Van vijand tot muzikant

Schrijver Ramsey Nasr woonde in Sevilla de repetities bij van het West-Eastern Divan Orchestra. Onder leiding van Daniel Barenboim spelen islamitische, christelijke en joodse musici samen. Ze gaan de politieke realiteit niet uit de weg.

'Zo, en wat vind jij van de situatie?''

Een vuurdoop voor de nieuwkomer. Met voorzichtige precisie probeer ik het Israëlische meisje mijn standpunt uit te leggen. Ik weet dat ze Israëlisch is, met haar blonde krullen. Sommige dingen zie je gewoon. In een politieke paringsdans van twee minuten probeer ik haar van mijn redelijke oplossing te overtuigen; zij doet daarna hetzelfde, en voilà: we zijn het eens! Er bestaat vrede tussen ons, en ik ben nog maar net aangekomen.

Alleen komt ze niet uit Israël. Ze komt uit Syrië. Ik heb met mezelf staan dansen.

Ze heet Dana. Op mijn vraag of ze hier constant over politiek praten zegt ze: ,,Absoluut niet. Iedereen is blij de politiek even achter zich te laten. Ik vroeg je ernaar omdat jij schrijver bent.'' Een specialist dus.

Welkom in Pilas, even buiten Sevilla. In een uitgedroogd Andalusisch landschap ligt een voormalig seminarie waar afgegrendeld van de buitenwereld sproei-installaties het gras en de citroenbomen groen houden. Sinds 2001 komt hier een jongerenorkest samen van ongeveer honderd man, afkomstig uit Israël, Palestina, Syrië, Libanon, Jordanië, Egypte en Spanje.

Waarom hier? Omdat Andalusië de enige plek ter wereld is waar – van de achtste tot de elfde eeuw – joden, moslims en christenen vreedzaam hebben samengeleefd. Tien eeuwen later wordt gepoogd dit op piepkleine schaal over te doen, enige weken per jaar, in een muzikale enclave.

De opzet is simpel. Breng mensen samen via hun gemeenschappelijke passie, klassieke muziek. Laat ze samenspelen, zet ze in koppels achter dezelfde muziekstandaard. Samen op kamers, samen eten, samen op tournee.

Praktisch gezien is het een onmogelijkheid. Voor de meeste orkestleden is het van overheidswege strikt verboden contact met de ander te hebben. Voor een gewone Syriër is het onmogelijk een Israëliër in levenden lijve te ontmoeten, en vice versa. Telefooncontact tussen de oorlogvoerende landen is verboden. Voor een Palestijnse vluchteling in Libanon, Syrië of Jordanië is het vrijwel uitgesloten te reizen naar welk omliggend land dan ook. En dan is er plots een orkest dat lak heeft aan regeringen en hun oorlogen. Onmogelijke zaken zijn makkelijker dan moeilijke.

De West-Eastern Divan Orchestra is opgericht door de Israëlische dirigent en pianist Daniel Barenboim en wijlen de literatuurwetenschapper en schrijver Edward Said. Sinds 2003 bestaat de Barenboim-Said Foundation; ze verschaft beurzen, muziekonderwijs in Palestina, traumahulp, ze heeft met succes een muziekschool in Ramallah opgericht en wil en passant vrede in het Midden-Oosten bewerkstelligen.

Tijdens mijn eerste repetitie doe ik wat een gezond mens nu eenmaal doet in zo'n situatie. Ik probeer de Israëliërs van de Arabieren te scheiden (de twintig Spaanse orkestleden zet ik als jokers in). Terwijl Barenboim Mahlers Eerste tracht los te weken, doe ik hetzelfde met de gezichten. Wie zijn jullie. Het is jammer dat de Arabieren hier geen baarden of hoofddoek dragen, en de joden geen keppels of pruiken. Ze lijken allemaal op elkaar – en op mij. Vooral dat laatste is verwarrend. De enige die zonder twijfel Israëlisch is, is de Syrische Dana.

Dana is ook christelijk. Nu wordt het werkelijk vervelend.

