Piano als ragfijn mozaïek

Op het Hortus Kamermuziekfestival klinkt de 96-toonspiano.

Op het eerste gezicht ziet hij er doodgewoon uit, de zwarte piano van het merk Erard die in een kleine voorkamer in Amsterdam staat opgesteld. Maar als William Raaijman (1972), artistiek directeur van het Hortus Kamermuziekfestival een toonladder aanslaat, klinkt onverwachts een vloeiend glissando. De toonhoogtes verschillen haast onhoorbaar van elkaar: met 97 toetsen beslaat deze piano een bereik van precies één octaaf (dus in 96 tonen, met één dubbele), terwijl een normale piano meestal iets meer dan zeven octaven haalt met 88 toetsen. Wie – puur motorisch – een bekende compositie speelt, wordt getrakteerd op een vervreemdende wolk van minuscule klankverschillen en ongehoorde harmonieën.

Hoewel toetsinstrumenten met méér dan twaalf toetsen per octaaf al langer bestaan – componist Nicola Vicentino beschreef al in 1555 een Arcicembalo met 35 toetsen per octaaf – hoort dit instrument volgens Raaijman echt bij het begin van de twintigste eeuw, de periode waarop zijn festival zich concentreert.

Het is een uitvinding van de Mexicaanse componist Julián Carillo (1875-1965), die volgens Raaijman een typisch kind van zijn generatie was: ,,Er vond in die periode een zoektocht plaats naar uitbreidingen van de muzikale taal. Sommige componisten, onder wie Carillo, vonden die in een fijnere onderverdeling van het octaaf. Het is als met een mozaïek: hoe kleiner je de steentjes maakt, hoe meer je ermee kunt, hoe schilderachtiger je kunt zijn.''

Zoals veel tijdgenoten stond Carillo met beide benen in de klassiek-romantische traditie. Hij was er ook niet op uit om daar afstand van te doen, integendeel: ,,Carillo zocht geen atonaal systeem, maar een uitbreiding van de tonaliteit. Zijn toepassing van microtonaliteit had dus een conservatieve oorsprong. Zelf gebruikte hij de 96-toonspiano ook niet als schokkend element – hij schreef juist heel conventionele orkestmuziek, waar die piano impressionistisch doorheen klinkt. Hij ontkent het bizarre ervan eigenlijk.''

Het waren – en zijn – vooral andere componisten die de grensoverschrijdende mogelijkheden van Carillo's instrument benutten. De Argentijnse componiste Cecilia Arditto (1966) schreef voor het festival een nieuw werk voor 96-toonspiano en ensemble. Volgens Raaijman – die zelf meespeelt – is het een bijzondere compositie, die alle tijd neemt om de bizarre zwevingen en timbres die ontstaan tot de luisteraar door te laten dringen.

Dat is gunstig, aldus Raaijman: ,,Als je voor het eerst microtonale muziek hoort, begrijp je niet meteen wat je hoort. Je referentiekader valt weg; je kunt toonsafstanden niet meer `consumeren' zoals je gewend bent. Maar na verloop van tijd ga je andere dingen horen: gekke, zwevende boventonen, die je normaal alleen in elektronische muziek tegenkomt. Ik verwacht heftige reacties van mensen die vinden dat dit met muziek niets meer te maken heeft. Het heeft ook weinig te maken met de muziek die ze gewend zijn.''

Hortus Kamermuziekfestival t/m 14/8. Concerten met de 96-toonspiano: 5/8 Utrecht, 6/8 Leiden, 7/8 Amsterdam. Inl.: www.hortuskamermuziekfestival.nl.

    • Jochem Valkenburg