Mademoiselle

Van schilders wordt wel gezegd dat ze in een portret het karakter van de geportretteerde hebben weten te vangen. Dat compliment wordt ook gemaakt als er van de geportretteerde niets méér bekend is dan zijn portret. Bij acteurs gebeurt vaak iets vergelijkbaars. Ze hebben hun personage zo goed getroffen, wordt er dan gezegd. Maar hoe kun je dat zeggen als je het personage alleen uit zijn vertolking kent?

Voor Jeanne Moreau de titelrol speelde in haar eerste film met Tony Richardson, had niemand dit personage nog gespeeld. Mademoiselle is geen Hamlet. Ze is een schooljuffrouw in een Frans dorpje, en het lijkt er niet op dat er ooit een remake van deze film uit 1966 gemaakt zal worden. Mademoiselle is alleen Jeanne Moreau. Ze is schooljuffrouw met dezelfde ogen, dezelfde neus, dezelfde mond waarmee ze eerder gangsterliefje was, kamermeisje en courtisane, met dezelfde melancholie, dezelfde beheersing, hetzelfde chagrijn waarmee ze later nog een madame, een grootmoeder en Marguerite Duras zou zijn.

Het staat haar wel, schooljuffrouw. Als ze voor de klas staat, draagt ze zo'n schortjurk met twee grote zakken. En inderdaad, ze stopt haar handen er in. We zien haar ook thuis, als ze in de spiegel kijkt, als ze zich opmaakt, als ze haar haren eindelijk loslaat. Ja, zo doet een oude vrijster van een schooljuffrouw dat.

Een acteur waarderen omdat hij in een rol geloofwaardig is, heeft iets benepens. Je komt in de werkelijkheid voortdurend ongeloofwaardige mensen tegen. Het argument dat films aan andere wetten beantwoorden dan de werkelijkheid voldoet maar ten dele, want goede kunstenaars zijn er vaak op uit die wetten te veranderen. Moreau houdt zich in Mademoiselle wel aan van de eenvoudige wetten van collega Michael Caine: niet met je ogen knipperen, dan lijk je sterk op het doek.

Het kan niet verhelpen dat Mademoiselle een nogal gedateerde, Freudiaanse draak is, diep uit de jaren zestig, toen pretenties nog zwart-wit waren en misogynie modern kon lijken. De schooljuffrouw doet een boel onschooljuffrouwachtige dingen. Ze vergiftigt koeien, laat boerderijen onder water lopen en steekt huizen in brand. En dat allemaal uit seksuele frustratie. Juf valt op een Italiaanse houthakker die, omdat hij een vreemdeling is, door de dorpelingen juist van de misdaden wordt verdacht.

Toch zit er tegen het einde van de film een scène die veel vergoedt. Moreau doet er een hond in na. Omdat Moreau een goede actrice is doet ze eigenlijk een juf na die een hond nadoet. Toch valt ze, gelukkig, even uit haar rol. Zo blaft een seksueel gefrustreerde juf niet. Zo blaft Moreau. Die illusie maakt van de actrice een ster. Van een ster willen we liever weten hoe zij het doet dan hoe haar personage het doet.

Dit is het dertiende deel van een serie over Jeanne Moreau, naar aanleiding van een retrospectief in het Filmmuseum Amsterdam. `Mademoiselle' (Tony Richardson, 1966) wordt daar vertoond van 18 t/m 31 aug (beh. 20 aug).

    • Bianca Stigter