Rover debacle krijgt staartje

Europese wetgeving houdt autofabrikanten verantwoordelijk voor de sloop van auto's aan het eind van hun levenscyclus. Toen die wet werd vastgesteld hield niemand er rekening mee dat er ooit nog eens een autofabrikant failliet zou gaan. Sinds het bankroet van het Duitse Borgward concern, in 1961, was zoiets niet meer voorgekomen. Door het recente debacle van Rover zou BMW echter wel eens voor de sloopkosten van enkele miljoenen nog rondrijdende Roverproducten kunnen moeten opdraaien. BMW was vanaf de vroege jaren negentig eigenaar van Rover. In 200 verkocht de Duitse fabrikant weliswaar het merk Rover terug aan het Britse management, maar behield wel de rechten van Rover. Volgens sommige juristen heeft BMW daarom de eindverantwoordelijkheid voor de sloopverplichting van niet alleen oude Rovers, maar ook van de merken die bij de erfenis hoorden van het voormalige British Leyland concern (de vorige eigenaar van Rover): Austin, Morris, MG, Triumph, Riley en Wolseley. Jaguar en Land Rover vallen erbuiten omdat ze aan Ford zijn verkocht. Intussen is overigens bekend dat de sportwagenproductie van MG een doorstart maakt in de voormalige Roverfabriek te Longbridge, met geld van de Chinese Nanjing Automotive Group.