Meesterlijk spiegelpaleis

In de zomer discussieert de Leesclub (www.nrc.nl/leesclub) over boeken die ten onrechte zijn verguisd, genegeerd of verkeerd begrepen.

Zelden heeft een schrijver op televisie zó beteuterd gekeken als Joost Zwagerman acht jaar geleden bij het cultuurprogramma De Plantage. De 33-jarige auteur was uitgenodigd om te praten over zijn roman Chaos en Rumoer, maar kreeg onverwachts te maken met een frontale aanval op zijn hele oeuvre. Niet alleen presentatrice Hanneke Groenteman verweet hem de vermeende levenloosheid van zijn personages (,,Schrijf eens een roman van vlees en bloed''), ook Zwagermans collega Helga Ruebsamen. De argeloze kijker, die deze zondagmiddag had ingeschakeld voor een gemoedelijk uurtje literatuur, zag een tafereel uit een Griekse tragedie: twee harpijen zetten hun nagels in een gevallen held.

Gevallen ja, want een week eerder was de schrijver van de succesromans Vals licht (1991) en De buitenvrouw (1994) door de mangel gehaald van de literaire kritiek. Nog voordat Chaos en Rumoer officieel aan Zwagerman werd aangeboden, lagen de recensies uit NRC Handelsblad en de Volkskrant al in de kiosk. `Steriel' oordeelde Hans Goedkoop over het verhaal van een schrijver die door een diep dal gaat; `meer puzzel dan portret'. En Arjan Peters was nóg vernietigender: onder de vlag `Joost Zwagerman rekt op en walst uit' had hij nauwelijks een goed woord over voor Chaos en Rumoer. `Wat een debacle' was niet eens het onvriendelijkste dat hij te zeggen had.

Maar daar bleef het voor Zwagerman niet bij. Anderhalve week na de heksensabbat bij de VPRO kwam zijn roman ter tafel in het programma Zeeman met boeken – om er onmiddellijk vanaf geveegd te worden. Presentator Michael Zeeman noemde Chaos en Rumoer een ramp en voegde daaraan toe: ,,Dit is een erbarmelijk boek.'' Tv-recensent Frits Abrahams, die de scène in deze krant beschreef, sprak van een openbare executie van Joost Zwagerman; de schrijver zelf moet bij het bekijken van de beelden hebben teruggedacht aan twee citaten van de hoofdpersoon van zijn boek: `Iedereen is eropuit om me te vernederen' en `Een schrijver kan wel degelijk diep, heel diep vallen'.

Zwagerman was niet de enige die omviel van verbazing. Niet lang na de eerste recensies was ik begonnen aan Chaos en Rumoer – en het leek alsof ik een ander boek in handen had. De belevenissen van Otto Vallei, een schrijver die zijn writer's block ontvlucht in een baantje als radiopresentator, stonden niet garant voor kippenvel en tranen, maar zo had Zwagerman ze ook niet bedoeld. De roman was een satire, en bepaald geen slechte. Het literaire wereldje in Amsterdam – ijdele uitgevers, cynische redacteuren, slappe journalisten, uitgebluste mediatypes – kreeg er op een geestige manier van langs, zonder dat je als niet-ingevoerde lezer buitengesloten werd. Chaos en Rumoer was een sleutelroman waarin het puzzelen bijzaak was en de timing dik in orde. Het heeft de tand des tijds dan ook beter doorstaan dan eerder verschenen satires als Dubbelster van Gerrit Komrij en De grachtengordel van Geerten Meijsing.

Maar Zwagerman had meer te bieden dan satirisch commentaar en sterke oneliners. In navolging van The Information (1995) van zijn idool Martin Amis had hij een boek geschreven over literaire jaloezie. Dat is op zichzelf al een mooi thema, maar in Chaos en Rumoer wordt het verbonden met het klassieke motief van de Doppelgänger. Wat Otto Vallei vooral dwars zit, is het succes van Ed Waterland, een schrijver die in het nabije verleden zijn vrouw Karin heeft verleid. Van Waterland verschijnt een roman over een schrijver-in-crisis die gaat werken bij de radio; en hoewel niemand in de hoofdfiguur Vallei herkent, doet hij dat zelf wel. Sterker nog: op een gegeven moment lijkt het alsof Waterland alles wat Vallei overkomt al voorspeld heeft; alsof hij niet meer dan een personage is.

Zo bouwt Zwagerman een spiegelpaleis. Omdat we in het hoofd van Vallei zitten, weten we niet wat feit en fictie is. Bestaat die hele Waterland wel? En wat moeten we denken van het einde, waarin Vallei aankondigt dat hij zijn writer's block gaat doorbreken met een vlammende roman over een schrijver die zichzelf terugziet in andermans verhaal? Welk boek zijn we eigenlijk aan het lezen? Dat van Otto Vallei, schrijvend onder een naam die qua klank doet denken aan Waterland? Of dat van Joost Zwagerman, die zichzelf afsplitste in de succesvolle schrijver Ed Waterland én de loser Otto Vallei, die net als zijn schepper in tijden van writer's block een half jaar bij de radio had gewerkt?

Met Chaos en Rumoer bewees Zwagerman zich acht jaar na Gimmick! opnieuw als een leesbare postmodernist, als een schrijver die niet alleen de Hollandse en Franse realisten als voorbeelden had, maar ook Nabokov. En vanzelfsprekend is het toepasselijk dat zijn roman het lijdend voorwerp werd van zoveel ophef en vertier in de literaire wereld. Als een gespiegelde Otto Vallei zou Zwagerman een paar jaar later wraak nemen op zijn grootste vijanden – door te bewijzen dat de ene (Zeeman) persoonlijke vetes via zijn televisieprogramma uitvocht en dat de andere (Peters) bereid was om tegen betaling zijn negatieve oordeel over een boek te herzien. Maar dat is een heel andere verdubbeling.

Zoals `Chaos en Rumoer' van Joost Zwagerman uit 1997.

Joost Zwagerman: Chaos en Rumoer. Arbeiderspers 248 blz. €20,50