Als je geen jood van een Arabier kan onderscheiden, hoe moet je dan het verschil zien tussen de druzische cellist uit Libanon en de koptische eerste violist uit Egypte, tussen de Armeens-Libanese christen-fluitiste en de Libanees-maronitische tweede violist? Waarin schuilt het verschil tussen een shi'itische violist en een orthodox-christelijke trompettist? Tot overmaat van ramp kunnen Israëliërs afkomstig zijn uit Arabische landen, en worden er Arabieren geboren in Israël. In de West-Eastern Divan Orchestra wordt Engels gesproken, maar ook Duits, Russisch, Frans, Arabisch, Hebreeuws en Spaans. Anders dan in Babylon verstaat men elkaar.

Ik besluit me dan maar op Mahler te concentreren. Het absurde kader maakt het echter onmogelijk het beluisterde als muziek te benaderen. Opmerkingen van de maestro lijken verborgen politieke boodschappen te bevatten. Na het enigszins matte tweede deel roept hij: ,,Het is héél gevaarlijk wat jullie doen! Sommigen slapen en anderen spelen als bureaucraten.''

Uitgelaten sfeer

Na het avondeten is er een verrassingsconcert. Als ik de repetitieruimte betreed, heerst er een uitgelaten sfeer van gejuich en gestamp. Een Israëliër tracht op zijn eentje de wave in te zetten. Barenboim begeleidt de Egyptische contrabassist en de Russisch-Israëlische cellist in een virtuoze Rossini-parafrase van Bottesini. Daarna komt plots Lang Lang op. De wereldberoemde jonge pianist is een dagje langsgekomen. Op deze bonte avond speelt hij met Barenboim de Don Giovanni-variaties van Liszt (,,voor vier handen en zes piano's''). Het stuk heeft veel weg van een vrolijke rodeo op twee wilde paarden, twee meesters op en neer springend op de pianokruk. Wanneer Lang Lang daarna solo een Horowitz-bewerking van Liszts Tweede Hongaarse rapsodie speelt, staat het hele Midden-Oosten op zijn kop. Barenboim krijgt de slappe lach van de virtuositeit.

Daarom is men hier dus. Om muziek te maken.

Het lijken wel normale mensen. Later op de avond staan twee Syriërs, Miyyaas en Kinaan, hun favoriete scènes uit Jackass na te spelen. Verderop heeft een Egyptische jongen instructies gegeven aan een mooie half-Syrische, half-Palestijnse hoe ze zich moet opmaken. Het resultaat is een soort masker met zwaar aangezette oogleden. Alleen haar lippen moeten nog rood. ,,Je moet het van een afstand bekijken'', zegt hij. Het meisje kijkt me aan: ,,Alle Egyptische jongens hebben die fascinatie. Nefertiti zit in hun bloed.'' Ik heb het gevoel thuis te zijn, in Antwerpen of Rotterdam. Het is gezellig voor een oorlog. Als ik die eerste avond in mijn bed lig en de Israëliërs liedjes hoor zingen, besef ik dat Dana gelijk had: politiek blijkt hier niet te bestaan.

De volgende ochtend weet ik beter.

Barenboim heeft aangekondigd op 21 augustus met het orkest in Ramallah te willen optreden. Dat wil zeggen: hij heeft het niet aangekondigd. Men heeft het via de media vernomen. Waarom wordt daar niet over gesproken? Barenboim zegt het gesprek uit te stellen tot hij zeker weet of het logistiek kan.

Vorig jaar ging hetzelfde plan niet door. Maar de aankondiging alleen had het effect van een bom, zoals een Palestijnse pianist het uitdrukte. De gehele nacht was er in groepjes verhit gediscussieerd. Men was in shock, en niet alleen de Israëliërs. Ook voor Syriërs en Libanezen is Ramallah verboden gebied. Wie de bezette gebieden bezoekt, mag Syrië en Libanon niet meer in. Een deel van het orkest loopt bij terugkeer minimaal kans op gevangenisstraf. Afgezien daarvan weet niemand hoe het publiek zal reageren. Barenboim heeft er opgetreden als pianist en was hevig ontroerd door de reacties. Een jong Palestijns meisje had hem bedankt en gezegd dat hij het eerste `ding' uit Israël was dat geen soldaat was of een tank.

