Goede keuze van Shell

Nokia's voormalige topman is een goede keuze als Shells eerste president-commissaris van buiten het concern. Jorma Ollila mag dan niet veel verstand hebben van olie, hij weet wél heel veel over het transformeren van bedrijven, het internationaliseren van het management en het luisteren naar de aandeelhouders. Dat zijn allemaal kwaliteiten die het slaperige Shell lange tijd heeft moeten ontberen.

Hij weet ook veel over het teruggeven van geld aan de aandeelhouders, het beheren van een mondiaal opererende firma en het overeind houden van de winstgevendheid in een steeds zwaarder bevochten bedrijfstak. Ook dat zijn kwaliteiten die Shell nodig heeft in de steeds harder wordende oliesector. Als je Ollila's tijd bij Nokia zou moeten samenvatten in één beslissend moment, dan was dat zijn besluit om het bedrijf in 1990 te laten gokken op wat destijds werd gezien als een marginale technologie. Door dat te doen veranderde hij een kleine Finse fabrikant van rubberlaarzen en banden in 's werelds grootste producent van mobiele telefoons.

Shell heeft geen behoefte aan een soortgelijke radicale koerswijziging. Maar Ollila's staat van dienst duidt erop dat hij wat nieuwe bezems zal inzetten bij het olieconcern, dat lange tijd verlamd is geweest door een naar binnen gekeerde en nodeloos ingewikkelde managementsstructuur. Tot twee weken geleden had het bedrijf twee president-commissarissen - een voor de Nederlandse en een voor de Britse tak. Als gevolg daarvan was het voor deze voorzitters bijna onmogelijk het bestuur adequaat te controleren en de zorgen van beleggers aan de bestuurders door te geven. Maar nu Shell zijn honderd jaar oude, tweeledige structuur tot één geheel heeft samengevoegd, kent het concern nog slechts één enkele president-commissaris, met een duidelijke taakomschrijving en een daarbij passend salaris. Ollila zal 500.000 pond per jaar ontvangen, het gebruikelijke honorarium bij aan de Britse FTSE-100 genoteerde bedrijven. Vergelijk dat eens met wat de president-commissaris van Shells Britse tak twee jaar gelden verdiende – een magere 55.000 pond. Is het dan vreemd dat beleggers na het schandaal rond de oliereserves geloofden dat het Shell-bestuur had zitten slapen? Je krijgt waar je voor betaalt. En als Ollila het voor elkaar krijgt eenzelfde soort mentaliteit te laten prevaleren als bij Nokia dat, ongebruikelijk voor een technologiebedrijf, tenminste een derde van de winst als dividend uitkeerde en een groot deel van de rest aan aandelenterugkopen besteedde - moeten de Shell-beleggers daar ook van kunnen profiteren.

Onder redactie van Hugo Dixon. Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld.

    • John Paul Rathbone