Voorthobbelen in Suriname

De vraag wie Suriname moet leiden – een president die in zijn vorige termijn het land geen voorspoed wist te brengen, of de stroman van een voormalige dictator – is deze week beantwoord door de verenigde Surinaamse volksvergadering van kiesmannen. Het wordt dus weer Ronald Venetiaan, vertegenwoordiger van de `oude politiek' – in jaren en in aanpak van gemakzucht. Hij verloor de verkiezingen in mei. Ondanks die nederlaag en zijn falende beleid is hij toch beloond met het hoogste ambt, een wonder van politieke overlevingskunst en een anomalie tegelijk.

De volksvergadering koos het zekere voor het onzekere. De door stembusoverwinnaar Desi Bouterse naar voren geschoven presidentskandidaat Rabin Parmessar bleek nog steeds een Nederlands paspoort te hebben en verspeelde mede hierdoor zijn krediet. Dat is misschien maar beter zo, want op de bagagedrager van Parmessar had Bouterse gezeten, als een soort schaduwpresident. Dan was het land voorlopig niet afgekomen van zijn reputatie als transithaven van cocaïne.

Men kan het ook zo zeggen: Venetiaan is president geworden bij gebrek aan beter. Dat is een treurige constatering, niet alleen voor Suriname maar ook voor Nederland met zijn vele Surinamers. De kans is niet erg groot dat Ronald Venetiaan in staat is de status quo te doorbreken in een relatie die algemeen als problematisch wordt ervaren. Voorthobbelen zonder vooruitgang – dat is het perspectief.

Niettemin: de kiesmannen hebben gesproken, Venetiaan is democratisch gekozen. Suriname zal verder met hem moeten en omgekeerd geldt hetzelfde. De verlanglijst is indrukwekkend. De president en zijn regering zullen op bestuurlijk en economisch gebied met ingrijpende hervormingen moeten komen om te voorkomen dat Suriname verder afzakt. Het signaal van de veelal jonge kiezers was dat de politiek dient te ontwaken uit een lethargie waarin jarenlang zittende politici de stilstand als levensfilosofie belijden. Misschien houdt de gegroeide oppositie Venetiaan c.s. scherp. Zijn parlementaire meerderheid is gering. Hij zal dus beter moeten luisteren naar de wensen van het andere kamp. Daar liggen kansen voor hem, bij voldoende politiek vernuft en wil om te veranderen.

Voortbordurend op zijn rijke ervaring, zoals de president het dezer dagen zelf uitdrukte, zal Venetiaan werk moeten maken van de corruptie en de verloedering door de drugshandel. Suriname heeft zich de laatste decennia door de drugs in ongunstige zin onderscheiden. Het is een opgave om de belangen die hiermee zijn gemoeid terug te draaien. Het gaat om miljoenenhandel, die niet alleen een deel van de economie draaiende houdt maar die ook een wijdvertakte infrastructuur heeft.

Hervorming van de overheidssector is een ander punt. Dit ligt gevoelig, omdat de staat een belangrijke werkverschaffer is. Maar de Surinaamse bureaucratie is te overdadig en sanering ligt voor de hand. Venetiaan zal zich er, als hij zover durft te gaan, niet populair mee maken. Een beetje houvast biedt de nu nog betrekkelijke stabiele Surinaamse economie. Maar ook die zal met meer ideeën en kracht moeten worden beheerd dan in de achterliggende jaren gebeurde. Tot slot is er de moeilijke verhouding met Nederland, die Venetiaan overigens niet eenzijdig kan verbeteren.

Met een verwijzing naar een bekend volkslied: Nog is Suriname niet verloren. Maar om te overleven – en liefst meer dan dat – moet er veel gebeuren.