Van Erp

Henk van Gelder bedient zich in zijn bespreking van het boek Voor de geraniums van Michiel van Erp van oneigenlijke argumenten. Van Erp, in de eerste plaats televisiemaker, ontkent in dat boek de venijnige ironicus te zijn waarvoor hij soms versleten wordt; zijn documentaires veelal films over `gewone Nederlanders' zijn in de eerste plaats bedoeld als portretten en zeker niet als pamfletten. Van Gelder beschuldigt hem er van `de vermoorde onschuld te spelen' over het komische effect van die programma's. Nergens echter ontkent Van Erp het komische effect van zijn werk, maar het is voor hem bijkomstig. Hij zegt vooral te willen vastleggen hoe mensen `het leven proberen te pakken'. Een dergelijk streven komt voort uit het tegenovergestelde van de meedogenloosheid die Henk van Gelder hem aanwrijft. Van Erps programma's maken duidelijk dat het mogelijk is tegelijkertijd komisch en heel ernstig te zijn. Het stuurt aan op de glimlach om de tragiek van het dagelijkse bestaan, en juist niet op de schaterlach om het onvermogen van de hoofdpersonen.