Welvaartsterreur

Er zijn mensen in ons midden die woedend zijn op wat het Westen en zijn cultuur hun aandoet. Sommigen van hen verbinden daar de zwaarst mogelijke persoonlijke consequenties aan. Geen gelatenheid maar verzet, soms met de meest extreme middelen zoals vergelding ten koste van het eigen leven. Wij op onze beurt voelen ons bedreigd, rennen massaal naar de andere kant en nemen het zonder veel nuance op voor Onze Westerse Cultuur. Die is honderd procent in orde, en zij moeten aanpassen of wegwezen. Zo gedragen wij ons strikt volgens de mechanicawetten van kracht en tegenkracht, waar geen denken of rede aan te pas komt. Ons oordeelsvermogen en onze individualiteit staan buiten spel.

Is het misschien een idee eens even stil te staan bij de mogelijkheid, hoe vergezocht ook, dat de andere kant misschien voor een deel gelijk heeft? Nu laten we onze hooggeprezen individuele handelingsvrijheid gijzelen door de paniek van een geschrokken buffelkudde. Hoe kunnen we haar bewaren, naar de andere kant luisteren en wellicht gezamenlijk veranderen wat ons allen schaadt?

Een jonge vrouw uit mijn omgeving, studente, kwam een paar weken geleden terug van een strandvakantie met vriendinnen in Alanya, Turkije. Het was wel mooi, zei ze, ,,maar wat ik wel erg vervelend vond is dat de Turkse jongens daar ons zo'n beetje als hoeren bleken te zien''. Ik stelde me die meiden daar voor – welvarend genoeg om een vliegreis niks bijzonders vinden, en met hun normale Nederlandse vrijmoedige kleding en gedrag. Aan de andere kant die jongens – armer, eenvoudiger, tegelijk gefascineerd en geschokt. In hen zag ik mezelf terug toen ik als polderjongetje voor het eerst oog in oog stond met Amerikaanse toeristen. Ik zie ze nog voor me, vooral de schreeuwerig opgemaakte vrouwen met roze shorts en vlinderbrillen, die onze ingetogen wereld binnenvielen in een tijd dat onze moeders en zusjes er met jurken en rokken uitzagen zo het hoorde. Wat nog het meeste indruk op me maakte is dat ze pocketboeken meebrachten met titels als The Carpetbaggers en bikini's op de omslag, en als ze die uit hadden dan gooiden ze ze gewoon weg.

Wij vonden het verdorven, zouden natuurlijk zelf nooit zo willen zijn, maar toch was er een heimelijke afgunst. Om de onbezorgde macht van hun meegebrachte dollars, maar vooral om de blik op een wereld die wijder was dan de polder, ook al deugde hij niet. Het was de verlokking van fout genot. We verlangden wat we verwierpen en omgekeerd. Zo kan ik me ook die Turkse jongens voorstellen – in Alanya, maar ook hier, en ook Marokkanen en andere hedendaagse polderjongens en hun ouders.

Die Nederlandse meiden in Alanya pleegden, zonder dat ze het erop aangelegd hadden, een soort welvaartsterreur, net als die Amerikanen in 1955. Er zijn overeenkomsten met politiek terrorisme. Beide loeren overal, ze dringen onweerstaanbaar en deels ongemerkt je bestaan binnen door de kieren van je bewustzijn. Terrorisme doet dat door angst in hoofden te zaaien voor iets onschuldigs als rugzakjongeren. Welvaartsterreur infiltreert hoofden op straat, op de bushokjesposters met Sloggi-meidenbillen, in glossies met duur geklede jonge mannen die stuurs kijken tot norm verheffen, of in Brunawinkels en Essostations die in de schappen prikkeling uitstallen die in de slaapkamer thuishoort. Zelfs een ijsje moet in de Magnumreclame een suggestie van seksuele penetratie meekrijgen. En op de tv schreeuwt de reclame ons zo hard toe dat het geluid de helft zachter moet voor wie niet horendol wil worden.

Ik heb er helemaal geen behoefte aan, terrorisme te vergoelijken of er begrip voor te tonen. Dat wordt trouwens binnenkort strafbaar dus ik kijk wel uit. Maar mag ik wel zeggen dat ik zelf ook last heb van het geschreeuw, de niet-aflatende druk op net- en trommelvlies, het voortdurende microgepeuter aan mijn latente drijfveren en verlangens? Ik ben het polderjongetje uit 1955 wel ontgroeid, maar niet zo ver dat ik hem achterlijk wil verklaren omdat ik tegenwoordig zo superieur en verlicht ben. Misschien had hij wel een beetje gelijk. Misschien hebben talloze redelijke Turken, Marokkanen en andere mensen ook wel gelijk, die wij nu door onze polariserende reactie allemaal naar de tegenpool van het fundamentalisme duwen.

Sommige van de dingen waarvan zij last hebben, zitten ook mij en misschien nog wel een paar miljoen andere autochtonen dwars. Want wie is er eigenlijk trots op de verpletterende platheid die we over onszelf hebben afgeroepen in de naam van tolerantie en `moet kunnen'? Als we dat willen erkennen ontstaat er ruimte voor een beschavingscampagne, over de grenzen van godsdienst en afkomst heen. Een campagne, niet op basis van `moet kunnen' of zijn tegenpool, het op schrille toon geëiste respect, maar op basis van het oude adagium `geef geen aanstoot'.

Wat moet dit pleidooi op een pagina die zich richt op economie en bedrijfsleven? Welnu, dit: ofwel welvaartsterreur is een autonoom verschijnsel waar we niets aan kunnen doen maar dat ons toevallig goed uitkomt omdat we de wind in de rug hebben. Dan zijn we bladeren in de storm van marktfundamentalisme, zoals anderen dat zijn in die van cultureel en religieus fundamentalisme. Dan valt er niets meer te verwijten, maar kunnen we kijken, op basis van een gedeeld lot, welke speelruimte er resteert. Of we keren terug naar begrippen die aan de basis liggen van ons krakende beschavingsgebouw, individuele verantwoordelijkheid en vrije wil. Concreet: waar zijn de dames en heren op verantwoordelijke posities bij Sloggi, Bruna, Esso, Unilever en de media die `halt' roepen? Die tegen hun overenthousiaste junior brand- of formulemanagers zeggen: ,,Het kan wel waar wezen dat sex sells en dat geschreeuw gauwer gehoord wordt, maar dit doen we niet. Dit is slecht voor de sfeer op straat.'' En met een persoonlijk appèl: wat kunt u, lezer, als verantwoordelijk individu in uw eigen werk of rol doen om de druk en de schrilheid van het discours te dempen, rust te geven en te nemen, en aanstoot te vermijden bij ex-polderjongens en ex-Rifbewoners? En pas op dat u niet zegt dat dat achterlijke mensen zijn die er niet toe doen. Want dat vindt Bin Laden ook – van u.