Maar veel van de jonge Israëliërs hier zijn wél soldaten. De vraag is niet zozeer of de inwoners van Ramallah bereid zijn dat te vergeten, maar of de musici zelf dat kunnen. Al met al zou dit het eerste niet-politieke, louter culturele groepsbezoek ooit zijn vanuit Israël – en dus een buitengewoon politieke gebeurtenis. Muziek in Ramallah ís politiek.

Soead is een melkblanke Syrische violiste met kastanjebruin haar. Ze zegt dat ze niets liever wil dan naar Ramallah gaan. Ze wil het doen voor de totaal geïsoleerde bevolking, zelfs als daar voor haarzelf consequenties aan vast zullen zitten. De Israëlische violiste Mariela heeft er geen zin in: dit is niet het juiste moment. Barenboim heeft aangekondigd niemand te zullen dwingen; iedereen moet voor zichzelf beslissen. Daarmee heeft hij er een gewetensvraag van gemaakt. Wat is het doel van dit orkest? En wat is mijn aandeel daarin?

Said en Barenboim hebben veel artikelen geschreven over de `humanity of music'. Vandaag zal pijnlijk concreet worden wat ze bedoelen.

Bij aanvang van de ochtendrepetitie vertelt Barenboim het orkest dat enkele Israëlische leden hem gevraagd hebben Wagner in te studeren, als toegift. Hij wil dat graag en wacht op reacties.

Enkele jaren geleden veroorzaakte Barenboim een schandaal door Wagner in Israël te spelen. Volgens hem is het tijd Wagners muziek weer als muziek te beluisteren. Van zijn eigen orkest verlangt hij hetzelfde als hij halverwege de repetitie opmerkt: ,,Geen orkest ter wereld heeft zoveel succes als jullie bij het betreden van het podium, nog voordat een noot is gespeeld – door de idee. Maar daarom moeten jullie des te beter spelen. Het musiceren moet prachtiger zijn dan de idee.''

Barenboim is zich hyperbewust van het psychologisch effect dat zijn orkest heeft op een publiek. Wanneer in de derde beweging, na de broeder-jacob-opening in mineur, voorzichtig een jiddisch thema wordt ingezet, kan ik niet ontkennen dat dit me diep raakt. Louter de idee van Arabische musici die samen met Israëlische musici klezmer spelen is een grens die wordt overgestoken. Dit is een val, want de musici maken eenvoudigweg muziek. Zij concentreren zich op hun werk; een organisch rubato, een goed opgebouwd accellerando. Wij maken daar politiek van.

Helaas zitten de meeste musici eveneens verstrikt in hun val. Veel van de Israëliërs doen hoofdzakelijk mee wegens de buitenkans om met deze beroemde maestro te werken; en ook de Arabieren gaan graag op tournee met het puik van de jonge Midden-Oosterse muzikanten. Allen willen groot worden – in de muziek.

Said en Barenboim wilden hen juist bevrijden van die muziek. Onder een groot musicus verstaan zij een muzikant met een grote, breed ontwikkelde persoonlijkheid.

Intellectuele stimulans

Edward Said was Barenboims beste vriend. Hij noemde hem zijn grootste intellectuele stimulans. Said was iemand die met evenveel gemak over de laatste Beethoven-kwartetten, Amerikaanse literatuur of het Midden-Oostenconflict kon spreken als over de harmonieuze samenstelling van een tuin. Barenboim en Said speelden samen quatre-mains van Schubert. Beiden hadden een onafhankelijke geest, met dientengevolge felle kritiek op de eigen regering.

Het is wat Barenboim mist bij jonge musici. Technische perfectie en doorgedreven specialisme vormen een handicap van muzikanten zolang ze het leven door een koker van muziek blijven bekijken. Was oprichting van het orkest de onmogelijke helft van de missie, kennis en geestelijke ontwikkeling vormen de moeilijke helft. Het is niet minder dan een poging volwaardige mensen van hen te maken, niet louter in de ogen van de ander, maar ook voor zichzelf.

