Voer voor gedachten, maar niet voor debat

De VROM-raad is een beetje te voorzichtig, zeggen critici. Maar niet iedereen is het daarmee eens. ,,De raad laat de inhoud van zijn rapporten het werk doen.''

Het Tweede-Kamerlid Van Bochove (CDA) is genuanceerd, maar niet zo tevreden over het werk van de VROM-raad. ,,De rapporten van dit college stemmen tot nadenken. Maar ik zit niet elke dag met spanning uit te kijken of de VROM-raad weer een nieuw advies heeft uitgebracht.''

Waarna een verduidelijking volgt: ,,Het is allemaal niet zo sprankelend waar ze mee komen, hun stukken zouden vaker tot discussie moeten leiden.'' De productie van de VROM-raad is volgens hem lang zo spannend niet als die van de Rekenkamer of de Raad van State: ,,Het zijn zijn vooral goede naslagwerken.''

Dat stemt zijn PvdA-collega Co Verdaas nu juist tevreden: ,,De raad voor Verkeer en Waterstaat timmert nogal aan de weg, zoekt het in rechtstreeks contact met politici, maar de VROM-raad laat de inhoud van zijn rapporten het werk doen.''

Vorig jaar kwam de VROM-raad met meestal fraai geïllustreerde rapporten over woningbouw in het landelijk gebied en over de perspectieven voor de landbouw, maar ook met stevige kanttekeningen bij de beleidsvoornemens in de nota Ruimte, met adviezen over de vernieuwing van de steden en over andere mogelijkheden voor energiegebruik in verband met de klimaatveranderingen. Dit jaar verscheen in verband met het door de Tweede Kamer gekozen thema `Ouderen' een studie over het wonen door deze bevolkingsgroep.

Van Bochove is voor de CDA-fractie in de Tweede Kamer woordvoerder op het terrein van ruimtelijke ordening en volkshuisvesting. In die functie heeft hij te maken met de VROM-raad, die hierover immers de minister van VROM en de Tweede Kamer gevraagd en ongevraagd mag adviseren. ,,Het werk is naar behoren, maar in de uitwerking van allerlei plannen is het nauwelijks terug te vinden'', zegt Van Bochove. Hij vermoedt dat de oorzaak ligt in de samenstelling van het college: veel wetenschappers, dus is voorzichtigheid troef.

Het kritische oordeel van deze CDA'er sluit goed aan bij de woorden van minister Dekker (VROM, VVD) eerder dit jaar. Bij de installatie van de nieuwe raad, met als voorzitter haar partijgenoot Henry Meijdam (44), burgemeester van Zaanstad, riep de minister haar adviescollege op ,,nog beter in te spelen op actuele gebeurtenissen''.

Op deze wijze zouden de burgers meer betrokken raken bij het beleid, veronderstelde Dekker. Zelf verwachtte ze veel van gedachten te gaan wisselen met haar adviseurs. ,,Niet alleen vanuit óf wonen, óf ruimte, óf milieu, maar in groter verband en in samenhang met elkaar'', aldus Dekker.

De VROM-raad bestaat sinds de tweede helft van de jaren negentig, toen drie afzonderlijke raden bij een reorganisatie in elkaar geschoven werden. Zijn taak: het adviseren van regering en Kamer over zaken rondom volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieu.

Daarbij komen belangrijke vragen aan de orde: ,,Hoe wordt het VROM-beleid beïnvloed door internationale ontwikkelingen en veranderingen in de maatschappij?'' Of ,,Sluiten economie en ecologie elkaar uit of kunnen ze samengaan?'' Maar ook hoe je een samenleving bereikt ,,die duurzaam met haar hulpbronnen wil omgaan''. Uit deze laatste vraag blijkt dat de adviesraad zich beweegt op een veel breder terrein dan alleen het VROM-beleid.

Henry Meijdam werd door Marjanne Sint, secretaris-generaal op het ministerie van VROM, gevraagd om voorzitter te worden. ,,Als gedeputeerde was ik een gebruiker van de adviezen van de VROM-raad. Ik heb toen wel eens laten vallen interesse te hebben in de functie.'' Volgens Meijdam slaagt het adviescollege er goed in ,,om de verschillende oplossingsrichtingen helder aan te geven''. In de onderbouwende sfeer spelen de rapporten van de raad een rol, stelt de voorzitter vast.

Bij de werkzaamheden gaan de vijftien leden van de VROM-raad in de eerste plaats uit van ,,de wensen van de minister omtrent de aan te pakken onderwerpen''. Maar ,,er is ook ruimte voor onderwerpen die niet zijn voorzien''. De leden hebben elk een een eigen wetenschappelijke en/of bestuurlijke deskundigheid, en kunnen terugvallen op een eigen dienst. De VROM-raad werkt bij de advisering nauw samen met het `eigen' departement.

Nog vorig jaar is het werk van de VROM-raad doorgelicht door een onafhankelijke commissie. ,,De commissie was positief over de kwaliteit van de uitgebrachte adviezen'', vermeldt het jaarverslag, maar tegelijk werd aangeraden om het contact met andere overheden (gemeenten en provincies) én met `Brussel' te intensiveren. Ook zou de raad vaker zelf het maatschappelijke debat moeten zoeken. In deze evaluatie concludeerde de VROM-raad zelf dat ,,het contact met het departement in de afgelopen periode sterk is verbeterd'' – alle adviezen waren met de bewindslieden van VROM besproken.

Voor het in mei vorig jaar verschenen advies over bouwen op het platteland, met de titel Buiten Bouwen, deed de raad iets ongebruikelijks. Men ging, zoals het jaarverslag meldt, on tour. ,,De raad heeft zich laten adviseren door regionale opinieleiders, plannenmakers en andere deskundigen. Dat gebeurde tijdens werkbezoeken gevolgd door intensieve en sfeervolle bijeenkomsten in vijf regio's.'' De raad concludeert dan: ,,De oogst van deze tournee is rijk.''

PvdA'er Co Verdaas is stellig over de rol van de VROM-raad: ,,Het is een van de betere raden. Ze zijn in staat om een probleem breed en goed doordacht neer te zetten, het heeft altijd diepgang.''

Daardoor hebben de adviezen ook betekenis, denkt hij. Als voorbeelden noemt hij de aanbeveling van de adviseurs om in het ruimtelijk beleid meer belang toe te kennen aan de structuurvisie. De Tweede Kamer bleek gevoelig voor de argumenten. ,,Minister Dekker wilde er niet aan, maar via de Tweede Kamer kwam dit element toch weer terug in het beleid. Belangrijk, want hierdoor wordt een bestuurscollege gedwongen om goed na te denken over de ontwikkeling van een gebied'', zegt Verdaas.

Ook over een advies over stedelijke ontwikkeling is hij te spreken: ,,Alles was toen gericht op sloop en nieuwbouw in de stedelijke kernen, maar de raad zei dat je ook dingen kunt laten staan. Dat was toen de goede nuancering.''

Juist het contact met de Tweede Kamer was in het verleden niet optimaal, blijkt uit het jaarverslag. ,,De belangstelling vanuit de Tweede Kamer is wisselend. Aan een kant wordt de raad vaker gevraagd om advies uit te brengen, aan de andere kant wordt er zelden gereageerd op het aanbod van de raad om een advies toe te lichten.''

Dit is het vijfde deel van een serie over adviesraden van de regering. De vorige afleveringen zijn na te lezen op www.nrc.nl.