Fischer leidt de jeugd in Brahms

De Gelderse Muziek Zomer begon gistermiddag op de Markt in Apeldoorn met de wereldpremière van Eine Brise, flüchtige Aktion für 111 Radfahrer van Mauricio Kagel. De Argentijnse Duitser, beroemd om zijn ironische kanttekeningen bij de klassieke muziekcultuur, is dit jaar de `composer in residence' van het Nationaal Jeugdorkest. Kagel voerde de fietsende jonge musici bellend en zingend door het Apeldoornse publiek met een vluchtig zuchtje muziek.

De `Summer Academy' van het Nationaal Jeugdorkest brengt ook allerlei dirigenten voor het NJO in verschillende samenstellingen: Iván Fischer, Reinbert de Leeuw, Jos van Immerseel, Etienne Siebens en de pianist Pierre-Laurent Aimard.

De Hongaar Iván Fischer, beroemd als dirigent en de oprichter van het voortreffelijke Boedapest Festival Orkest, leidde het NJO gisteravond in de Apeldoornse concertzaal van Orpheus. Daar trad het orkest aan in de grootste formatie tijdens het eerste van een aantal Brahms-concerten, waarvan het laatste zondag klinkt in de Robecoserie in het Amsterdamse Concertgebouw.

Iván Fischer, die studeerde in Boedapest en Wenen waar hij ook Nikolaus Harnoncourt assisteerde, is de ideale dirigent voor dit Brahms-programma. Daarin worden het Eerste pianoconcert en de Tweede symfonie omlijst door wat Hongaarse dansen van Brahms, in arrangementen van Dvorák en Fischer zelf.

Het is een wonder wat Fischer ook bij het NJO onmiddellijk weet te realiseren aan Oostenrijks-Hongaarse klankcultuur. Gelukkig is het land waar de jeugd zó wordt opgevoed in Brahms. De Hongaarse dans nr 14 voor alleen strijkers heeft een volle, roodfluwelen klank, de Hongaarse dans nr 21 voor het complete orkest klinkt breed en toch transparant.

Groots en donker is het Maestoso-begin van het Eerste pianoconcert. Verderop ontdoet Fischer het van massiviteit door klank en structuur van het moeizaam gewrochte stuk open te leggen, waarbij het in het eerste deel komt tot enerverende krachtmetingen met Peter Donohoe. De pianist heeft een bijna Brahms-achtige gestalte en hij mag zich in het Adagio dan ook wat verliezen in de typische Brahmsiaanse eigenaardigheden. De temperamentvolle finale klinkt weer als een variant op een Hongaarse dans. En de Tweede symfonie klinkt in weldadig in aangename tempi met goudgele gloed als een veld zonnebloemen.

Concert: Nationaal Jeugdorkest o.l.v. Iván Fischer. Gehoord: 4/8 Orpheus Apeldoorn. Herh.: 5/8 Musis Sacrum Arnhem; 6/8 De Vereeniging Nijmegen; 7/8 Concertgebouw Amsterdam. Gelderse Muziekzomer: t/m 21/8. Inl: www.geldersemuziekzomer.nl