Dus zitten ze dinsdagavond naar een juist voltooide documentaire over zichzelf te kijken, op groot scherm; alles volgens Barenboims plan. Iedereen moet lachen om elkaar, om de rare kapsels, brillen en kleding, hoe ze veranderd zijn sinds 1999. Een reüniesfeer heerst in de zaal. Men hoort Barenboim en Said spreken over koning Alfonso X de Wijze, over tolerantie, de joodse en Arabische filosofen uit de Middeleeuwen. Mohammed de hoboïst ziet zichzelf vertellen over zijn vader die gevochten heeft tegen de vader van een Israëlisch meisje uit hetzelfde orkest. Men ziet zichzelf rondlopen in concentratiekamp Buchenwald. Het wordt stil in de zaal. Iedereen staart nu naar de beelden van in verwarring neerzittende orkestleden, vorig jaar, 's nachts, nadat Barenboim zijn Ramallah-plan had ontvouwd. Het is stil, men kijkt naar felle discussies, en naar Tyme, een 15-jarig Palestijns meisje uit Ramallah, dat in de schaduwrijke kloostertuin vertelt over de muur die rond haar stad wordt gebouwd. Ze vraagt zich af of ze er volgend jaar bij zal kunnen zijn. Ze zit in de zaal.

Als na de documentaire een voordracht wordt gehouden over de gevolgen van de muur, barst de hel los. Mustafa Barghouti, een Palestijnse dokter van Medical Relief, heeft via een Powerpoint-presentatie met feiten, schema's, foto's en een opvallende nuchterheid getoond wat de muur in wezen is: geen veiligheidshek maar een manier om nog meer land te confisqueren. Omdat hij niet op de internationaal erkende grens van 1967 is gebouwd maar in Palestina zelf, scheidt het Palestijnen niet van Israëliërs, maar van Palestijnen. Ik ben van slag; de realiteit ter plekke is nog veel erger dan ik dacht.

Met ter plekke bedoel ik: in de zaal.

,,Mister Barghouti. Ik had zo'n fijne dag vandaag, iedereen voelde zich goed. En nu hebt u dat verpest.'' De Israëliërs voelden zich erin geluisd, in de beklaagdenbank gezet; zo zaten ze er ook bij. Eén meisje zat te huilen. Barghouti werd ervan beschuldigd slechts één kant van het verhaal te tonen. ,,Waar is de andere kant van het verhaal?'' Het was hier, in deze zaal, dat ongemerkt een muur was opgetrokken. Wat in de vorm van feiten en getallen gepresenteerd was, werd afgedaan als een mening.

Het liep compleet uit de hand, Israëliërs verlieten verontwaardigd de zaal. Van de ene kant bleef men roepen: ,,Waar is het evenwicht in het beeld dat u schept?'' Of: ,,De Israëliërs doen tenminste iets.'' Aan de andere kant stond Barghouti voor de tiende keer uit te leggen dat dit nu juist zijn punt was: Israël doet al 38 jaar wat het wil, zonder enige vorm van overleg of respect voor internationaal recht. Het is een verhaal compleet uit balans.

De dokter besloot met te zeggen dat symptoombestrijding futiel is zolang de ziekte niet wordt aangepakt. Terrorisme is het afschuwelijke symptoom van een ziekte die bezetting heet.

De zaal was inmiddels half leeg.

Gespannen sfeer

Woensdag, de volgende ochtend, is er iets veranderd. De Israëliërs hebben aan een aparte ontbijttafel een emotioneel gesprek dat op een bijeenkomst lijkt. Eén jongen krijst erbovenuit. De Arabieren zitten rustig te eten. Af en toe kijkt iemand om en eet verder. ,,Dat was vorig jaar ook'', zegt een jongen laconiek, ,,ze zijn verontwaardigd, besluiten nooit meer terug te komen en volgend jaar zijn ze er weer. Dit jaar is het nog kalm gebleven.''

Geen wonder dat men discussies vermijdt.

