Kippenvel, rillingen, hartkloppingen

Bij het kijken naar enge films schrikt het lichaam bijna altijd van dezelfde griezelmomenten.

,,Als je een griezelfilm te eng vindt, kun je beter je handen op je oren houden dan voor je ogen.''

Het was een in alle opzichten kalme nachtvlucht van New York naar Amsterdam. Het zal 1983 zijn geweest, want de film die tijdens de overtocht werd getoond was Still of the Night en die was toen een paar maanden geleden uitgebracht. Ik zat met mijn oordoppen op naar het scherm te kijken. Als ik me probeer te herinneren waar de film over ging – geen idee meer. Mijn geheugen heeft er maar één scène van bewaard. Een man loopt door een donkere gang, hij is bang en ik dus ook, en dan schiet er iets door het beeld. Het blijkt een witte vogel te zijn die met een kreet opvliegt.

False suspense zou je koeltjes kunnen zeggen.

Jaja.

Intussen was ik zo verschrikkelijk geschrokken dat vanzelf een hard HUH! uit mijn mond rolde en ik in mijn vliegtuigstoel zat te schokken. Het volgende ogenblik was ik compleet uit de film getreden en keek ik diep gegeneerd om me heen. Mensen snurkten, dommelden of tuurden zelf ook met oordoppen in naar de film. Niemand had mijn kreet gehoord.

Ik kijk naar Creep. Twee mannen waden door het water in een rioolbuis. De tunnels galmen van de wonderlijkste vervormde klanken van waterruis en buizenklop en ijle geluiden uit de bovenwereld. Is dat geen vrouw die gilt? `Wat is dat', vraagt de jongste, die hier voor het eerst loopt. `Dat is de echo', zegt de oudste beslist. `De echo van wat dan', vraagt de jongste terecht.

`Hee, dat is gek', zegt de oudste ineens. `Die tunnel zie ik voor het eerst.' Hij gaat naar binnen. Mijn alarmsysteem wordt een fase van alertheid opgevoerd. De jongste roept hem even later na, maar de oudste antwoordt niet. `Shit', zegt de jongste, en nu gaat ook hij de buis in. De muren flakkeren op in de lichtbundel van zijn mijnwerkerslamp. Hij ziet de oudste liggen, in shock starend naar een deel van de tunnel. De jongste kijkt om. Alarmfase rood. Ik weet dat hij nu iets gaat zien, en dat ik nu iets ga zien, waar we allebei van zullen schrikken. Zijn lamp tast de tunnel af. Met een kreet licht de gestalte van een bebloede vrouw op, die dan weer achteruit getrokken wordt. Een huivering trekt door mijn lichaam, ik heb kippenvel en mijn hart slaat over.

Ik kijk alvast naar A Tale of Two Sisters, die volgende week in première gaat. Een Koreaanse vrouw zakt door haar knieën om onder een keukenkastje te kijken. Alarmfase oranje, want wij hebben in een vorige scène gehoord dat haar psychotische schoonzus daar vanavond een meisje onder zag liggen. Er ligt alleen niemand. De vrouw komt overeind. Achter haar op een stoel, onscherp maar duidelijk, zien we een groene gestalte zitten. De camera gaat dicht naar het gezicht van de vrouw. Ze is verstijfd, alleen haar linkeroog zien we bewegen en dat gaat naar het uiterste hoekje van zijn kas om de vrouwengestalte te betrappen. Ze moet omkijken. De kamer is leeg.

Ze kijkt weer voor zich. Op de grond ligt nu een onduidelijk klein voorwerp, een soort bewerkt hoorntje, als een stukje van een sieraad. Haar hand gaat omlaag om het ding op te rapen. Alarmfase rood. Ik wéét wat er zal gebeuren. Ze pakt het hoorntje. Op hetzelfde moment komt een bloederige hand onder het keukenkastje vandaan en grijpt haar bij de pols. Hartkloppingen, rillingen, kippenvel.

