Waar is de poema toch?

Er wordt niet meer gezocht naar de poema die misschien wel geen poema is.

De politie en de boswachters op de Veluwe kunnen hem niet vinden. Hoe kan dat? De Veluwe telt duizenden hectaren grond en de grote kat verplaatst zich, vooral 's nachts, over een groot gebied. Drie boswachters houden er toezicht, die van Ede, Apeldoorn en Arnhem. Ze kennen hun werkgebied goed. ,,Ik weet precies waar de herten zich bevinden'', zegt Henk Bonekamp, boswachter van Apeldoorn. ,,Maar een poema heeft veel meer ruimte nodig dan herten.'' De boswachters weet ook niet hoe de katachtige leeft: ,,Ik ken zijn routes niet, vind geen sporen.''

Daarom wordt er afgewacht tot voorbijgangers die de kat tegenkomen zich melden bij de politie. De politie belt dan de boswachter in het gebied waar de katachtige is gesignaleerd. En die boswachter informeert vervolgens de andere boswachters. Dan gaan zij met de tipgevers praten. ,,Afgelopen dinsdag was er zo'n melding'', vertelt Henk. ,,Een echtpaar had een dier zo groot als een herdershond voor hun auto voorbij zien schieten. Samen met de boswachter van Arnhem ben ik bij hen thuis geweest om vragen te stellen. We vroegen wat ze gezien hadden. Het was de katachtige geweest.'' Maar terwijl de boswachters bij deze mensen thuis gesprekken voerden, was de katachtige er natuurlijk allang weer vandoor. ,,Als wij, boswachters, zélf de katachtige tegen zouden komen, dan haalt dat ook niks uit'', gaat Henk verder. ,,Dan moeten we eerst zes à zeven mensen laten komen, zoals politieagenten of dierendeskundigen met een verdovingsgeweer. En voordat die er zijn, is de katachtige al weg.''

De enige manier om hem te vangen, is de katachtige te leren kennen. Je moet weten waar hij graag slaapt, waar hij wandelt en wat zijn vaste routes zijn als hij eten zoekt. En ze zouden misschien ook eens met de herten kunnen overleggen, die hebben hem zeker eens voorbij zien komen.