De repetitiesfeer is gespannen. Na vijf minuten vraagt Barenboim: ,,Wat is er aan de hand? Is het laat geworden gisteravond?'' Een stem antwoordt: ,,Nee, zwaar.'' Voor het eerst zie ik het orkest niet meer als groep, maar als een verzameling individuen. Dat daar is die Israëlische trompettist die zo aan het roepen was; daar zit het christelijke Libanese meisje dat over Jezus en de burgeroorlog begon.

Er is iets kapot. Pas tijdens het derde deel van Mahler (de treurmars die ingezet wordt door contrabas solo, overgenomen wordt door basfagot solo en gaandeweg meer en meer instrumenten betrekt) wordt het orkest langzaam uit zijn losse stukken heropgebouwd. Mahler 1 is vanochtend zowel obstakel als bindmiddel.

Eigenlijk is het hard voor de Israëliërs. Ze zijn allemaal erg aardig en sommigen beseffen wel degelijk wat er in hun land en Palestina gebeurt. Maar velen gaven ontwapenend eerlijk toe aan Mustafa Barghouti: `Ik weet alleen maar iets van muziek, ik kan niet zo goed spreken als u.' Daarmee zitten ze dubbel opgesloten. Volgens mij is die onmacht de oorzaak van hun woede. Dat bleek toen tijdens de discussie gisteravond de joodse Avi Shlaim, eminent kenner van het conflict, en de Israëlische professor Yaron Ezrahi hun mond openden. Hoewel zij de analyse van Barghouti deelden, werd naar hen wél geluisterd: zij vormden `onverdachte' bronnen. De Israëlische musici zijn relatief erg jong, gemiddeld twintig. Ze hebben legerdienst in de bezette gebieden. Ze worden verscheurd.

Ook Wagner hakt er flink in. De volgende ochtend heeft Barenboim bij aanvang van de repetitie een uiteenzetting gehouden over Wagners muzikale genie. Hij vertelde er ook bij dat in verscheidene Duitse vernietigingskampen zijn muziek weerklonk wanneer de joden naar de gaskamers werden geleid. Barenboim zei dat wie Wagner niet wenste te spelen mocht opstaan. Iedereen bleef zitten. Na enkele maten spelen was een meisje opgestaan, in tranen weggelopen – en teruggekeerd om voort te spelen.

Talia, een Israëlische contrabassiste, heeft tijdens de lunch desondanks kritiek op haar landgenoten. Ook voor haar was Wagner emotioneel zwaar en uitputtend om te spelen. Maar dat was vandaag. Waarom zitten de meesten van hen al wekenlang als gesloten groep aan dezelfde aparte tafels?

Talia, met vlechtjes, is politiek geëngageerd. Opvallend genoeg heeft zij evenals vele anderen weinig boodschap aan de grote vredeswoorden op de persconferentie die Barenboim tijdens hun verblijf organiseert. ,,Eén ding kan ik: muziek maken. Als ik geen musicus zou zijn, was ik nu vredesdemonstrant. Maar op dit moment kan ik slechts naar Ramallah gaan en spelen. Het enige wat ik vermag, is ervoor zorgen dat men in Ramallah naar muziek kan luisteren.''

Een leven zonder muziek is een verarming, volgens Edward Said. Een leven van zuiver muzikale perfectie evenzeer.

Wat mag men van een musicus verwachten?

Wat mij bijbleef is de opmerking van Soead, de melkblanke Syrische violiste. Ik had maandagochtend een bakje tomatenpulp van het ontbijtbuffet meegenomen, denkend dat het een soort watermeloensalade was. Soead vroeg of ik dat niet fantastisch vond, dat moment waarop je in de war raakt omdat je een smaak niet herkent. Heel even, voor besef doorbreekt, heeft je brein het gevoel voor de gek te zijn gehouden. Soead geniet van die momenten.

Zelfanalyse

Eerlijk gezegd ben ik onder de indruk geraakt van de nieuwsgierigheid, het politieke bewustzijn en een bijna gelaten wijsheid van de Syriërs. Ze hadden veelbetekenend ook een zelfanalyse klaar om dit te verklaren. Allereerst zijn er veel minder goede klassieke musici in Syrië dan bijvoorbeeld in Israël. Het maakt de besten extra goed; ze krijgen veel kansen, reizen veel, ontmoeten veel mensen. Ze bezitten van nature een nieuwsgierigheid, juist omdat zij geen traditie van klassieke muziek hebben zoals in het westerse Libanon of Israël. Maar vooral: een musicus in een dictatuur streeft ultieme vrijheid en onafhankelijkheid na daar waar geen dictator vat op krijgt: de muziek, en het eigen hoofd. Via internet en satellietschotels blijft kennis bereikbaar.