Thermostaat

Hoe vaak heb ik dit soort scènes nu gezien? Honderd keer? Duizend? Ik schrik altijd opnieuw, mijn lichaam vertoont telkens dezelfde reacties. Went het daar nooit aan? En waarom kijk ik dan naar zulke films?

Hersenonderzoeker Michiel de Ruiter grinnikt. Hij weet al wat er komt. Er is een thermostaat in beeld. ,,De temperatuur gaat omlaag'', zegt hij. ,,Dat betekent de aanwezigheid van een bovennatuurlijke entiteit.'' We kijken samen naar een dvd van The Sixth Sense. Ik heb een scène opgezocht die mij onvermijdelijk doet sidderen, hoe vaak ik die ook zie. En Michiel de Ruiter gaat mij vertellen hoe dat komt.

Kleine Cole staat te plassen. We zien hem op de rug op de wc, met de deur open, want hij is bang. Het is nacht en hij moet plassen. Natuurlijk is hij bang en dus ben ik het ook. Alarmfase oranje. De wijzer van de thermostaat gaat omlaag. Uit Cole's mond zien we de adem wolken. De camera staat net even buiten de deur. Cole plast. Een roze ochtendjas loopt in een ademtocht door het beeld. Een venijnige metaalklank klinkt, die Cole niet, maar ik wel hoor. Cole kijkt om, maar ik heb het kippenvel.

,,Zonder dat geluid waren we niet eens geschrokken'', zegt Michiel de Ruiter. ,,Dan hadden onze hersens een vrouw gezien die door het beeld loopt en geconcludeerd dat het zijn moeder is. Het geluid maakt het eng. Geluid heeft een alarmerender functie voor ons brein, omdat we gevaar eerder horen dan dat we het zien. Als je een griezelfilm te eng vindt, kun je dus ook beter je handen op je oren houden dan voor je ogen.''

De Ruiter is niet alleen een gepromoveerde cognitieve neurowetenschapper aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, hij is ook een liefhebber van griezelfilms. Hij heeft dezelfde huiver als ik, en op dezelfde momenten. De slotscène van Carrie, met de hand die uit het graf komt. Les Diaboliques, de dode vrouw in de badkuip die overeind komt met ogen als eierschalen (later nagedaan in Fatal Attraction). Ringu (The Ring) met de vrouwelijke wrekende geest die uit de televisie komt kruipen. Maar ook momenten van vals alarm, zoals in Still of the Night, of Halloween, waar we de moordenaar verwachten als de wind een regenpijp door de ruit slaat.

Zo'n scène als in Creep, waar je keurig wordt voorbereid op het ergste – je bent al in die donkere tunnel, je hebt die van angst verlamde man al gezien en dan komt die bebloede vrouw – waarom schrikken we daar nog van? Dat is omdat het brein móét reageren op bedreigende impulsen, zegt De Ruiter. En wel razendsnel. Signalen van gevaar nemen volgens hem de quick and dirty route naar het oudste, het dierlijkste deel van ons brein, het limbisch systeem. Daar zetten twee kwabjes – de amygdala, De Ruiter laat ze op zijn computerscherm zien – het lichaam alvast in de alarmstand. Het hart slaat sneller, de haren gaan overeind, de pupillen worden groter. Hij heeft voor zijn proefschrift MRI's afgenomen bij proefpersonen die hij woorden voorlas. Bij impulsen van angst zag hij de amygdala oplichten als een waakvlam.

Regenpijp

Het lichaam wordt in de fight/flight-modus gebracht, zegt De Ruiter. Moeten wij dit gevaar met geweld keren of rennen we weg? Pas daarna analyseert het brein verder en kunnen wij weer rustig ademhalen als het inderdaad een opgeschrikte vogel was of een regenpijp door de ruit.

Het brein, zegt De Ruiter, neemt al die keren dat het reageert op vals alarm voor lief, omdat dit onze kansen op overleving vergroot. Pas als er steeds dezelfde angstprikkel wordt uitgedeeld, went het brein eraan en schrikt het niet meer. Zoals wanneer ik met mijn handen voor je ogen sla, zegt De Ruiter. Of zoals vogels wennen aan de vogelverschrikker.

