Hoogopgeleiden zijn cruciaal voor groei

Ralf Bodelier en Mirjam Vossen hebben onlangs betoogd dat economische groei niet het eerste doel is van ontwikkelingshulp (Opiniepagina, 13 juli). Zij deden dit in reactie op publicaties van het Internationaal Monetair Fonds die zouden concluderen dat hulp niet leidt tot economische groei. Vervolgens leggen ze uit dat het uitgangspunt van hulp niet economische groei moet zijn, maar het bestrijden van armoede. En dat hulp daarbij echt helpt.

Ze hebben de IMF-publicaties echter selectief gelezen. De IMF-studie What Undermines Aid's Impact on Growth? zegt dat er veel publicaties zijn over het effect van hulp op economische groei. Soms laten die een positief effect zien, soms ook niet. In eerdere (Wereldbank-)publicaties werd daarbij het verband gelegd met goed bestuur: in goed bestuurde landen leidt hulp wel tot economische groei, in slecht bestuurde landen niet. Uit de IMF-studie blijkt echter dat er ook goed bestuurde landen zijn waar meer hulp niet tot meer economische groei leidt en de auteurs proberen dat te verklaren door naar de bijwerkingen van de hulp te kijken. Daarbij laten ze zich dus bewust en expliciet niet uit over de directe invloed van de hulp.

Het rapport toont aan dat meer hulp op langere termijn leidt tot minder belastinginkomsten en minder export. Het eerste komt doordat de ontvangende regering door de hulp (te) gemakkelijk andere inkomsten verwerft. Het tweede komt doordat het land (te) gemakkelijk aan geld komt zonder er iets voor te doen. Hierdoor raakt de wisselkoers van de lokale munt overgewaardeerd en kunnen lokale producten moeilijker worden geëxporteerd. Daar komt bij dat het rapport aantoont dat in landen die meer hulp krijgen, de lonen van hoger opgeleiden harder stijgen dan elders. Logisch: meer hulpprojecten hebben meer hoger opgeleide mensen nodig. En dat maakt het voor (potentiële) exporteurs moeilijk om aan goed opgeleid en betaalbaar personeel te komen.

De kern is dat ontwikkelingslanden een enorm gebrek hebben aan hoger opgeleiden. De weinigen die er zijn kunnen maar op één manier worden ingezet: óf om de huidige misère te verzachten óf om economische groei te genereren teneinde de toekomstige misère te verminderen. In het eerste geval gaan ze voor een hulporganisatie werken, in het tweede geval voor een bedrijf.

Het IMF-verhaal concludeert dat bijwerkingen van de hulp op lange termijn in een aantal gevallen blijkbaar de directe uitwerking van de hulp op de korte termijn tenietdoen. Het IMF-rapport zegt dus niet dat hulp niet tot groei leidt. Vaak doet hulp dat wel, maar tegelijkertijd is er een risico dat het elders in de economie de groei afremt.

De uiteindelijke balans verschilt van land tot land. Uiteraard hangt dat mede af van het gevoerde beleid in de landen en van een hele reeks andere factoren, maar blijkbaar ook van de concurrentie tussen hulporganisaties en bedrijven om hoogopgeleid personeel.

Hulpprojecten en exporteurs blijken in dezelfde vijver te vissen: die van hoger opgeleiden. Daarom moet de hulp aan het hoger onderwijs in ontwikkelingslanden worden verhoogd en verbeterd, zodat er meer en beter gekwalificeerde arbeidskrachten op de markt komen. Dit is ook een kernpunt voor de `Commission for Africa' van de Britse premier Blair. Een andere oplossing op de korte termijn is het inzetten van (meer) buitenlandse deskundigen. De urgentie om aan meer en beter hoger onderwijs in Afrika te werken, wordt nog versterkt door de aids-epidemie die (ook) veel slachteroffers maakt onder afgestudeerden. Daarbij komt dan nog het probleem van de `brain drain': jaarlijks emigreren zo'n 23.000 medisch geschoolde Afrikanen om elders tegen betere salarissen te gaan werken, ook in Nederland. De kosten om een arts op te leiden liggen in Afrika op ongeveer 100.000 dollar en het wordt tijd dat rijke landen deze kosten gaan compenseren. Wat voor profvoetballers kan, moet toch ook voor artsen kunnen?

Gerrit Holtland heeft ruim vijftien jaar gewerkt in plattelandsontwikkeling in Afrika en Oost-Europa en is sinds kort senior beleidsmedewerker bij NUFFIC, de Nederlandse Organisatie voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs.

www.nrc.nl/opinie : Artikel Bodelier en Vossen

    • Gerrit Holtland