De jonge Syriërs zijn de meest vrije geesten die ik hier ben tegengekomen. Dat heeft ook te maken met het Israëlisch-Syrische conflict. Wie in de zwakke positie verkeert, gaat eerder op zoek naar andere invalshoeken, andermans beweegredenen – uit zelfbehoud. Wie niet sterk is, moet nieuwsgierig zijn. Zelfkennis als zwaktebod.

Barenboim benadrukt dat je onder een dictatuur tenminste weet wat je mag en niet mag. De vrije wereld mist exact dat onderscheid. Hun vrijheid heeft de orkestleden als individuen verlamd. Ze gebruiken hun rechten niet, bezitten geen verantwoordelijkheid en weinig moreel besef.

Ik denk dat hij gelijk heeft. Alle Israëliërs die ik ooit tegenkom, willen vrede: vrede in de zin van rust. Weinigen onder hen hebben nog een idee hoe dit kan worden bereikt.

Ze zijn moedeloos. Daarentegen ben ik op dit kamp meerdere Arabieren tegengekomen die niet zozeer over vrede spreken alswel over wat er moet gebeuren. Voor hen bestaat geen enkele twijfel over het feit dat Israël de bezette gebieden totaal moet opgeven, van de Westbank via Oost-Jeruzalem tot de Golan-hoogvlakte. Ze zijn daar zeer pragmatisch in. Eerst land, dan vrede, in plaats van omgekeerd. Het is het verschil tussen paternalisme en gelijkwaardigheid. Arabieren willen: evenwicht.

Wat Israëlische en Arabische burgers willen, heeft geen enkele Midden-Oosterse regering, democratie of dictatuur, ooit iets kunnen schelen. Het project van Barenboim en Said is een heldendaad, niet omdat het de vrede bewerkstelligt, maar omdat het in elk geval de geest wil bevrijden. Het verandert de vijand in een muzikant. Daarom wordt het orkest ook wel subversief genoemd. Om met een orkestlid te spreken: ,,Het veranderde mijn kijk op wat een mens is.''

Sevilla, vrijdagavond 29 juli. In een bomvol Teatro de la Maestranza klinkt Mozarts Sinfonia concertante voor klarinet, hobo, hoorn en fagot. De solisten zijn twee Israëliërs en twee Arabieren. Ik weet wie het zijn, maar op deze afstand, vanaf het eerste balkon, is geen enkel gezicht te herkennen. Het is een zwartwitte massa van kostuums, jurken en instrumenten geworden, ontdaan van alle persoonlijkheid. Ik voel geen empathie met de individuen die ik deze week heb leren kennen. Het is vreemd, maar ik luister naar een prachtig wezen van hout, snaren, koper en vel. Zich transformerend via Beierse schwung tot jiddische klezmer en Spaanse dans wandelt het alle grenzen over.

Daarmee drukt het geen hoop, geen vredesgedachte uit. Dit orkest overstijgt niets, behalve zichzelf. Al de rest is werkelijkheid.

Sommige van de namen zijn gefingeerd

Tournee 2005: 6 aug. Sao Paulo; 7 aug. Montevideo; 9, 10, 11 aug. Buenos Aires; 14 aug. Londen (onderdeel van de Proms, wordt live uitgezonden op de Britse televisie); 15 aug. Edinburgh; 18 aug. Wiesbaden; 21 aug. Ramallah

`Daniel Barenboim & Edward Said': Parallels and Paradoxes, uitg. Bloomsbury

Zie ook: www.barenboim-said.org

Onmogelijke zaken zijn makkelijker dan moeilijke

Anders dan in Babylon verstaat men elkaar

Wie Wagner niet wil spelen mag opstaan

    • Ramsey Nasr