Het is onwaarschijnlijk dat een vogel ooit voor zijn plezier een vogelverschrikker zou bouwen. Waarom kijken mensen dan naar griezelfilms? En gráág: dit jaar is nog geen maand voorbijgegaan of een griezelfilm stond in de toptien: The Grudge, Constatine, The Ring 2, Cursed, White Noise, House of Wax, The Amityville Horror.

Thrillerschrijver Stephen King (Carrie, The Shining, Misery, om maar een paar verfilmde titels te noemen) heeft er wel een idee over, een paar eigenlijk. Ze staan in Bare bones, een verzameling interviews gemaakt tussen 1979 en 1989.

1: Horror geeft redeloze angst een reden; er ís een monster, er ís een duivel.

2: Horror stelt pubers (veruit de grootste groep kijkers) gerust: ik ben dan wel lelijk, maar kijk eens wat een freaks hier rondlopen.

3: Horror is een oefening in sterven. Doodsangst is de grootste angst en door af en toe alvast een voorproefje te nemen, kunnen we die bezweren.

Volgens King is de angstige mens het makkelijkst bang te maken. Het feit dat de Amerikaanse filmindustrie de hofleverancier van horror is, sluit goed aan bij de theorie die filmmaker Michael Moore ontvouwde in Bowling for Columbine (2002), namelijk dat Amerikanen in een permanente staat van irreële angst leven, opgewekt door machthebbers, bedrijven en media. De gevolgtrekking die we dan kunnen maken is dat de bange mens met griezelfilms zijn doodsangst probeert te bezweren.

De Ruiter ziet een andere oorzaak. Volgens hem is het echte gevaar grotendeels uit de westerse samenleving gebannen. Horror fungeert dan als trainingsmateriaal voor de hersenen. Even de reflexen testen – ja, het werkt nog. Gecontroleerde sensatie. Als er binnenkort nog een paar bomaanslagen zoals in Londen volgen, krijgen we minder behoefte aan griezelfilms, denkt De Ruiter.

Is de westerse mens het gevaar grotendeels ontwend? Je zou het wel zeggen als je bijvoorbeeld denkt aan de politieagenten die huilend hun getuigenis aflegden tijdens het proces tegen de moordenaar van Theo van Gogh. `Die man had echt op ons geschoten! Met de bedoeling ons te doden!' (Hier sprong meteen een andere scène op in het geheugen. Monty Python's Eric Idle komt als soldaat bij zijn meerdere en dient zijn ontslag in. `Wat is er dan', vraagt de kapitein. `Het is gevaarlijk daarbuiten! Ze schieten op me! Met echte kogels!')

De Amsterdamse agenten waren nog altijd ontdaan van het gevaar en de rechter kende hun vorige week dan ook een ruime schadevergoeding toe. Dit zijn dus mensen die de hele dag met een wapen op hun heup lopen, die daarmee regelmatig oefenen op de schietbaan. Grote kans dat ze 's avonds thuis kijken naar films waar de kogels ze om de oren fluiten en de ene na de andere keel wordt doorgesneden. En toch kunnen ze zich niet voorstellen dat iemand op ze schiet terwijl ze niet in een lasergame zitten. Zo ver zijn wij verwijderd van het geweld.

Tegelijkertijd is de horrorbehoefte al eeuwen constant, in de overgeorganiseerde maatschappij niet meer of minder dan in de middeleeuwse chaos. De moderne westerse mens is nog geen stap verder dan de oudtestamentische onheilsprofeet die verkondigde: `De maden zullen onder u gestrooid worden, en de wormen zullen u bedekken.' Daar zullen de toehoorders toen ook wel om gegrinnikt hebben.

Het lijkt er toch op dat griezelexpert Stephen King het bij het rechte eind heeft. De griezelfilm is een hobby van de mens in doodsnood.

Signalen van gevaar snellen naar het dierlijkste deel

van ons brein

Horror fungeert als trainingsmateriaal voor de hersenen

Bij impulsen van angst lichten de amygdala op als een waakvlam

?

    • Bas Blokker