bekijken zijn vanaf het water.

WAT TE DOEN?

Ga viermaal linksaf na de botenverhuur: Galgenwater, Witte Singel, Groenhazengracht, Rapenburg. We gaan vandaag niet naar de paradepaarden ter stede, de musea van Oudheden, Volkenkunde en Natuurhistorie. Een urenlang bezoek zijn ze waard, maar dat liever bij nat en koud weer. Klein én prachtig daarentegen, en dus overzichtelijk, is het Sieboldhuis aan het Rapenburg 19. Zie hier de zeven kamers in het voormalige woonhuis van de arts Philipp Franz van Siebold (1796-1866), die zijn leven en werken heeft gewijd aan Japan, van waar hij een bonte verzameling van kunst- en gebruiksvoorwerpen naar Leiden heeft laten verschepen.

Dertig slagen roeien verderop ligt de Hortus Botanicus (Rapenburg 73), een múst in de zomer. De Leidse universiteitstuin is verrijkt met een nieuwe Wintertuin – een gewaagd ontwerp van glas en staal. Leiden braaf? Hier niet. Neem de tijd voor een wandeling door de vele tuinen die samen de Hortus vormen. En luister deze zomer naar twaalf gedichten die klinken uit houten vogelbroedkastjes – gedichten van onder anderen Paul van Ostayen, Ida Gerhardt en Wislawa Szymborska. Wat een mooi, helder en krachtig idee, deze `hoorpoëzie over tuin en tijd'!

Dan is de tijd aangebroken voor een stevige etappe: via Rapenburg en Steenschuur roeien we naar de Nieuwe Rijn, waar we rechtsaf gaan tot de Zijlsingel. Hier klimmen we, links op een voormalig bolwerk, naar de stemmigste begraafplaats van Nederland. Enorme oude beukenbomen, met daaronder verweerde en gebarsten, meest 19-de eeuwse grafzerken, overwoekerd door gras en kleurig onkruid. Neem er plaats op een bankje en laat gedachten stromen over de golfslag van seizoenen in het licht van vergankelijkheid en eeuwigheid. Of, prozaïscher: vind er de graven van beroemdheden als de arabist Christiaan Snouck Hurgronje, de vaderlandsche historicus Robert Fruin of de moeder van Vincent van Gogh.

Terug op aarde roeien we een stukje terug, rechtsaf Herengracht, linksaf oude Rijn, tot het terras van café Annie's Verjaardag. Centraler in Leiden kunnen we niet neerstrijken. Wandel van hier in luttele minuten naar de Burcht, verscholen gelegen voor het straatbeeld, maar hoog genoeg opgetrokken om de hele stad te kunnen overzien. En aan de voet van de burchtheuvel: veel horeca, veel design- en andere snuffelwinkels. Wat overigens ook – en nog sterker – geldt voor de stegen die bij de Breestraat en rondom de Pieterskerk kringelen. Er is dus alle kans en reden om de drukke Haarlemmerstraat (Hema, Blokker, H&M, C&A, Bart Smit, enz.) te mijden als de pest.

DE VOLGENDE DAG

De botenverhuur bij de Rembrandtbrug heeft ook motorsloepen. Buitenkansje! Ga scheep en vaar van hier binnen een uur naar de Kaag, het merengebied ten noordoosten van Leiden. Open water, weilanden, grazende koeien, windmolens – wie hier rondvaart, begrijpt weinig van het getob over een volgemetselde en dichtgeslibde Randstad. (Hoewel, in zomerse weekeinden kan het vol zijn op de Kaag, met zeilboten en motorboten.) Lunch bij de Kaagsociëteit, dineer bij Tante Kee op Kaageiland, of andersom, waarna de boot node terugmoet naar z'n thuishaven (uiterlijk om 22.00 uur).

SLAPEN

Een begrip in Leiden is Hotel Nieuw Minerva (Boommarkt 23), gevestigd in zes oude panden in het hart van de binnenstad. Het mag warme gevoelens opwekken bij liefhebbers van oud-Hollandse sferen en andere romantiek, in een ratjetoe van meubilair en textielsoorten waarin de kleuren bruin, rood en rose overheersen.

Maar, tip van een geheel andere orde: logeer bij de enige `bed & breakfast' die Leiden rijk is, vijf minuten lopen van het station, aan de Mariënpoelstraat 35. Een twee-persoonskamer kost er 75 euro per nacht. De twee logeerkamers zijn gelegen op zolder, wat fijn Leids voelt – zoals vroeger, bij de hospita.

    • Gijsbert van Es